Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Afdalen in het mannenbrein

'Veel vrouwen gruwelen
van een mannenhuishouden'

blogger

Jan Willem Vaartjes

O

Op een ochtend nadat mijn ex-genote definitief het huis had verlaten, stond mijn overbuurvrouw onverwachts op de stoep. In haar ene hand had ze een grote emmer die uitpuilde van de schoonmaakbenodigdheden en in de andere zo'n grote zwabber.

"Goedemorgen Jan Willem," zei ze met een lieve lach op haar gezicht. "Als je het goed vindt, gaan we samen jouw huis een beetje op orde maken. Ruimt misschien ook wat op in je hoofd." Ik weet nog goed dat het kippenvel op mijn armen stond door haar spontane actie. Als je in de penarie zit, leer je je echte vrienden pas goed kennen.

Samen zijn we aan de slag gegaan. Ik had voor de gelegenheid de melodramatische muziek van Marco Borsato op mijn iPod maar ingeruild voor een serie discoknallers uit de jaren zeventig. Na een halve dag goed doorpezen, hadden we mijn huis omgetoverd tot een waar paleis. De frisse geur van allesreiniger kwam ons vanuit iedere hoek tegemoet. 

Een paar schilderijen die ooit door mijn ex-genote waren aangeschaft hadden we vanuit de woonkamer naar de zolder verbannen. En ook wat foto's en andere relikwieën, die mij nog teveel herinnerden aan gelukkigere tijden, waren op een plek ver uit het zicht beland. 

Een bende

Tijdens de lunch keek ze me indringend aan en zei: "Beloof je me wel dat je je huis een beetje op orde houdt? Mannen kunnen er vaak een bende van maken." Met een half broodje kaas nog in de mond, mompelde ik "natuurlijk lieverd", terwijl ik mij tegelijkertijd een soort Pinokkio voelde.

Schoonmaken is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik ben verre van onhygiënisch, maar mijn oog voor rommel is simpelweg niet goed ontwikkeld. Ik ben niet gezegend met een natuurlijke drive om met enige regelmaat met de stofzuiger door het huis te gaan of de poetsdoek ter hand te nemen. Als het echt te gortig wordt en ik struikel bijvoorbeeld over een stapel vuile was op de trap, dan is dat voor mij het signaal om in te grijpen.

Schoonmaakcoaches

Mijn ouders, en dan vooral mijn moeder, hebben zich de laatste jaren ontpopt tot ware schoonmaakcoaches. Als ze bij me op visite komen, ga ik de dag van tevoren als een idioot aan de slag om alle sporen van troep op te ruimen. Dat is natuurlijk onbegonnen werk. Hun haviksogen zien, werkelijk waar, alles. De goedbedoelde preek die steevast volgt, onderga ik nederig en als de storm is overgewaaid, zet ik koffie. Hoe volwassen ik ook ben, ik blijf in de ogen van mijn ouders altijd nog een beetje een kind.

Vorig jaar heb ik na lang aandringen een schoonmaakster in de arm genomen. Ik heb daar waarschijnlijk zo lang mee gewacht omdat mijn moeder vroeger zelf ook schoonmaakwerk heeft gedaan. Als puber ging ik in de vakanties met haar mee naar het Luxor Theater in Zutphen en doodde ik de tijd op de trap buiten tot ze klaar was. Het inhuren van een schoonmaakster kwam nooit bij me op. Misschien schaamde ik mij daar onbewust voor.

Meer verzorgend

Wat een genot zo'n hulp, alhoewel mijn kinderen er snel na haar vertrek weer een zooitje van maken. Ik heb er een nieuw gezegde voor bedacht: Opruimen tegen de bierkaai. Ik voel me vaak net een politieagent.

Wat ik de laatste jaren heb ervaren, is dat vrouwelijke familieleden en vriendinnen - op een enkele uitzondering na - de behoefte voelen om toch nog even snel op te ruimen als ze op visite zijn. Vrouwen zijn wat dat betreft meer verzorgend van aard. Met name mijn aanrecht is een gewild object. Zelfs mijn ex-genote kan het niet laten mijn 'gezellige' keukenblad om te toveren tot een smetteloos geheel of de boekenkast te ontdoen van oud papier. Een vriend heb ik dat nog nooit zien doen.

Stoffer en blik

Sinds vorige week heb ik nieuwe buren. Een leuk stel, dat voorheen iets verderop in de straat woonde. Toen ik van de week thuiskwam, stond mijn kersverse buurvrouw op de oprit. Toen ik uit de auto was gestapt, liep ze naar me toe. "Heb je gezien hoeveel spinnenwebben er op de toegangspoort van je tuin zitten Jan Willem?", zei ze. Ik kon natuurlijk niet doen alsof ze spoken zag, maar eerlijk vertellen dat mij dat al maanden terug was opgevallen, durfde ik niet. 

"Heb je een stoffer en blik?", zei ze. Ik liep naar de garage en na enig speurwerk kwam ik terug met de gevraagde items. Met een paar soepele bewegingen hielp ze het noeste werk van al die lieve spinnetjes om zeep. "Dat ziet er toch een stuk verzorgder uit buurman, vind je niet?", zei ze vol trots.

Ik beloofde beterschap, maar vervloekte in gedachten de Pinokkio die dat zei.