Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Afdalen in het mannenbrein

'Als ik een vrouw was, zou mijn huis
uitpuilen van de kleding'

blogger

Jan Willem Vaartjes

D

De kledingkast van mijn oma was een waar pronkstuk en nam een flinke muur in beslag. Heel af en toe kon ik mij niet bedwingen en sloop ik stiekem haar slaapvertrek in, waar ik de imposante deuren van haar heiligdom opende.

Als klein ventje stond ik mij daar vervolgens te vergapen aan de met militaire precisie ingedeelde kast, terwijl de bedwelmende geur van vers gewassen en glad gestreken kleding zijn weg vond naar mijn neusgaten.

Aantrekkingskracht

Overigens stond ik daar niet omdat ik de heimelijke behoefte had om mij in vrouwenkleding uit te dossen. Maar op de een of andere manier oefende haar kledingschat een grote aantrekkingskracht op mij uit. Ongetwijfeld had dat te maken met een gevoel van trots voor haar. Ik werd graag met haar gezien.

Onderin de kast, stond keurig in het gelid, een indrukwekkend arsenaal aan schoeisel, dat ze in de loop van haar leven had verzameld. Ze moet destijds heel wat voor haar inboedelverzekering hebben betaald.

Hoewel de kledingkast van mijn ouders verbleekte bij die van mijn oma, herinner ik mij hun kast in ons ouderlijk huis nog steeds als een eyecatcher. De slaapkamer van mijn ouders was echter niet bijster groot en andere vertrekken waren al volgestouwd met vakantiespullen en (overbodige) rotzooi van mij en mijn zusje. Mijn vader moest het daarom doen met een kwart van het kledingrek en een paar plankjes voor zijn t-shirts, ondergoed, hemden, truien en broeken.

Functioneler

Verreweg de meeste vrouwen hebben iets met kleding, vaak op het fetisjistische af. Mannen vinden kleding natuurlijk ook belangrijk, maar toch anders. Wij zijn functioneler ingesteld en met een goed zittende spijkerbroek, een polo, t-shirt, trui of blouse is het al snel goed.

Wij hoeven ook niet na te denken over de vraag of onze onderkleding niet te opvallend doorschijnt en al helemaal niet als er lingerie van kant wordt gedragen.

Ik houd de stopwatch er niet bij, maar langer dan vijftien minuten duurt het doorgaans niet om mijzelf te kleden in een outfit waarin ik mij happy voel. En dan heb ik ook nog gedoucht.

Wat natuurlijk ook enorm veel tijd scheelt, is dat ik niet hoef na te denken over accessoires als oorbellen, ringen, armbandjes en kettingen of schoenen. Om over het make-up-proces nog maar te zwijgen.

Ik zit ook niet in allerlei app-groepjes met mannen, waarin wij elkaar al dagen van tevoren foto's sturen van outfits die op een bepaald feest mogelijk gedragen kunnen worden. Als het KNMI het weer niet goed heeft ingeschat, breekt er bij vrouwen dan vast paniek uit. Zeker als de beloofde temperaturen uitblijven en het zorgvuldig geselecteerde jurkje niet bestand blijkt tegen de kou.

Hooguit zou ik van tevoren kunnen vragen of het de bedoeling is dat je formeel of juist wat informeler gekleed moet gaan. Als enige in een pak verschijnen, terwijl de rest alleen een colbert aan heeft, is ook weer zo wat.

Gejojo

Van de week zat ik me wat te vervelen en vroeg ik mij af hoeveel garen de kledingindustrie wel niet spint bij het gejojo in gewicht van al die vrouwen. Je zult maar schommelen tussen maatje 38, 40 en 42. Ben je maar mooi klaar mee. Kleding moet wel goed aansluiten bij je lijf, anders sla je een modderfiguur.

Als je pech hebt, veranderen je borsten ook steeds mee en lachen de Hunkemöllers en Livera's van deze wereld zich suf. 

Met mijn uithuizigheid, profileringsdrang en vlagen van onzekerheid is het maar goed dat ik niet ben geboren als vrouw. Ik vreet mijn schoen op als mijn huis dan niet zou uitpuilen van de kleding en mijn partner en kinderen uit bittere noodzaak naar een provisorisch onderkomen in de tuin zouden zijn verbannen.