Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Duimpje omhoog
Jeffrey Wijnberg

'De ja-mens is immens populair,
maar loopt met haar tong op de schoenen!'

psycholoog

Jeffrey Wijnberg

J

Ja-mens. Zeg maar ja tegen ’t leven, ja tegen ’t leven. Van je Amen en je Gloria joechee. Zeg maar ja tegen ’t leven, ja tegen ’t leven. Anders zegt ’r ’t leven nog nee. Zo zong cabaretier Wim Sonneveld zijn bekende lied in de zestiger jaren.

Wellicht zit de boodschap van deze tekst in het onderbewustzijn van veel mensen, waardoor het verschijnsel ‘ja-mens’ een verklaring heeft.

Nu is in de psychologie geen officiële status toegekend aan de ja-mens. Maar feit is wel dat een heel legioen aan ja-mensen terechtkomt in de stoel tegenover de therapeut wegens ernstige psychische vermoeidheidsklachten. Want wie elk verzoek met een instemmende glimlach aanneemt, zal uiteindelijk met haar tong op de schoenen lopen.

Ja-mens

Logisch is het gegeven dat de ja-mens immens populair is. Op het werk krijgt zij altijd extra ingewikkelde klussen; en door de baas wordt zij naar voren geschoven als een toonbeeld van ijver en toewijding. En met deze uitzonderlijke positie wordt het voor de ja-mens nog moeilijker om ooit eens een verzoek te weigeren.

Natuurlijk zal ze wel eens in haar verbeelding een moedige ‘nee’ schreeuwen, al was het alleen maar om het een keer gezegd te hebben. Maar zelfs deze vorm van proefdraaien roept gelijk zoveel schuldgevoel op dat de ja-mens, als het er een keertje op aankomt, nooit een nee over haar lippen zal krijgen.

Extreme uitputting

Zo bekeken is de ja-mens een sociaal individu; en altijd bereid om de belangen van anderen boven die van zichzelf te stellen. Het is misschien wel accurater om te zeggen: de ander zijn belang is zijn belang; en dat omdat de ja-mens maar één doel voor ogen heeft, namelijk om alleen maar tevreden gezichten te zien. Daarom zal zij, bij een dreigend conflict, ogenblikkelijk aan de noodrem trekken; en alle partijen tot kalmte manen. Om geen paniekaanval te hoeven beleven, zal zij vervolgens weer een list verzinnen waardoor niemand ergens last van hoeft te hebben.

Dat betekent wel dat de ja-mens extra werk moet verzetten (‘ik ruim alles wel op’), maar dat is weer van onderschikt belang omdat zij met haar inspanningen de harmonie heeft hersteld. Een beetje therapeut weet dat er geen assertieve zalf aan deze lieden te strijken valt. Eenmaal omgevallen door extreme uitputting, rest niets anders dan een periode van rust en herstel, om daarna weer het vertrouwde ja-knikken te hervatten.

Het is psychologisch correct om te zeggen dat niet iedereen op zijn wenken bediend kan worden. Maar deze waarheid is aan de ja-mens niet besteed. Zij zal streven naar wereldvrede, alsof haar leven er van afhangt.