Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Hollandse Hoogte
Leven van een stewardess

Deel 45: Tijdens de terugvlucht
had ik een raar voorgevoel...

M

MAM BEL ME!!! stond er in kapitalen in mijn telefoonscherm. En dat was niet het eerste berichtje van Sebas.

Naast een heleboel gemiste oproepen van hem stond er wel tien keer dat ik contact met hem moest opnemen. Ik was koud vijf minuten geland en uit de riemen toen ik mijn telefoon aanzette. Meestal duurt dat wel een half uur, maar op de een of andere manier had ik een raar voorgevoel tijdens de terugvlucht. Geheel tegen mijn gewoonte in had ik mijn telefoon in mijn zak tijdens de landing. En toen we goed en wel op de grond stonden, zag ik de alarmerende berichten.

Cabin crew doors may be opened’, klonk het over de speakers vanuit de cockpit.

Ik belde mijn zoon. “Jeeezus mam, waarom nam je niet gewoon op. Ik probeer je al uren te bereiken,” foeterde Sebas toen hij mijn telefoon beantwoordde.

“Ik was nog aan het vliegen, mijn telefoon stond uit, maar vertel me wat er aan de hand is.”

“Daan ligt in het ziekenhuis.”

Sebas huilde

Mijn hart leek even te stoppen. Daan in het ziekenhuis. “Wat is er gebeurd?”

Sebas begon te huilen. De passagiers om me heen begonnen op te staan en hun bagage uit de bakken te trekken. Mijn collega bij de deur tegenover me keek me geïrriteerd aan. ‘Je gaat toch niet staan bellen!’ mimede ze.

'Ik draaide me om zodat ik aan haar blik kon ontsnappen en de passagiers mijn schrik niet konden zien.

Blinde paniek

“Sebas, lieverd, rustig maar. Vertel me wat er gebeurd is.” Met horten en stoten vertelde hij me over de afgelopen nacht. Ze waren weer samen op stap geweest en halverwege de avond was Daan niet lekker geworden. Hij wilde naar huis, maar Sebas was in de stad gebleven. “En toen ik om 2:30 thuiskwam, lag Daan in de gang. Hij reageerde helemaal nergens op en ik heb 112 gebeld.”

Blinde paniek maakte zich nu van me meester. Daan lag bewusteloos in de gang? Ik hapte naar adem. “En nu? Waar ben jij? Waar is papa? Hoe gaat het met Daan?” Ik had wel duizend vragen. Mijn collega begon nu ook nog aan mijn jas te trekken. “Veer, zou je niet even de passagiers uitlaten.”

“Laat me met rust!”, beet ik haar toe.

Ik moet nu weg!

Sebas snotterde nog steeds. “We zijn in het UMC en papa is er ook net. Sebas heb ik nog niet gezien, want hij is door de artsen meegenomen.”

Ondertussen begon ik mijn spullen bij elkaar te graaien. Mijn tas, mijn kar. Ik wurmde me door de passagiers heen naar de voorzijde van het vliegtuig. De purser keek me vragend aan. “Mijn kind ligt bewusteloos in het ziekenhuis. Ik moet nu weg. Sorry.”

Begripvol keek ze me aan. “Hollen,” zei ze. Mijn koffer zou ik later wel ophalen. Ik wilde nu meteen naar mijn kind. Ik had Sebas nog steeds aan de lijn en hoorde nu ook Rogier tegen hem praten.

“Geef papa maar even, ik kom nu meteen naar jullie toe.”