Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 16: 'Ze wil gewoon niet met je
gezien worden'

schrijfster

Iris Houx

D

De vorige keer lazen we hoe Esmée haar best deed om Jasmijns gezicht te redden tijdens de redactievergadering. Jasmijn lijkt echter helemaal niet dankbaar te zijn, sterker nog: het lijkt alsof ze helemaal niet zit wachten op die klus. En ook niet op Esmée als collega slash vriendin, of verbeeldt Esmée zich dat maar? 

Het is half één als ik de notulen met actielijst heb uitgewerkt en verspreid én alle ad-hoczaken van die ochtend heb afgewerkt. Ik bedenk dat ik Jasmijn al die tijd niet heb gezien of gehoord. Eigenlijk heb ik haar sinds vrijdagochtend, toen we haar kantoor hebben uitgeruimd (zoals ik het maar noem), nauwelijks gesproken. ’s Middags heeft ze me alleen een keer gebeld met een korte vraag en het verzoek om een afspraak te plannen. Aan het einde van de werkdag wensten we elkaar vluchtig een prettig weekend. Dat was in de hal, toen ik onderweg naar huis was voor Hugo’s personeelsfeest en zij met een aantal collega’s de trap af liep naar de kelder waar onze vrijmibo altijd plaatsvindt. 

Zachtjes klop ik op haar deur.
‘Ja?’ klinkt haar stem.
Ik duw de deur open met een van mijn nieuwe pumps en laat 'm net wat langer in de lucht zweven zodat hij goed opvalt. 

Jasmijn zit achter haar bureau. Ze zegt niets en lacht niet. Ze kijkt alleen even op en dan weer terug naar haar beeldscherm. Met haar rechterhand wrijft ze over haar voorhoofd. Misschien is ze gestrest. Hoog tijd voor een pauze dus.

‘Hé, tuthola. Je bent toch niet te hard aan het werk, hè? Hoe laat zullen we lunchen? Als we vroeg zijn, kunnen we misschien een plaatsje bij Salon Dali scoren.’

Er trekt een uitdrukking over haar gezicht die ik niet kan duiden. Teleurstelling? Misschien vindt ze Salon Dali helemaal niks. Ik had verwacht dat het juist echt iets voor haar was: chic, duur en een beetje arty ingericht.

‘Of iets anders natuurlijk. Wat jij wilt!’ laat ik er snel op volgen.

Jasmijn zegt nog steeds niets. Ze kijkt alleen en blijft maar over haar voorhoofd wrijven.

‘Heb je hoofdpijn? Zal ik een paracetamolletje halen?’

‘Nou…’ Ze lijkt me nu eindelijk te zien. ‘Dat zou eigenlijk wel fijn zijn. Ik heb inderdaad last van een behoorlijk zeurende hoofdpijn.’

Ik loop al richting de deur.

‘En zou je nog iets voor me kunnen doen?’

Ik draai me weer om en kijk haar vragend aan. Ze aarzelt even. Misschien moet ik haar wat meer aanmoedigen, vindt ze het nog onwennig om mij als haar ondergeschikte te behandelen. Ik glimlach.

Ze laat haar oog even over mijn nieuwe outfit gaan. Meteen ga ik rechter staan, klaar om een compliment in ontvangst te nemen. Wow, dit is zo anders dan bij Valerie.

‘Morris belde,’ begint ze. Ik laat mijn schouders weer zakken. ‘Hij wil echt al snel concrete ideeën voor dat themanummer over Jay-Nay en Kiona. Het is de bedoeling dat ik dat oppak.’ Ze trekt een gekweld gezicht. Het doet me denken aan een pekineesje.

Ik knik. Het verbaast me niets. Morris bracht het vanmorgen wel zo luchtig, maar als de directie in zijn nek hijgt wordt hij altijd bloedfanatiek.

‘Blijkbaar aast de directie op een deal over de unieke rechten van de foto’s en zo. Dat themanummer moet een gigantische klapper gaan worden.’

‘Wat leuk! Echt een uitdaging!’ roep ik enthousiast.

Jasmijn zucht. ‘Rotklus, bedoel je. Ik heb al zoveel te doen. En ik heb trouwens ook helemaal niets met Jay-Nay en Kiona. Ik haat zijn irritante muziek en haar nog irritantere smoel.’

Ik begin te lachen. ‘Joh, ik hou ook niet van zijn muziek en ik kijk nooit naar Lief & Leed, maar dat is met zo veel van die klussen hier. Je moet het gewoon professioneel benaderen: het is een prachtige kans om jezelf op de kaart te zetten. En het is mooi dat je nu al kunt beginnen met brainstormen en opzetjes maken. In tegenstelling tot al die lastminutescoops en hot gossip die nog dezelfde week in Go Glam! moeten, heb je nu ruim de tijd voor fact checking, het opsporen van een loslippige “anonieme vriend van de familie” en blablabla. Dat is toch ideaal?’

Man, ik zou een moord doen voor een opdracht als deze. Maar Jasmijn lijkt niet erg onder de indruk, ze trekt weer het pekineesjesgezicht.

‘Wil je dat ik alvast wat vooronderzoek doe, bronnen probeer te vinden, misschien wat ideetjes op papier zet?’ stel ik snel voor. Ha, mijn nieuwe pragmatische ik bevalt me wel.

‘Ja, doe maar. Graag! Morris zou nog een mail sturen met meer info, wacht die maar even af.’

‘Komt voor elkaar, maar ik haal eerst even die paracetamol voor je.’

Als ik haar kantoor uit loop, realiseer ik me dat ze geen antwoord heeft gegeven op mijn vraag over de lunch. Nou ja, misschien heeft ze helemaal geen zin om de deur uit te gaan met die hoofdpijn, dadelijk maar even aanbieden of ik een broodje mee kan nemen.

*

Een paar minuten later klik-klak ik met een pilletje en een glas water terug naar onze afdeling. Ik zet mijn passen extra hard aan zodat het geluid van hakken-op-marmer lekker weerklinkt. Heerlijk. Als ik de hoek omsla, zie ik daar nog net twee of drie personen de lift instappen. Ze lachen en ik hoor gedempte stemmen. Het zijn vrouwen. Ik weet niet of ik het goed zag, maar volgens mij droeg eentje precies zo’n Burberry-trenchcoat als Jasmijn heeft. Dat zal ze niet leuk vinden, ze heeft die jas nog niet zo lang en ze was er behoorlijk blij mee.

De liftdeuren zijn nog open, ik hoor weer gelach. En wat heel vreemd is: het lijkt de lach van Jasmijn. Nieuwsgierig klikkerdeklak ik nog wat sneller door de gang met het glas water, de paracetamol en mijn klik-klakhakken. Dat kan toch niet? Haar eerstvolgende externe afspraak is pas om vier uur, ik heb daarnet nog even – heel pragmatisch – haar agenda voor vanmiddag gecheckt.

Als ik bijna bij de lift ben, hoor ik de deuren dichtgaan en het geluid van een lift die zich in beweging zet. Jammer. Maar dan, precies als ik er voorbijloop, hoor ik een wegstervende stem: ‘Nee hoor. Salon Dali lijkt me juist enig.’

Maar… dat is de stem van Jasmijn, ik weet het zeker! En zei ze nu ‘Salon Dali’? Gaat ze toch lunchen? Maar hoe kan ze dan zo snel opgeknapt zijn van die hoofdpijn?

Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Dit zal toch niets met mij te maken hebben? Dat kan toch niet?

Ik denk hierover na terwijl ik verder loop, een stuk langzamer dan daarnet. Ach, ik moet mezelf niet zo gek maken. Zoiets zou Jasmijn nooit doen. Ik heb niet gezien met wie ze was, misschien werd ze uitgenodigd door iemand van het hoger management en kon ze gewoon niet weigeren. Ja, dat zal het zijn.

*

Er is nog net een tafeltje vrij als Krystel en ik tegen enen bij Klaassen naar binnen schuifelen via de smalle ingang. De belletjes aan de deur rinkelen vrolijk als de deur dichtvalt. Lekker vertrouwd. Veel beter dan die pompeuze Salon Dali. En Krystel vindt het vast niet erg dat Jasmijn er niet bij is, na dat akkefietje van vorige week in de kantine.

Achter de bar is de serveerster met het zwartgeverfde haar druk bezig om glazen te spoelen. Ze geeft ons een blik van herkenning en knikt in de richting van het enige lege tafeltje. Ik duik snel op de bank terwijl Krystel plaatsneemt op het stoeltje aan de andere kant van het metalen tafeltje. We zitten allebei het liefst op de bank, alhoewel we dat nooit hardop gezegd hebben. Je hebt hier een beter overzicht over de zaak (het is altijd leuk om de andere gasten te bekijken) en je kunt een glimp opvangen van de drukke straat met zijn smalle stoepje en de mensen die voorbijlopen.

Het tafeltje is nog niet afgeruimd. Een bord met verlepte garnering en een leeg frisdrankglas worden door het meisje met de zwartgeverfde haren weggehaald alvorens ze onze bestelling op een blocnote krabbelt.

Krystel bestelt een panini en een cola en ik ga voor een broodje BLT met verse jus. Ik heb het verdiend. Vanmiddag ga ik weer heerlijk pragmatisch werken, ik verheug me er al op.

‘Nieuw pakje?’ Krystel knikt naar mijn outfit die goed zichtbaar is nu ik mijn jas heb uitgetrokken. Ik leg hem naast me op de bank.

‘Wat vind je ervan? En kijk: hier is het allemaal mee begonnen.’ Ik steek mijn pumps onder de tafel uit.

‘Geweldig. Heel chic.’ Krystel fluit tussen haar tanden. ‘Zal niet goedkoop zijn geweest.’

‘Klopt. Maar zo af en toe mag je jezelf best eens fêteren.’

‘Fette-watte?’

‘Gewoon: trakteren.’ Ik haal mijn schouders op. Het uitbreiden van mijn vocabulaire is een nieuw onderdeel dat ik zelf heb toegevoegd aan mijn verbeterde werkhouding.

Krystel lacht. ‘Als je het mij vraagt, ga je te veel met die Jasmijn om.’

Vorige week heb ik Krystel toch maar verteld dat ik Jasmijn al kende voordat ze hier kwam werken, dat ze een goede vriendin van me is. Ze was eerst verbaasd, zeker omdat het precies de functie was die mij was toegezegd, maar meer woorden dan ‘lullig voor je’ maakte ze er verder niet aan vuil.

‘Over Jasmijn gesproken,’ zeg ik. ‘Ik zag haar dus net in de lift stappen, samen met een of twee anderen. Zo te horen gingen ze lunchen. En vlak daarvoor stuurde ze mij nog naar de receptie voor een paracetamol omdat ze zo’n hoofdpijn had! Hoe vind je die?’ Bij de laatste zin gaat mijn stem een octaaf omhoog.

‘Ach, eten moet je toch. Ook met een fikse hoofdpijn,’ antwoordt Krystel droog. Ondertussen kijkt ze in de richting van de keuken of onze broodjes er al aan komen.

‘Nee maar dat is het dus! Ik had haar vlak daarvoor óók voorgesteld om te gaan lunchen, nota bene bij Salon Dali. Die vraag ontweek ze. Vrijdag had ze het trouwens ook al te druk om te lunchen. Toen ik haar belde of ze meeging, moest ze neerleggen omdat er een andere lijn binnenkwam en daarna vergat ze me terug te bellen en heb ik haar ook niet meer in de kantine gezien. Je zou bijna denken dat ze liever werkt dan eet.’

‘Of niet met jou gezien wil worden.’ Meteen slaat Krystel haar hand voor haar mond. ‘O, sorry. Dat kwam er helemaal verkeerd uit.’

Normaal gesproken zou ik lachen. Typisch Krystel, gewoon zeggen wat ze denkt. Meestal kan ik het wel waarderen, maar nu brengt het me van mijn stuk.

‘Denk je dat echt?’ vraag ik langzaam.

‘Weet je nog hoe ze tegen me deed toen die dag in de kantine, over mijn werk als secretaresse?’ zegt ze nu met iets meer empathie. ‘Ze kijkt gewoon neer op mensen zoals wij.’

Ik denk hier even over na tot de serveerster onze borden voor ons neerzet. Teleurgesteld kijk ik naar het mijne. Het lijkt wel of mijn broodje er minder aantrekkelijk uitziet dan anders, kleiner ook.

Krystel lijkt nergens last van te hebben. Ze valt aan op haar panini alsof ze weken op poolexpeditie is geweest. ‘Mmm. Heerlijk.’ Ze kauwt haar hap snel weg. ‘Nou ja, niet dat het aan jou ligt,’ gaat ze dan verder. ‘Je weet hoe ik over Jasmijn denk. Ze lijkt me gewoon het type dat graag met de juiste personen op de juiste plekken gezien wil worden.’

Dat is dan toch weer heel tactisch van Krystel. Ik glimlach, maar niet van harte. Ik twijfel er niet aan dat er een waarheid zit in die theorie, alleen heb ik er nooit bij stilgestaan dat ik tegenwoordig blijkbaar niet meer bij die ‘juiste personen’ hoor. En ik weet niet of ik daar zo blij van word. Ik zal het binnenkort eens aan Huug voorleggen. Als buitenstaander kan hij zoiets veel beter beoordelen en met dit soort dingen is hij altijd zo ontzettend doortastend.

Krystel heeft ondertussen een nieuw onderwerp gevonden. Tussen het kauwen en slikken door vertelt ze nog maar eens hoe erg ze haar baas haat en wat hij haar deze ochtend weer heeft misdaan. ‘Weet je, het is dat ik het geld zo hard nodig heb en dat de banen niet voor het oprapen liggen.’ Ze verscheurt het brood alsof het Eric zelf is. ‘Maar ik zweer je, zodra ik iets anders heb, ben ik weg hier. Ik droom ’s nachts over 101 manieren om mijn ontslag in te dienen. Zo hatelijk, wreed en pijnlijk mogelijk. Brieven met de meest erge verwensingen en onthullingen. Dat hij uit zijn bek stinkt. Dat zelfs verticale strepen hem nog dik maken. Dat ik degene was die dat briefje met ‘Schop me, ik lik naar boven’ op zijn rug had geplakt toen hij voor zijn functioneringsgesprek naar de directie vertrok. Dat die dode vlieg in zijn hamburger niet de schuld was van de broodjeszaak.’ Ze hapt naar adem en scheurt nog een stuk van haar panini voordat ze met volle mond verdergaat: ‘Dat er een filmpje op internet circuleert waar hij stomdronken de kantinejuf staat te daggeren tijdens een personeelsfeestje. De smerige rat. Hoe kreeg hij het voor elkaar? En dat ik heus wel weet dat hij het met Valerie deed.’ Ze rilt even. ‘Gadver. Die keer dat ik hem na een vrijmibo met haar betrapte in het copuleerhok. Zij boven op de Xerox en hij ervoor, met zijn broek op zijn knieën. Hij had enorm veel haar op zijn kont trouwens. Ik word misselijk als ik er weer aan denk. Echt zo’n angoravachtje.’ Ze doet een levensechte kokhalsimitatie. Subtiel schuif ik mijn bord opzij. Het smaakte me sowieso al niet meer.

*

Een stuk lustelozer dan vóór de lunch schuif ik achter mijn bureau. De paracetamol voor Jasmijn gooi ik in de prullenbak en het glas water kiep ik om in de plantenbak. Bij nader inzien neem ik vanmiddag even vrijaf van mijn pragmatisme, als dat tenminste een bestaand woord is. Echt dringende werkzaamheden heb ik niet meer, dus ik kan het me veroorloven wat te lummelen. Ik beweeg de muis, wacht tot het inlogscherm in beeld is en tik lusteloos mijn vaste password in voor bijna alles: Knotsiebol2.

Tss. Jasmijn die niet met mij gezien wil worden. Hoe meer ik erover nadenk, hoe chagrijniger ik word. Als ik eerlijk ben, kan ik haar niet helemaal ongelijk geven. Jasmijn komt uit een ander milieu, met rijke, invloedrijke zakenlui en hippe vrienden. Ze groeide op in een villa, zat op een kakschool. Ze gaat op vakantie naar Cannes (weliswaar met haar ouders en hun zeiljacht) en laat maandelijks haar bikinilijn waxen door Gérard ‘de intiemste vriend van de sterren’. Wie ben ik nu helemaal? Een dozige dorpstrut die elke maand maar net kan rondkomen en die nota bene redactie-assistente is. Invloedrijke vrienden heb ik niet en hoewel ze het nooit letterlijk heeft gezegd, wéét ik gewoon dat Jasmijn Andrea een boerentrien vindt. De hipste vakantie die ik ooit heb beleefd was op een Grieks eiland tussen de comazuipende jongeren en hoe gezellig ‘vriendinnen op de werkvloer’ ook klinkt, uiteindelijk ben ik gewoon haar ondergeschikte.

Er plopt een mailtje binnen. Automatisch klik ik het aan. Het blijkt de instructiemail van Morris waar Jasmijn het vanmorgen over had. Ik heb hem als cc ontvangen. Er staat niet veel meer in dan hij vanmorgen in de vergadering heeft gezegd, maar zo is Morris: altijd interessanter doen dan nodig is. Jasmijn is dus aangewezen om met ideeën op de proppen te komen voor het themanummer rondom de bruiloft van Jay-Nay en Kiona. Ik denk na. Wat zou ik eigenlijk doen als ik redactiechef showbizz zou zijn, als ik op Jasmijns stoel zat? Nou, ik wist het wel. Meteen begin ik wat leuke ideeën op een blaadje te krabbelen. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...