Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

'Als ze hiermee de presentatie ingaat,
wordt ze afgemaakt'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée door Jasmijn genegeerd werd op de werkvloer. Was het toeval, een incident, of wil Jasmijn echt niet gezien worden met Esmée? Een vreemd voorgevoel bekruipt Esmée als ze op een ochtend een post-it van Jasmijn op haar werkplek aantreft. Of ze direct wil komen. Wat moet dit nu weer voorstellen?

Toen ik vanmorgen bij mijn bureau kwam, kleefde er een geel memootje aan mijn beeldscherm. ‘Kom svp zsm naar mijn kantoor. J.’, gehaast geschreven in het ronde handschrift van Jasmijn. Ik weet niet waarom, maar het zag er onvriendelijk uit. Kon ze niet gewoon tegen me praten? Ik had een vreemd voorgevoel. 

Het dinertje met de meiden gisteren liep ook al niet zo lekker. Jasmijn was stug en afwezig en een aantal keer maakte ze een venijnige opmerking tegen me. Dat soort dingen ben ik helemaal niet van haar gewend. Wat had ik gedaan? Het begon Mei-Lan waarschijnlijk ook op te vallen, want die fronste op een gegeven moment haar voorhoofd, zwaaide met een langoustine op haar vork en vroeg: ‘Hoe is het eigenlijk op je werk, Jas? Niet te veel stress met al die nieuwe dingen die op je afkomen?’ Maar Jasmijn antwoordde ontwijkend en Do begon te praten over haar verjaardag die voor de deur staat en die ze met een groots feest wil gaan vieren. Ik probeerde de boel nog een positieve wending te geven door te vertellen dat Hugo en ik een appartementje gevonden hadden, want echt, het is waar! Van de andere twee bezichtigers was ook een stel geïnteresseerd, maar Joris heeft blijkbaar toch op legale of minder legale wijze weten te regelen dat het voor Hugo en mij is! Ik was compleet door het dolle. Hugo en ik hadden het al gevierd met een glaasje (of drie) champagne, en het leek me wel leuk om dat met de meiden nog eens dunnetjes over te doen. Terwijl Do en Mei-Lan enthousiast reageerden, riep Jasmijn: ‘Jezus, Esmée, doe niet zo puberaal. Moeten we nu ook al champagne opentrekken als er iemand gaat verhuizen?’ Wat ik nogal hypocriet vond klinken uit de mond van iemand die al bubbels laat aanrukken als ze een nieuwe poetsvrouw heeft gevonden, omdat ze haar trein een keer níét gemist heeft, of (ik citeer) ‘omdat ze een potje olijven open heeft gekregen zonder haar nagels te breken’. Ze rolde met haar ogen alsof het een geintje was, maar ik voelde me te kakken gezet en op dit punt dacht ik er serieus over om te vertrekken. Ik deed het niet. Ik zat de avond uit, tandenknarsend en gefrustreerd.

‘Verhuizen?’ riep Mei-Lan lachend. ‘Ze gaat samenwonen! Onze Esmée wordt een grote meid! Daar mag toch zeker wel op gedronken worden?’ Hartstikke lief, maar helaas was de stemming toen al een beetje naar de knoppen.

Op de een of andere manier heb ik dus zo’n vermoeden dat dit briefje van Jasmijn niet gaat om een theekransje met aardbeiengebak of een gezellige nabeschouwing van gisteravond.

Als ik voor de deur van haar kantoor sta, denk ik even terug aan haar eerste werkweek en hoe we toen samen haar kantoor hebben zitten uitruimen. Wat een verschil met onze huidige verstandhouding. Ze gedraagt zich nogal afstandelijk op kantoor, het is me ondertussen ook duidelijk dat ze werk en privé liever gescheiden houdt. Een geintje hier of daar is er niet meer bij. Het is echt alsof we… collega’s zijn. We zijn gewoon baas en ondergeschikte en dat begint zich nu blijkbaar ook uit te strekken naar de privésfeer. Ik ben nog steeds een beetje nijdig over gisteravond. Doordat ze zo raar deed, voelde ik me ook nergens ontspannen genoeg om het leugentje, dat ik ook nog steeds aan Do en Mei-Lan moet opbiechten, op tafel te gooien. Dus ook dat is weer uitgesteld.

Ik klop aan. Als ik na haar antwoord de deur open, zit Jasmijn met een rood hoofd achter haar beeldscherm. Toch is het niet warm in deze kamer. Haar kapsel ziet eruit alsof ze door een orkaan is opgepakt en willekeurig ergens neergesmeten. Ze kijkt niet op. Haar ogen flitsen over het scherm als die van een wanhopige junk op zoek naar iets wat in de aderen gespoten kan worden. Het is een vreemd beeld, zo ken ik Jasmijn niet. Maar ja, de laatste tijd heb ik wel meer onverklaarbare dingen aan haar opgemerkt.

‘Waarom had je me nodig?’ vraag ik.

‘Esmée. Die presentatie. Weet je wel. Dat geneuzel over dat bruiloftsthemanummer.’ Ze hijgt de woorden in mijn richting zonder haar junkogen van het scherm te halen.

‘Ja, wat is daarmee?’

‘Je moet me helpen.’

‘Pardon?’ Ik ben een beetje verbaasd. Natuurlijk help ik haar, ik ben haar vriendin en haar assistente, maar dan moet ze wel zeggen hoe.

‘Die presentátie!’ Ze krijst nu bijna van paniek en haalt kort haar blik van haar beeldscherm om oogcontact te maken. ‘Om tien uur wordt er van mij verwacht dat ik…’ – ze zoekt naar woorden – ‘… IETS ga pitchen voor die fucking lui van de fucking directie over dat fucking themanummer.’

Ik doe mijn best om niet in lachen uit te barsten, want het is eigenlijk heel geestig hoe ze doet. Maar laat ik dat niet hardop zeggen. ‘Aha, dat coole nummer over Jay-Nay en Kiona,’ antwoord ik in plaats daarvan.

‘Geen tijd voor geintjes, Esmée,’ sist ze. ‘Je moet me helpen!’ En als ik niet snel genoeg aanstalten maak, voegt ze eraan toe: ‘Ik zal je eeuwig dankbaar zijn. Ik zal je alles vergeven. De leugen over je baan, die keer dat je een vlek hebt gemaakt op mijn Guess-jasje…’

Dat was ik niet, dat was Do! wil ik zeggen.

‘Toen je die opdracht voor managementrecht verprutst had voor ons projectgroepje.’

Nu wordt-ie mooi zeg!

Mijn oog valt op de blocnote met slordige aantekeningen naast haar toetsenbord. Ik lees: ‘Interview met moeder van Kiona/Roddels: wie?/Kledingmissers uit het verleden/Het aanzoek’.

Oei, als dit het enige is wat ze heeft, is ze reddeloos verloren. Als ze hiermee die presentatie in gaat wordt ze afgemaakt. Gelyncht, gepureerd, verpulverd. Ontslagen. Bij dat laatste woord haperen mijn gedachten even, maar dat idee schud ik weer snel van me af. Alsjeblieft, Esmée! Ze is je vriendin.

Jasmijn gaat driftig met haar muis tekeer. Waarom is me niet duidelijk, want er gebeurt helemaal niets op het scherm. Ze heeft een lege PowerPointpresentatie openstaan en ze heeft blijkbaar geen flauw idee hoe zoiets werkt. ‘Tuurlijk help ik je.’

Ze slaakt een diepe zucht. ‘Je bent een engel! Hé, waar ga je naartoe?’

‘Zo terug!’ roep ik over mijn schouder.

‘Nee, laat me niet alleen! We hebben onze tijd hard nodig.’

Ik ren naar mijn bureau en start mijn computer op. Met snelle muiskliks voer ik een aantal handelingen uit en dan wacht ik af.

Na een tiental seconden klinkt er uit het kantoor van Jasmijn een diepe zucht, als die van een vrouw die na een horrorbevalling van vierentwintig uur eindelijk haar kind in haar armen sluit.

‘God bestaat. Ik weet het zeker. God bestaat,’ prevelt ze.

‘Zeg maar gerust Esmée,’ zeg ik als ik weer naast haar sta.

‘Heb… Heb jíj dit gemaakt?’

Ik knik.

‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’ Jasmijn staart naar het scherm met daarop de Prezi-presentatie die ik haar zojuist heb gemaild. Kant-en-klaar. Helemaal uitgedacht. Ik was bijna vergeten dat ik me daarmee had geamuseerd die middag dat ik zo ontzettend ongepland niet-pragmatisch liep te wezen. Hij is in feite helemaal klaar om voor te dragen. Ze hoeft hem alleen maar even goed door te nemen zodat ze zelf ook weet waar het over gaat.

‘Kom, ik zal het je even laten zien.’

Ik leid haar door de presentatie. Eerst puntsgewijs, verklarend, later steeds verder uitgewerkt: ‘Het idee erachter is dat de lezeres het gevoel moet krijgen dat ze een goede vriendin van Kiona is, dat ze een gast op haar bruiloft had kunnen zijn. In Lief & Leed met de Laseurs zal zoals gewoonlijk alleen gefocust worden op de trashy glamourkant. Door daar met ons themanummer juist zoveel mogelijk bij weg te blijven, kunnen we een ander en wellicht ook breder publiek bereiken.’

‘Okeee,’ zegt Jasmijn. Ze klinkt nog wat twijfelend.

Ik ga verder: ‘Doodgewone issues rondom een bruiloft waar elke bruid tegen aanloopt, worden uitgelicht. Zoals de keuzestress over de jurk. Ook al koopt de doorsnee lezeres haar jurk bij Bruidswinkel Jannie & John in Putjebroek en shopt Kiona bij de grote ontwerpers der aarde, de twijfels blijven hetzelfde: wel of geen sluier? Sneeuwwit of crèmekleurig? Strapless, spaghettibandjes of een mouwtje? Ook al moet de gewone sterveling alles zelf regelen en heeft Kiona de beste wedding planner, uiteindelijk moet ze zelf haar keuzes maken. En zelfs al heeft Kiona een heel management om zich heen, haar moeder en haar aanstaande schoonmoeder zullen zich óók willen bemoeien met het feest. Hoe verloopt zoiets dan? Snap je?’

Jasmijn knikt bedachtzaam.

Ik ratel verder: ‘Daarnaast kunnen we natuurlijk ook smeuïge dingen doen. In de quoterubriek: valse uitspraken die andere BN’ers ooit over hen deden, met daaronder de terugkerende vraag: zal deze “vriend” wel of niet uitgenodigd worden? Op de gossippagina’s alle roddels over de vermeende affaires van Jay-Nay: waarheid of leugen? En in de moderubriek kunnen we glamourbruidsjurken laten zien in de stijl van Kiona, maar dan van betaalbare merken met gewone­mensenprijzen. De setting van de reportage kan gekscherend een kneuterig feestzaaltje zijn bij Partycentrum De Postkoets in Putjebroek of zo.’ Ik kijk even of Jasmijn me nog kan volgen. Ze knikt. ‘Ook Jay-Nay moeten we natuurlijk niet overslaan,’ ga ik verder. ‘In een reportage kunnen we hem het gezicht geven van een alledaagse man. Wat zijn, naast zijn kwaliteiten als succesvol rapper, zijn mindere kanten? Is hij slordig? Een tikkeltje lui? Hoe zal het huiselijk leven van hem en Kiona eruitzien? Heeft hij een ochtendhumeur? Welke guilty pleasures hebben ze? Rookt hij stiekem sigaretjes op de wc? Propt zij zich tijdens een PMS-aanval helemaal vol met chocoladetaart? Zijn ze stiekem verslingerd aan een foute soapserie? Zit zij ’s avonds in een Snuggie op de bank? En masseert hij dan haar voeten? Dat soort dingen. Menselijkheid willen de lezers zien!’

Ik raak steeds enthousiaster. Man, man, man. Dit is zo’n project waar ik mijn ziel en zaligheid in zou gooien als ik redactiechef was. Dit zijn de krenten in de pap.

Jasmijn lacht even snurkend bij het woord Snuggie. Af en toe herhaalt ze iets, alsof ze een rijtje Franse woordjes in haar hoofd probeert te stampen: ‘Bruidswinkel Jannie & John. Putjebroek. PMS-aanval.’ Naar mijn idee zijn het allemaal net de verkeerde woorden, maar goed, we hebben altijd de Prezi nog. Die heb ik trouwens opgeleukt met foto’s van Kiona en Jay-Nay, waar ik heel erg Perez Hilton-achtig met een stift details heb omcirkeld en van commentaar voorzien.

Jasmijn lacht door haar zenuwen heen: ‘Echt leuk, joh!’

De spanning die ik eerder voelde glijdt van mijn schouders. Het komt wel weer goed tussen ons, we hebben even onze weg moeten vinden, maar dat lijkt nu voorbij.

‘Nu moeten we dus alleen die Kiona, Jay-Nay en hun management zover krijgen dat we hen mogen interviewen over een aantal van deze onderwerpen en dat we zoveel mogelijk informatie krijgen over de ontwerper van de jurk, de trouwlocatie, misschien wat foto’s uit het familiealbum van de Laseurs of zo. Dat is nog wel even een dingetje. Maar daar mag Morris over beslissen,’ besluit ik. Het is erop of eronder met deze presentatie: of de directie vindt het geweldig of ze vinden het helemaal niets. Dat laatste houd ik maar voor mezelf.

Precies op dat moment vliegt de deur van Jasmijns kantoor open. Morris stormt binnen. Hij hijgt, hij ziet er verwilderd uit, maar zijn dikke glanzende gelhaar geeft geen krimp. ‘Jasmijn, ben je er klaar voor?’

Als Jasmijn nog niet in paniek was, dan is ze het nu wel. Verschrikt kijkt ze me aan. Ik doe mijn best een geruststellend gezicht te trekken.

Ook Morris kijkt me aan, met een blik die aangeeft dat hij zijn geheugen afgraaft wie ik ook alweer ben en wat ik hier doe. Ik haal mijn schouders op en besluit hem een hint te geven: ‘Ik zal de vergaderruimte in orde gaan maken,’ zeg ik, en ik loop weg om de daad bij het woord te voegen. Geen tijd te verliezen. Het is tien voor tien en er is waarschijnlijk nog geen beamer geregeld, geen koffie, geen kopjes.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen