Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 19: 'Niet weggaan! Alsjeblieft,
blijf hier!'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée Jasmijn opnieuw behoedde voor een afgang door haar te helpen bij het voorbereiden van een presentatie. Maar de presentatie zelf, die moet Jasmijn toch echt in haar eentje doen. Als Esmée dat tenminste kan aanzien. Want o, o, oh...

Een voor een druppelen ze de vergaderruimte binnen: Morris, de directieleden, directiesecretaresse Larissa (waarschijnlijk voor de notulen) en als laatste, met een hoofd als een oververhitte tomaat, maar met enigszins gefatsoeneerde haren, Jasmijn. Verwilderd scant ze de ruimte en de mensen die erin zitten, de angst staat in haar ogen. Ik houd mijn hart vast. 

Ik ben niet uitgenodigd voor deze meeting, dus zodra ik de apparatuur heb aangesloten en iedereen heb voorzien van koffie of thee, loop ik richting de deur.

‘Nee, wacht!’ roept Jasmijn. ‘Ik eh… weet niet precies hoe dit apparaat werkt.’ Ze zwaait met de afstandsbediening van de beamer. Er zitten maar zes knopjes op, als je de rode on/off-knop tenminste niet meerekent. Het is echt niet moeilijk. Ik loop naar voren en verduidelijk zachtjes de betekenis van elk knopje.

Verontschuldigend kijkt Jasmijn naar haar toehoorders. ‘Wauw, wat een supermodern spul hebben we hier.’

Hier en daar wordt een wenkbrauw opgetrokken.

Morris schraapt zijn keel. ‘Laten we beginnen.’ Ongeduldig wiebelt hij met zijn rechtervoet die steunt op de knie van zijn linkerbeen, de standaardpose als hij geen iPad in de buurt heeft.

Als ik me wil omdraaien grijpt Jasmijn mijn pols en fluistert: ‘Niet weggaan! Alsjeblieft, blijf hier!’

Dat lijkt me inderdaad beter, maar lastig uitvoerbaar. Wat heeft een assistente hier nog te zoeken als de koffie eenmaal is ingeschonken? Notulen hoef ik blijkbaar niet te maken. Ik besluit het er toch op te wagen en neem stilletjes plaats op een vergaderstoel achterin. Morris kijkt even verstoord om maar begint dan aan een inleiding, waarna hij het woord aan Jasmijn geeft.

Haar zelfvertrouwen lijkt enigszins te zijn teruggekeerd en enthousiast gaat ze van start. Ze leest de sheets op, herleest af en toe, laat hier en daar een pauze vallen, lacht een keer. Als je niet zou opletten, klinkt het als een prima presentatie.

De realiteit is anders. Het is maandag, het is nog vroeg. Iedereen is fris en monter en vol aandacht. De eerste vragen komen al snel.

‘Interessant, dat menselijke aspect, maar is dat echt waar de lezer op zit te wachten?’

Jasmijn antwoordt wat we hebben voorbereid: dat het ons juist kan onderscheiden van de realityserie die alleen maar om glamour draait, en alle andere bladen die waarschijnlijk ook voor deze invalshoek zullen gaan.

‘Is dat hele bruidsjurkgedoe niet een beetje passé?’ vraagt directielid Olaf Mentink.

Maar dat is wat de lezers willen! denk ik. Die Olaf heeft een sympathiek hoofd, maar blijkbaar totaal geen kaas gegeten van vrouwen en bruiloften.

Jasmijn zegt niets.

‘Verwacht je hiervoor de medewerking te krijgen van het management van Jay-Nay en Kiona?’

Als ze slim zijn wel, denk ik. Het eindelijk eens belichten van hun menselijke kant zal hun juist nieuwe fans opleveren. Ik probeer deze gedachten via telepathie op Jasmijn over te brengen. Ik houd mijn ogen strak op haar gericht en blijf de zin in mijn hoofd herhalen.

‘Eh…’ stamelt Jasmijn alleen. Haar wangen kleuren weer wat op en ze haalt snel een hand door haar haar.

‘Je noemt legio reuze-originele ideeën, maar het budget moet nog vastgesteld worden. Het lijkt onmogelijk om deze allemaal uit te voeren. Welke onderdelen moeten we wat jou betreft echt inzetten?’

De bruidsjurkenreportage in De Postkoets! De exen-lijst! De Photoshop-geintjes met de bruid en bruidegom! De quotes! De ‘What to wear’-rubriek. Ik moet moeite doen ze niet hardop te roepen, dat zou raar zijn. Veel van deze voorbeelden kent Jasmijn niet. Ik heb ze niet opgenomen in de presentatie, ze zitten alleen in mijn hoofd.

Ze krijgt het nu zichtbaar zwaar. De tomatenroodheid in haar gezicht keert terug, ze stamelt en ze zweet. Haar jasje heeft ze na een kwartier al uitgetrokken, met als gevolg dat iedereen kan zien hoe de oksels van haar lichtroze Calvin Klein-tuniek langzaam naar knalroze verkleuren.

Ze kijkt me hulpeloos aan en haalt licht haar schouders op.

Geluidloos vorm ik met mijn mond de woorden ‘postkoets’, ‘exen-lijst’, ‘jeugdfoto’s’. Bij dat laatste maak ik een gebaar alsof ik een foto maak. Ik voel me net de mevrouw van het dovenjournaal.

Jasmijn staart me aan als een goudvis. Ik herhaal de woorden en het gebaar nog een keer. Ze lijkt het niet te begrijpen en besluit daarom om me maar te negeren. Ze kijkt het zaaltje een keer rond en begint weer te praten. Nou ja, ze bazelt. De vragen worden steeds directer. Het is duidelijk dat de directieleden geïrriteerd raken als Jasmijn haar eigen plannen niet kan verdedigen.

‘Op papier ziet het er geweldig uit, maar je hebt blijkbaar totaal nog niet nagedacht over de uitvoering.’

Dat heb ik wel! wil ik roepen. In plaats daarvan duw ik een gebalde vuist tegen mijn mond.

‘Hoe kunnen we onze goedkeuring geven aan iets wat evenveel kans heeft om een flop als een succes te worden?’

‘Inderdaad. Hartstikke leuk bedacht, zo’n thema-issue om het ego van de doorsnee sneue huppeltrut een boost te geven, maar als de uitvoering niet goed doordacht is – waar het ernstig op lijkt – slaan we de plank volledig mis.’ Deze komt van Morris, die zich tot nu toe stil heeft gehouden. Wat is het toch ook een poephoofd.

Als dit nog langer zo doorgaat vrees ik dat Jasmijn ontploft. Of flauwvalt. Of allebei: dat ze exploderend ter aarde stort. Hoe grappig me dat ook lijkt, ik kan er niet langer tegen. Haar eigen baas die haar afvalt ten overstaan van de directie, haar gestotter, de paniek in haar ogen. Ik trek dit niet. Het is als een aflevering van Dr. Phil. Die wil je eigenlijk ook niet zien, maar als je er per ongeluk langs zapt kom je niet meer weg. Je wilt gewoon iets doen voor die mensen (in mijn geval meestal: hen aan hun haren de studio uit sleuren). Ik moet ook iets doen. Nu. Er moet toch iets zijn waarmee ik Jasmijn kan helpen? Wanhopig kijk ik om me heen. Mijn blik blijft rusten op de flip-over die een eindje verderop staat, vlak bij de inham met de kapstokken. Dan krijg ik een ingeving.

Ik sta op om nog een rondje met de koffiekan te maken, blijkbaar tot grote ergernis van Morris die me verstoord aankijkt. Normaal gesproken pakt iedereen zijn eigen koffie of thee. Het geeft Jasmijn in elk geval de tijd om even op adem te komen. Enerzijds – ik geef het niet graag toe – geniet ik van haar gestuntel. Net goed. Laat haar maar eens voelen dat het heus niet zo makkelijk is en dat het bedenken en verpakken van de juiste ideeën een gave op zich is. Maar anderzijds: ze is nog steeds mijn vriendin, ja? Mijn vriendin! Ik moet dit gewoon doen. Dr. Phil, weet je wel. Iemand moet het doen.

Als ik bij de laatste persoon ben aanbeland, draai ik me om en geef Jasmijn een vette knipoog. Ik loop naar de tafel achterin, naast de flip-over, om er zogenaamd de lege koffie- en theekannen op te zetten. Voorzichtig begint Jasmijn weer te praten. Niemand let op mij. Zo stilletjes mogelijk til ik de flip-over op en begin ermee te lopen. Gelukkig is hij niet zwaar. Omdat iedereen zich weer vol ijver op Jasmijn stort, valt het niet op dat ik hem naar de inham verplaats. Zelf ga ik er ook in staan, zo ver mogelijk naar achteren. Jasmijn kan me vanuit haar positie goed zien, en verder waarschijnlijk alleen Morris als hij zich zou omdraaien. Dat laatste moet absoluut niet gebeuren, maar in een noodgeval kan ik altijd nog wegduiken achter die ene regenjas die aan de kapstok hangt. Dan ben ik gewoon een jas op pootjes.

Als ik de stift oppak merk ik dat ik glibberige handen heb. Oeh, wat is dit eng. Ik kijk nog een keer naar Morris’ rug en begin dan voorzichtig te schrijven: bruidsrepo Postkoets / exenlijst / jeugdfoto’s. Ondanks dat ik zo zacht mogelijk druk maakt de stift een piepend geluid op het papier. Geschrokken kijk ik op, maar Morris lijkt niets in de gaten te hebben. Onderuitgezakt zit hij te luisteren en ondertussen speelt hij wat met een potlood.

Ik zie dat Jasmijn even met haar ogen knijpt om te lezen wat ik geschreven heb.

‘Sorry,’ zegt ze tegen haar toehoorders, opeens een stuk kalmer. ‘Ik was daarnet wat van slag door zoveel vragen tegelijk, maar ineens schieten me weer wat details te binnen over de invulling van de rubrieken. Ik zou daar graag even op terugkomen.’ Ze begint de voorbeelden te noemen die ik opschrijf. Ze legt ze uit, vult ze aan. Het klopt niet altijd, maar goed, het klinkt in elk geval niet volslagen belachelijk.

Bij elke hapering die ik bespeur schrijf ik razendsnel een paar steekwoorden op. Het zijn vaak net de aanwijzingen die ze nodig heeft om weer op gang te komen. Een hele tijd gaat dit prima, heel prima zelfs. Ik begin er net over te fantaseren om ons aan te melden voor het televisieprogramma Hints, als dat tenminste nog bestaat, en in gedachten zie ik ons er al vandoor gaan met de hele prijzenkast. Totdat Jasmijn ineens besluit te gaan freewheelen en mijn ‘Photoshop-geintjes’ ontcijfert als ‘pornoshop-geintjes’. Langzaam en twijfelend leest ze het op: pornoshop-geintjes.

Ze knippert even met haar ogen en start dan een verhaal over Jay-Nay die naar een pornoshop gelokt moet worden voor een geintje met een dildo en iets met een prostituee en een verborgen camera en o, het is echt vreselijk. Ik wil wegrennen, mijn vingers in mijn oren stoppen of heel hard gillen. Ondertussen doe ik wat het verstandigst is: ik schud wild van ‘nee’ en gebaar dat ze moet kappen door het bekende time-outteken in te zetten met mijn rechterhand haaks op mijn linkerhand. Ze snapt het niet. Nee, erger nog: het spoort haar alleen maar aan. Blijkbaar ziet ze het als een gebaar voor seks. Dat spelletje Hints moet ik maar snel vergeten. Met nieuw elan begint ze haar verhaal aan te vullen met gedetailleerde beschrijvingen van verschillende standjes. Hier en daar hoor ik de aanwezigen gniffelen. Mijn time-outteken doet ze nu ook na, maar dan in het groot. Met haar hele lichaam beweegt ze mee. ‘De notenkraker’ noemt ze het. Ook Morris’ schouders beginnen te schokken. Omegodomegodomegod. O. Mijn. God.

Pas als ik zwetend en rood aangelopen het overbekende snijgebaar langs mijn hals maak en ondertussen zo duidelijk mogelijk het woord ‘stop’ vorm met mijn mond, begint ze eerst te haperen, vervolgens langzamer te praten en dan stopt ze abrupt. Veel te laat. Haar gezicht betrekt en ik zie haar aarzelen hoe ze nu verder moet. Snel maak ik een gebaar alsof ik een foto maak en vervolgens doe ik alsof ik aan het shoppen ben met een denkbeeldige tas. Beide woorden plak ik met mijn handen aan elkaar en dan zie ik het kwartje langzaam op zijn plek vallen. Eindelijk beseft ze dat ik Photoshop bedoel. Géén pornoshop.

Het is stil, heel even maar. Dan begint ze hard en lang en hysterisch te lachen.

‘Ha! Ha! Ha! Ha! Ha! Jullie waren er allemaal in getrapt, hè?’ Triomfantelijk kijkt ze de aanwezigen aan. ‘Natuurlijk gaan we Jay-Nay niet naar een pornoshop lokken. Kom nou! Ik wilde er alleen even voor zorgen dat ik jullie volledige aandacht heb. We gaan namelijk nog veel leukere dingen doen. We gaan fotoshoppen!’ De laatste lettergreep houdt ze wat langer vast, alsof ze een tv-presentator is die een overbekend en hilarisch spelonderdeel aankondigt.

Ik sta versteld van zoveel creativiteit. Bijna barst ik in lachen uit. Geweldig! Van opluchting glijdt de stift zowat uit mijn zweterige handen. Ik grijp hem stevig vast en ga weer door met het opschrijven van steekwoorden.

Op een bepaald moment staat het bovenste vel helemaal vol. Ik zal het moeten omslaan, maar dat gaat zeker geluid maken. Gespannen kijk ik naar Morris. Die zit met zijn potlood in zijn oor te pulken. Ieuw.

Jasmijn ziet mijn paniek en gaat harder praten. Heel voorzichtig pak ik het blad vast. Met een grote, langzame beweging sla ik het naar achteren. Het maakt geluid, maar niet zo hard als ik had verwacht. Niemand lijkt iets in de gaten te hebben. Morris heeft het potlood uit zijn oor gehaald en begint op zijn gemak de opbrengst te bestuderen. Ik ril een keer, pak mijn stift en ga weer verder.

*

Na een laatste vragenrondje rondt Morris de meeting af. Snel draai ik de flip-over om, met de tekstkant naar de muur. Dan loop ik naar de deur. Als een stewardess ga ik ernaast staan en wens iedereen die vertrekt nog een fijne dag. Zodra Morris me opmerkt zegt hij verbaasd: ‘Hé Dingetje, wat doe jij hier eigenlijk nog? Heb jij niets belangrijkers te doen? Telefoontjes aannemen of zo?’ De minachting druipt van zijn stem. Ik kijk even naar het potlood dat hij achter zijn oor heeft gestoken. Als ik meer lef had zou ik het achter zijn oren vandaan grissen – eerst afvegen aan zijn blouse – en daarna keihard in zijn ballen prikken.

‘Ik kwam net weer binnen,’ antwoord ik. ‘Ik heb een persoonlijke boodschap voor Jasmijn.’

‘Allemaal prima, maar dat kan best even wachten.’ Zonder mijn reactie af te wachten loopt hij door naar voren, waar Jasmijn bezig is nogal ongevoelig de usb-stick uit de laptop te verwijderen.

‘Goede ideeën, Jasmijn,’ zegt hij gluiperig. ‘Je kwam wel wat moeilijk op gang. Zenuwen?’ Hij houdt zijn hoofd scheef, waarschijnlijk omdat hij in films heeft gezien dat mensen dat doen als ze medeleven willen tonen. Echt ieuw.

Jasmijn knikt beduusd.

‘Nergens voor nodig hoor. Het ging prima. Je hebt gekozen voor een gewaagde, maar slimme aanpak. Als het management van Kiona en Jay-Nay medewerking verleent, heeft dit de potentie ons beste special issue ooit te worden.’ Hij klopt Jasmijn een paar keer driftig op haar rug.

Jasmijn gaat recht staan. Ze schikt snel haar haren. ‘Dank je. Ik heb er veel tijd in gestoken. Ik wist dat het gewaagd was, maar ik wist ook dat we een afwijkende invalshoek moesten kiezen om er echt een ‘special’ issue van te maken. Ik ben heel dankbaar dat ik deze prachtige kans heb gekregen. Kiona en Jay-Nay zijn voor een redactiechef natuurlijk gewoon een geweldige uitdaging.’

Okeee… Prachtige kans? Geweldige uitdaging? Volgens mij waren dat míjn woorden. Die van Jasmijn waren als ik me goed herinner ‘rotklus’ en ‘ik haat zijn irritante muziek en haar nog irritantere smoel’. Naar mijn bescheiden mening begint ze zelf een tikje irritant te worden.

De kleur van Jasmijns hoofd is inmiddels afgezakt van rood naar rosé en nu ze haar jasje weer aan heeft getrokken zie je niets meer van haar eerdere transpiratie-uitbraak.

‘En tja, die slimme aanpak: daar stond ik in mijn vorige baan ook al om bekend,’ voegt ze er met een lieve glimlach aan toe.

Jezus. Jézus. Pfff. Je kunt ook overdrijven. Ik snap best dat ze niet tegen Morris kan zeggen dat ik die hele presentatie in elkaar heb geflanst, maar een kleine verwijzing of bedankje was hier wel op zijn plaats geweest. Gewoon erkenning dat ze een paar ideeën had gebruikt die haar geweldige assistente had aangedragen, zeker nadat ik zowat mijn baan en mijn leven voor haar op het spel heb gezet. Hier ga ik haar zó op aanspreken straks.

‘Precies! Precies!’ Morris staat heftig met zijn hoofd te schudden. ‘Echt gewoon op het randje van briljant.’

Nu word ik misselijk. En pissig ook, op hen allebei.

Als hij mij ziet staan, beëindigt Morris het gesprek. ‘O ja. Koffiejuffie hier wilde je ook nog spreken.’

Jasmijn schatert het uit over zoveel flauwe humor. Ze gooit haar hoofd in haar nek. ‘Vertel het eens Esmée, wat is er aan de hand?’

Woedend kijk ik haar aan. Ze lijkt het niet te zien.

‘Nou, dag Morris. We babbelen binnenkort nog wel verder over de details.’
Als Morris eindelijk opgerot is, kijk ik haar nog steeds furieus aan. ‘Ik neem aan dat je daarvoor ook weer mijn diensten wilde inschakelen?’ Ik kook vanbinnen en ga ervan uit dat dit ook van buiten zichtbaar is, maar Jasmijn lijkt niets te zien.

‘Ach, Esmeetje, je snapt het toch wel? Zo werkt het nu eenmaal in de zakenwereld.’ Ze pakt me bij mijn schouders en kijkt me lachend aan: ‘Kom op, joh! Ik maak het goed met je binnenkort, heus waar. Hartstikke bedankt voor alles. Echt!’ Ze lijkt oprecht en ik word al iets rustiger.

Ze begint haar spullen bij elkaar te rapen. Ik blijf er even naar kijken. Langzaam zakt mijn woede. Heeft ze gelijk? Werkt het zo in de zakenwereld?

Jasmijn loopt op een holletje de zaal uit. Bij de deur stopt ze nog even en gebaart naar de koffie- en theekannen. ‘Ruim jij die even op?’ 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen