Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 31: 'Ik hoor Jasmijn
een gesmoord gilletje slaken'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée de kantooroorlog verklaarde aan Jasmijn. Nadat Jasmijn aanvankelijk verbouwereerd reageerde, herpakte ze zich. Deze week gaan de dames nog even door met hun guerillastrijd. Graaf je in voor een paar nieuwe precisiebombardementen. 

Beste collega’s,

Resente onderzoeken hebben aangetoont dat chocola zeer ongezond is en bovendien een slechte uitwerking heeft op het concentratievermogen. Daarnaast weten we allemaal dat chocola een enorme dikmaker is. Mede vanwege de toenemende veronrustende berichten over obesitas en de nadelige gevolgen hiervan voor werkgevers, heb ik helaas moeten besluiten dat vanaf nu geen enkel chocoladeproduct meer is toegestaan op de werkvloer. Ik vertrouw op jullie begrip en medewerking.

Met vriendelijke groet,

Jasmijn

Jasmijns memo vol spelfouten volgt vrijwel direct op mijn precisiebombardement van deze ochtend. Het leek me namelijk wel leuk om haar op stang te jagen met wat disfunctionerende apparatuur en een ongepland bezoekje van ‘die zweterige nerds van ict’, zoals Jasmijn ze noemt.

Gisteravond, toen ze al weg was, heb ik de sensor van haar muis afgeplakt. Als gevolg daarvan wilde het ding vanmorgen uiteraard niet werken. Na een hoop gezucht en gevloek vanuit haar kantoor belde ze na tien minuten of ik iemand van de helpdesk kon sturen, iets wat ik natuurlijk graag deed. Ik vroeg speciaal naar Willem, de stotterende, licht onhandige en ietwat sociaal gehandicapte medewerker. Persoonlijk is hij mijn favoriet. Hij gaat altijd tot het uiterste om je te helpen en als hij zich wat meer op zijn gemak voelt, maakt hij zelfs grapjes. Oké, hij zweet een beetje en hij staat altijd net iets te dicht op je aura, maar hij is wel de beste en daar ging het toch om, nietwaar?

Zoals verwacht stond Willem al binnen een minuut op de stoep. Ondanks het vroege tijdstip rook hij al naar een vrachtwagenchauffeur die twee weken ongedoucht in zijn slaapcabine had liggen marineren. Zijn lach was onzeker maar hulpvaardig.

‘Fijn dat je zo snel kon komen, Willem. Jasmijn verwacht je al.’ Ik gebaarde naar haar deur en gooide er ook nog een knipoog in. Van onzekerheid begon Willem hinnikend te lachen waardoor zijn tandvlees nog verder werd blootgelegd. Ik zweer je, toen hij naar binnen liep hoorde ik Jasmijn een gesmoord gilletje slaken.

Ik spitste mijn oren en genoot. Veertien hele minuten lang.

Jasmijns irritatie leek met de seconde te groeien, te horen aan haar gezucht en aan de korte antwoorden die gaandeweg steeds sarcastischer werden: ‘Geen idee, Willem. Jij bent hier de muizenneuker’ en ‘Schiet het al op? Ik kan niet veel langer aanzien hoe jouw trillende handjes mijn spullen bepotelen.’ Willem liet zich echter niet uit het veld slaan. Ik was trots op hem, zo kende ik mijn Willem. Volhardend. Tot aan het gaatje. Zweterig. Hinnikend. Dat laatste hoorde ik trouwens veel, tot mijn genoegen. Totdat Willem uiteindelijk het plakband ontdekte. Ik had het uiteraard zo gedaan dat het een ongelukje leek. Een klein, afgerafeld stukje dat toevallig aan de bewegingssensor was blijven hangen.

‘P-p-potverdorie, ik heb het. K-k-kijk hier! Je sensor is geblokkeerd.’

Het duurde even, maar toen hoorde ik het kwartje vallen bij Jasmijn. ‘En wat denk je, Willem? Zit dat daar expres of per ongeluk?’ Ze zei het extra hard en ik kan me zo voorstellen dat ze haar handen als een megafoon aan haar mond zette en in de richting van mijn bureau riep.

‘I-i-ik zou het niet kunnen zeggen, Jasmijn.’

Om het zout nog wat dieper in de wond te wrijven, liep ik meteen na Willems vertrek haar kantoor binnen. Het rook er inmiddels naar een kantine vol chauffeurs met overactieve zweetklieren.

‘En, is het opgelost? Pfoe, wat meurt het hier. Zal ik een raam openzetten?’ Ik hield mijn hoofd even schuin. ‘Ach nee, ik vergeet elke keer dat de ramen van jouw kantoor niet open kunnen. Balen. Nou ja, het zal over een paar uur vanzelf wel wegtrekken.’

Jasmijns gezicht liep rood aan terwijl ze haar ogen strak op haar beeldscherm gericht hield. Ik weet niet of het mijn verbeelding was, maar er leek stoom uit haar oren te komen.

*

Na een kwartiertje verscheen dus de chocoladememo. Alsof ik gek ben, natuurlijk ben ik de enige van de hele afdeling die deze mail heeft ontvangen. Chocoladeverbod, me reet. Demonstratief mik ik het in mijn digitale prullenbak, wat me veel minder voldoening geeft dan wanneer het van papier was geweest en ik het lekker had kunnen verscheuren, liefst voor haar neus, om het daarna met een welgemikt boogje in het ronde archief te gooien. Ik twijfel even of ik het mailtje om die reden uit zal printen, maar nee. Onze oorlog moet zich in de loopgraven blijven afspelen en niet openbaar, en dat weet Jasmijn. Net zoals ze blijkbaar heel goed weet dat chocolade een van mijn eerste levensbehoeften is.

Met een grijns op mijn gezicht trek ik mijn bureaulade open en pak er een Mars uit. Ik hoop dat ze dadelijk voorbijloopt.

Het blijft niet bij die ene mail. Jasmijn is goed op dreef. De rest van de dag laat ze me geen minuut met rust, het ene nog stommere klusje volgt direct op het vorige. Een artikel voor de derde keer controleren op spelling (omdat ze er zogenaamd nog wat dingen in gewijzigd heeft – zonder track changes te gebruiken), met spoed printen/kopiëren/scannen. Naar de afdeling financiën lopen om declaratieformulieren te halen. Contact opnemen met Hanks tandarts om te verifiëren of hij zijn originele tanden nog heeft. Futiel, onnozel, stom, maar helaas wel allemaal binnen mijn functieomschrijving of betwijfelbaar op het randje, en zogenaamd urgent. Jasmijn begint hier ook goed in te worden, ik moet het haar nageven. Maar ik krijg haar nog wel.

*

’s Avonds ben ik gesloopt en mijn humeur wordt er niet beter op als Hugo belt om te zeggen dat hij per se naar een netwerkborrel moet en dus niet naar mij kan komen. Ik ben zwaar teleurgesteld. De woensdagavond is echt van ons. Halverwege de werkweek elkaar even zien, samen een filmpje kijken, het is ons moment en ik kijk er altijd naar uit.

‘Alweer?’ Ik voel me net een getrouwd stel waarvan de vrouw tegen beter weten in vraagt of hij nu alsjeblieft een keer zelf zijn vuile sokken in de was wil gooien. Maar hallo! Een netwerkborrel. Ik bedoel: mijn god, hoeveel kan een mens netwerken? In die stomme huizenbranche? Een huis is een huis, mensen willen het kopen of niet. Hoe moeilijk is dat? Ik word hier echt droevig van.

‘Ik beloof je dat het voorlopig de laatste is.’ Zijn stem klinkt net zo droevig als ik me voel.

‘Zie ik je morgen dan?’ probeer ik nog, tegen beter weten in. Op donderdag heeft Huug hockeytraining en de vrijdagavond gaat meestal grotendeels op aan zijn vrijmibo. Dat wordt dan pas weer zaterdag eer ik hem echt zie. Terwijl ik zo graag met hem had willen lachen over mijn kantoorperikelen. Hij zou me vermanend toespreken dat het kinderachtig was. (Hij heeft in mijn conflictjes met de meiden vaak de neiging om hun partij te kiezen, zo voelt het althans. In feite probeert hij me hun kant te laten inzien, tenminste dat zegt hij dan.) Maar daarna zou hij erom kunnen lachen en dan zouden we tijdens het eten van een van mijn culinaire probeersels – ik had al boodschappen in huis gehaald voor een ‘zuurkoolschotel anders’ – een beetje rondzappen en alles en iedereen die voorbijkwam belachelijk maken, maar nu dus allemaal niet. Hij heeft geen idee hoe ik snak naar onze woensdagavondjes, zeker nu ik de meiden niet meer heb om een wijntje mee te drinken of onze maandelijkse dinertjes te houden.

Vanmiddag kwam er nog een niets-aan-de-hand-mail binnen van Mei-Lan over ons eerstvolgende etentje. Ja, doei. Denken die bitches echt dat ik nog meega? Stiekem werd ik er toch triest van. En dat moet ik vanavond dus allemaal in mijn eentje gaan verwerken op mijn bank in mijn rommelige woonkamer (geen zin om op te ruimen) in mijn giraffe-onesie (geen zin in strakke kleren) met een verharende Knurftje op mijn schoot (geen zin om te borstelen).

Vol zelfmedelijden eet ik een pizza tonno en laat Knurftje de stukken die ik niet meer op krijg aflikken, waarna ik ook nog eens mijn onesie in de was kan doen. Mijn leven is een foute soap.

Als ik in bed nog even mijn Facebook check, zie ik dat Huug getagd is in een foto van een collega. Met een belachelijk brede lach staan ze met zijn vieren te proosten naar de camera. Hugo, Joris, Denver en die domme Anouk. Netwerken, o wat vreselijk toch. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...