Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Vrouw sapje
VROUW Glossy

'De voedselindustrie blijkt,
één groot marketingfeest vol beloften!'

V

Vet, suiker, gluten: mag het nou wel of niet? En wie weet het beter: het Voedingscentrum of Rens Kroes? Journalist Fleur Meijer zat jaren vast in een voedseldoolhof vol goeroes en wetenschappers die elkaar állemaal tegenspreken. En vond haar eigen weg.

 

Soms, om mijn lunch wat aangenamer te maken, doe ik een spelletje met mezelf. Je moet wat als eenzame, thuiswerkende freelancer. Dan kijk ik naar mijn bord en beeld me in dat er rond de tafel voedingswetenschappers, bloggende healthvloggers, ­vloggende healthbloggers en overige dieetgoeroes staan, die allemaal commentaar op mijn lunch mogen geven. Mijn lunch is trouwens bijna altijd hetzelfde, namelijk een salade. 

De hersens inslaan

Voornamelijk omdat ik dat lekker vind, en bijkomend voordeel is dat groente bij mijn weten het enige voedsel op aarde is waar de voedingswetenschapper en de dieetgoeroe elkaar nog niet verbaal de hersens om inslaan. 

Maar als ze zien wat er nog meer in die salade zit - tonijn, veel ei, veel olijfolie, mayonaise - en ik ze vertel dat ik ’s ochtends bijna altijd begin met een bakje volvette Griekse yoghurt met zaden en noten, kunnen ze gelukkig toch nog los. 

Kurkuma en kokosolie

'Te weinig variatie!', 'Veel te veel vet!', 'Waar is het brood?', 'Goed zo, geen brood!', 'Waar is het fruit?', 'Denk om je cholesterol!', 'Waarom neem je niet gewoon een healthy kiemgroentenchaismoothie met amaranth-croutons en kurkuma en een theelepel kokosolie?'...

Ach ja, voedingsdeskundigen. Van knappe meisjes met wapperend Ibiza-haar tot middelbare wetenschappers met een broodtrommel onder de snelbinders, ze beweren allemaal dat ze de zin en onzin op het gebied van voeding weten te onderscheiden.

Tweede Glutenoorlog

Jammer alleen dat ze het nooit eens zijn. Al kun je jezelf ook gelukkig prijzen dat ze in elk geval geen wereldpolitiek bedrijven, want dan zaten we inmiddels op de rokende slagvelden van de Tweede Glutenoorlog.

Op zich is wel duidelijk waar deze hausse aan deskundigheid vandaan komt. Er werd, met dank aan internet, nog nooit zo veel gepraat en geschreven over eten als nu. Stonden chefs niet zo lang geleden nog gewoon in hun restaurant te zwoegen voor een ster, nu zijn ze zélf een ster.

Daarbij hebben we tegenwoordig een enorm aanbod aan restaurants en is met 24Kitchen en de vele foodblogs eten alomtegenwoordig. Waar knoflook in de jaren zeventig nog gold als een enge exoot en 'seizoensgroenten' gewoon bittere noodzaak waren in plaats van een hipsterige keuze, kunnen we nu elk gerecht ter wereld maken, met ingrediënten die allemaal voorhanden zijn.

Eten is vandaag de dag niet meer iets wat je nou eenmaal drie keer per dag moet doen om niet dood neer te vallen. Het is een manier geworden om je te onderscheiden. Om je imago een extra zweem van klasse, ­intelligentie en bewustzijn te geven. Ik maak me er zelf net zo goed schuldig aan. Je zou me zelfs een ‘foodie’ kunnen noemen als ik het niet zo’n jeukwoord vond. Eten is ook voor mij Heel Erg Belangrijk. Ik kan naar mijn bescheiden mening heel lekker koken: altijd vers, altijd uitgebreid, geen zielig vlees en altijd zónder pakjes of zakjes.

Die komen er bij mij niet in. Sterker nog, als ik een boodschappenkar voorbij zie komen met fabrieksnasi, fluorescerende kippenbouten, halvarine en bliksoep, voel ik een diep soort medelijden. Gadver. Dat is toch niet te vréten? Sorry, ik geef het toe, enig snobisme is mij niet vreemd.

Voedselsnob

En ik ben bepaald niet de enige voedselsnob. Het aanbod aan ‘eerlijk’, ‘puur’, ‘lokaal’ en ‘ambachtelijk’ eten is enorm, zowel in de horeca als bij de middenstand. Ook dat is niet gek, want met de groeiende interesse in voeding groeide niet alleen het voedselaanbod, maar ook het bewustzijn. We weten dat we minder vlees zullen moeten eten als we de CO2-uitstoot willen verminderen. Dat we eigenlijk vis met een MSC-keurmerk moeten kopen om iets te doen aan overbevissing. Maar dan willen we ook dat de voedingsindustrie kapt met dat geknoei met ons eten. 

Dat ontdekten we bijvoorbeeld door bestsellers als Zout, suiker, vet van onderzoeksjournalist Michael Moss. Hij nam ons mee in de labs van de voedingsgiganten en liet zien hoe voedselwetenschappers daar te werk gaan. Met de modernste technologie stellen ze per product een ‘bliss point’ samen van precies de juiste hoeveelheden zout, suiker en vet. Daarmee programmeren ze onze hersenen zo dat we maar één ding willen: méér. Méér chips, pizza, koek, frisdrank. “They’ve got us hooked,” zegt Moss.

Geknoei met eten

Vlak de impact van een programma als De keuringsdienst van waarde ook niet uit. Keer op keer werd de voedingsindustrie ontmaskerd als nietsontziende boosdoener met als enige drijfveer: een zo goedkoop mogelijk product maken en dat vervolgens voor zoveel mogelijk geld slijten. Ach, wat hebben we allemaal niet voorbij zien komen. Chocola gemaakt door slaven. Nepkaas gemaakt van geharde vetten en smaakstoffen. Groene thee met stukjes kauwgombal. Afgewerkte aardolie verkocht als truffel­olie. Authentieke Italiaanse tomatensaus, stijf staand van de suiker en vulmiddelen. De voedselindustrie blijkt één groot marketingfeest vol beloften. 

Tekst: Fleur Meijer

Naast het dossier Alles over (niet) eten lees je in deze nieuwe editie van VROUW Glossy die vanaf vadaag in de winkel ligt onder andere over:

Seks is mijn werk, Waarom kijken mannen porno, Nooit meer lijnen, Seks, drugs & diarree, De kick en de kater van overspel. Lust wordt vaak geassocieerd met fijne dingen, zoals lekker eten, seks, reizen, spullen die een lust voor het oog zijn. Maar lust kan dus ook omslaan in ‘onkuisheid’, net zoals lekker eten kan omslaan in ‘vraatzucht’: één van de andere hoofdzonden. Deze editie van VROUW Glossy staat in het teken van lust. En ja, daar zoeken we de grenzen wel bij op.
Koop ‘m nu in de winkel.

Gerelateerde onderwerpen