"Eten in het pikkedonker, Wie zou dat leuk vinden om eens te ervaren?", vroeg mijn schoonzus. Natuurlijk, ik! Ik was erg nieuwsgierig hoe het zou zijn, eten zonder dat je iets ziet. Zou het echt anders smaken? Mijn man was net als mijn ene broer totaal niet enthousiast en vond dat ik de rest (twee broers en schoonzussen) moest overtuigen om ergens anders te eten. "Wie gaat er nu met dit mooie weer, in Amsterdam in het donker zitten eten als je net zo goed ergens lekker op een terras kunt zitten?", vroeg hij zich af. Oké, het jaargetijde had beter gekund (of liever slechter), maar ik vond het hoogtijd voor deze nieuwe ervaring.
In de serre van het restaurant, waar het nog licht was, werden we ontvangen en werd ons uitgelegd wat de bedoeling was. We kregen de keuze: of een verrassingsmenu - wel zo leuk met het raden van de gerechten - of kiezen uit vlees of vis. We kozen met z'n zessen het verrassingsmenu met een wijnarrangement en drie BOB-arrangementen.
De bediening in het restaurant werd gedaan door visueel gehandicapte mensen. Onze ober, Jeroen, kwam ons in de hal ophalen en toen werden we – a la polonaise, drie aan drie – het restaurant binnen geloodst. Echt aardedonker! Op de tast en met behulp van aanwijzingen van Jeroen, moesten we op onze stoelen gaan zitten. Jon en Annet waren nogal stil in het begin en moesten erg wennen. Ik voelde me prima na wat tastwerk om me heen. Achter me voelde ik een muur en naast me ook, ik zat dus in een hoek gedrukt. Gelukkig heb ik geen last van claustrofobie. Onze ober Jeroen mochten we roepen wanneer we hem maar nodig hadden (voor refills of toilet). Hij had een armband met belletjes om zodat we hem konden horen aankomen.
Het is enorm lastig om met mes en vork te eten als je niets ziet. Iedere keer zat er maar een heel klein beetje of niets op mijn vork. Grrrr... Frustrerend. Na enige aarzeling, besloot ik verder te gaan met mijn handen. Geweldig! Als kind was ik daar al gek op. Af en toe vroeg ik aan mijn moeder of ik met mijn handen mocht eten en mijn wijze moeder die wel begreep dat dit maar een fase van voorbijgaande aard was, vond het goed. Verzaligd slurpte ik zelfs de appelmoes uit het kommetje dat ik met mijn vingers vormde. Hmmmmm.
Het donker was fantastisch. Eten zonder dat je je druk hoeft te maken dat de sla nog uit je mond hangt of dat het vet (het vlees was moddervet!!) langs je kin druipt. Niet denken hoe je erbij zit, lekker in elkaar gezakt, eten als een beest. Het viel me op hoe prettig ik het vond niet gezien te worden, nog prettiger dan zelf niets te zien (dat vond ik – tijdelijk natuurlijk - ook wel lekker, rustgevend). Zou ik me onbewust toch vaak drukker maken om hoe anderen me zien, dan dat ik zelf denk? In ieder geval vind ik dat je je in het donker meer op de smaak en de geur kunt concentreren en ondertussen heerlijk kunt praten met je tafelgenoten, zonder dat je je om je uiterlijk hoeft te bekommeren of dat je wordt afgeleid door hun uiterlijk.
De meningen over het succes van dit experiment waren erg verdeeld. Mijn broer en man stonden naast hun stoel zodra we de laatste hap van het toetje op hadden en in de gang stonden mensen die zelfs halverwege de maaltijd gevlucht waren door een gevoel van claustrofobie.
Ik zou zeggen: probeer het eens zelf en laat me weten hoe je het vond!
Kirsten Donders