Daantje leek leeftijdsloos, maar in werkelijkheid was ze slechts een paar jaar jonger dan ik. Iets dat ik nooit goed heb beseft.
"Daantje is dood", zei een oude buurvrouw tegen mij. "Kanker, het ging heel snel. Ze is amper drie maanden ziek geweest." Daar schrok ik van. Ik wist niet eens dat Daantje ook ziek was. De laatste keer dat ik haar gezien heb, is bij benadering twintig jaar geleden. Toen lag ze te slapen op de leren bank van mijn moeder. Haar blonde krullen hingen speels over de leuning en ze had haar felblauwe ogen stijf gesloten. Daantje was een meisje met het syndroom van Down. Ze leek leeftijdsloos, maar was in werkelijkheid slechts een paar jaar jonger dan ik. Iets dat ik nooit goed heb beseft.
Het kwam regelmatig voor dat Daantje ongevraagd bij ons naar binnenglipte. Haar favoriete plek was de kelderkast, om daar met mijn speelgoed te spelen. Van de week fietste ik langs haar ouderlijk huis. Tegenover de hoekwoning is een speeltuin met een zandbak, wipkip en een houten bankje dat kortgeleden opnieuw is geschilderd. Op dat moment was de speeltuin leeg, maar voor mij blijft hij voor altijd gevuld met kinder- en tienerherinneringen. Rooie Berrie die de meisjes in de buurt terroriseerde met zijn pvc-pijp en pijltjes; verstoppertje spelen in het donker; altijd en eeuwig verliezen met knikkeren en asociale buurtbewoners die hun hond uitlieten in het zand. Later werd het bankje in de speeltuin dé hangplek en zat een havo-klasgenoot regelmatig zo stoned als een garnaal giechelend op de wipkip. Tot schrik van zijn en mijn ouders.
Misschien heeft Daantje ons 's avonds gezien als ze vanuit haar slaapkamerraam naar de hangplek keek. De plannen die wij op het bankje smeedden, behoorden voor haar niet tot de mogelijkheden. Studeren in Amsterdam? Of toch maar op kamers wonen in Utrecht? Daarna een verre reis maken naar Australië en tot diep in de nacht feesten in Thailand? De ideeën bruisten als een glas cola waarin een schepje suiker is gegooid. Onze hoofden liepen over van mooie dromen die zo snel mogelijk realiteit moesten worden. Aan de andere kant lag de toekomst van Daantje vast. Zij zou ouder worden binnen de vertrouwdheid van haar ouderlijk huis en daar zou Daantje voor altijd Daantje zijn... Gelukkig in haar eigen wereld. Het liep anders.
Niemand ontkomt aan de nare dingen van dit leven. Ook leeftijdsloze meisjes niet, maar in de kelderkast van mijn moeder huist nog altijd een stukje Daantje. Het eeuwige leven is een optelsom van gekoesterde herinneringen en de wens dat mooie mensen altijd bij het heden blijven behoren.
Maaike van Tussenbroek