Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Vuurwerk
Afdalen in het mannenbrein

Zeg pap, rijd jij even naar Polen
voor wat vuurwerk?

blogger

Jan Willem Vaartjes

D

De zoon van Jan Willem Vaartjes houdt van vuurwerk. Net als Jan Willem zelf vroeger, tot verdriet van zijn hoogst bezorgde moeder. Nu staat hij in tweestrijd: aan de ene kant voelt hij het afgrijzen van zijn moeder door zijn aderen stromen en tegelijkertijd is het roekeloze jongetje in hem opnieuw ontwaakt. Zal hij meegaan op strooptocht naar echt spannend vuurwerk, dat over de grens verkocht wordt?

 

Vroeger, als puber, leefde ik intens toe naar Oud en Nieuw. Ik was tot afgrijzen van met name mijn moeder niet te houden. Zodra de vuurwerkwinkels hun deuren openden, was ik er als de kippen bij om mijn slag te slaan.

We wisten precies waar we moesten zijn voor het beste spul. Samen met mijn matties uit de straat vormden we een heus commandoteam. Een team dat onze buurt moest beschermen tegen rivaliserende indringers uit aanpalende buurten. Met rugzakken vol knalgerei trokken we er op uit. Angst kenden we niet, dan was je een watje. Ik kan de opwinding van die tijd nog voelen als ik mijn ogen sluit.

Mijn moeder stond doodsangsten uit

Ieder jaar werd het knalspul indrukwekkender. Hoe harder, hoe beter. Een levendige zwarte handel in groene en zwarte strijkers bloeide op. 'Normale' astronauten of thunder crackers produceerden maar een laf geluid. Die moesten de meisjes maar gooien. Jongens die het lef hadden om illegaal vuurwerk uit het buitenland in te slaan en dit door te verkopen, waren voor even helden. Daar kon een krantenwijk qua verdiensten bij lange na niet tegenop.

Eigenhandig, stiekem gemaakte 'halve bommen' raakten ook steeds meer in zwang. Het is een godswonder dat er nooit iets brandbaars is mijn rugzak is beland. Dan was het leed niet te overzien. Doodsangsten heeft mijn moeder uitgestaan, vertelde zij mij later een keer.

Naarmate ik ouder werd kreeg ik steeds meer interesse in siervuurwerk. Ik had het wel gehad met dat knalspul, eerlijk gezegd. Het jongetje in mij kwam wat tot rust. Een aantal buurmannen spendeerde bijna hun hele maandsalaris aan indrukwekkende verzameling Bengaalse potten en pijlen. Dat was eigenlijk veel leuker om na te kijken. Scheelde bovendien de nodige duiten.

Even naar Polen voor wat vuurwerk

De interesse in knalvuurwerk is de laatste jaren weer teruggekeerd, niet in de laatste plaats omdat mijn zoon van dertien een vuurwerkminnend persoon is, net zoals bijna al zijn vriendjes. Tot zijn zevende kon ik hem nog blij maken met wat sterretjes en een Romeinse kaars, maar vanaf zijn achtste moesten er toch echt rotjes worden aangeschaft. Dat afsteken gebeurde uiteraard gecontroleerd en onder mijn bezielende leiding.

Vorig jaar had ik trouwens een buurjongen het liefst een rotschop willen verkopen; meneer had zonder enige aankondiging een Cobra 6 pal achter mij gelegd. Filmpjes van capuchondragende figuren die ergens op een kale vlakte in een bos met name Pools vuurwerk afsteken zijn al een tijdje een hit op YouTube. Ik mocht er laatst getuige van zijn toen mijn zoon zo'n filmpje onder mijn neus duwde. 'Knalt hard, hè pap', zei hij vol trots. 'Knalt hard jongen? Dat is een ware explosie', reageerde ik verontwaardigd. Zelfs de best geslaagde 'bom' uit mijn tijd viel daarbij in het niets.

Hij had mij helemaal in de gordijnen toen hij quasi-nonchalant vroeg of we samen niet naar Polen konden rijden. Hij kende iemand die wel een adresje wist waar zoiets te koop was. Een boze blik was voldoende om hem de idiotie van zijn voorstel in te laten zien.

Vader in tweestrijd

Als vader verkeer ik in tweestrijd. Ik voel het afgrijzen van mijn moeder door mijn aderen stromen en tegelijkertijd is het roekeloze jongetje in mij ontwaakt. Mijn zoon voelt dat blijkbaar feilloos aan. Polen is uit zijn systeem, maar heeft inmiddels plaatsgemaakt voor België. Wekenlang heeft hij mij onophoudelijk bestookt met argumenten waarom ik juist in België vuurwerk moet kopen. Zijn belangrijkste argumenten waren: België ligt om de hoek, het vuurwerk knalt harder, is veilig en bovendien goedkoper.

Als klap op de vuurpijl voerde hij ook aan dat alle vaders van zijn klasgenoten al een ritje naar het zuiden hadden gemaakt. Het was niet nodig dat ik deze vaders steekproefsgewijs zou bellen. Ik moest hem maar geloven. Toen bleek dat ik onvermurwbaar was, kondigde hij vorige week aan tafel in een restaurant uit het niets zomaar een hongerstaking aan. Om je direct gerust te stellen: zijn hongerstaking duurde welgeteld een half uur. Zo gaat dat nu eenmaal met die knapen. De lonkende pizza bleek sterker dan zijn wil.

Als een crimineel over de grens

Ik ben uiteindelijk toch naar België gereden deze week. Naar een enorme vuurwerkzaak op een industrieterrein in Maaseik, dat nota bene gelegen is naast een brandweerkazerne. Aan veiligheid geen gebrek in België wat dat betreft. Mijn eigen nieuwsgierigheid was te groot geworden en mijn ruggengraat verweekt. 

Mijn zoon ging mee, samen met een vriendje. Ze keken hun ogen uit en hun kennis van wat wel goed spul was (lees: hard knalt) en wat vooral niet verbaasde me.

Uiteindelijk hebben we vooral siervuurwerk gekocht en een paar knallers. Niets buitensporigs en onverantwoords. Bij het passeren van de grens terug naar huis voelde ik mij wel even een soort crimineel. De jongens waren muisstil, maar toen we eenmaal in Nederland waren hoorde ik ze tegelijkertijd vanaf de achterbank gillen ... Yessss!!!