Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Ouders langs de lijn
Afdalen in het mannenbrein

'Pap, wil je alsjeblieft je mond dichthouden?
Ik speel een wedstrijd!'

blogger

Jan Willem Vaartjes

A

Afgelopen week werd ik gebeld door Editie NL. Ze hadden de naam van mijn voetbalvereniging doorgespeeld gekregen vanuit de KNVB. Of ik namens het bestuur wilde reageren op een voorval dat zich had afgespeeld bij een club in Roosendaal. Een speler is daar weggestuurd omdat zijn moeder zich bij herhaling publiekelijk zou hebben misdragen.

Nu ben ik niet vies van een beetje publiciteit en zeker niet als ik de aanpak van 'lastige ouders' binnen onze vereniging kan uitdragen. Van een camera voor mijn snufferd word ik inmiddels ook niet meer snel nerveus. Binnen één telefoontje was het gepiept en in no time stonden de goedgemutste interviewer en zijn cameraman op ons sportcomplex.

Als een rode draad

Voetbal loopt als een rode draad door mijn leven. Als kleuter stond ik al op een krakkemikkige stoel vanuit het dakraam bij mevrouw Van Dijk (mijn Hongaarse troeteloma) de wedstrijden van Go Ahead Eagles mee te kijken. En toen ik de leeftijd had bereikt dat ik zelf lid kon worden van een voetbalvereniging, lag het inschrijfformulier dezelfde dag nog in de brievenbus. 

In die tijd kenden we nog zoiets als verzuiling. Ik werd vanwege mijn katholieke geaardheid automatisch lid van Hercules. Een vereniging met - laat ik het positief formuleren - opvallende clubkleuren: paars shirt, witte broek en gele sokken. "Val je tenminste wel op", zei mijn immer montere moeder. 

De ballen verstand

Mijn vader was mijn grootste fan. Hij had de ballen verstand van voetballen, maar hij reed mij en mijn teamgenoten overal naartoe. Heel af en toe hoorde ik hem tijdens de wedstrijd vanaf de kant iets onbenulligs kermen. Verder gedroeg hij zich keurig. Net als verreweg de meeste ouders.

Natuurlijk was er ook weleens gedoe met ouders, maar tot echte excessen kwam het niet. De aanspreekcultuur floreerde toen nog. Ging iemand zijn boekje te buiten, dan werd hij daar op aangesproken. Het oogde in ieder geval allemaal een stuk beschaafder dan in deze tijd, waarin ouders hun kind meer en meer lijken te behandelen als halfgoden.

Incidenten met ouders

In de afgelopen jaren ben ik vanuit mijn rol als bestuurslid met enige regelmaat betrokken geraakt bij incidenten met ouders. Dan ging het veelal om vaders. Je schaamt je soms de ogen uit je kop als je hoort welke verwensingen het veld op worden geslingerd, terwijl de kinderen niets anders proberen te doen dan er een leuke wedstrijd van te maken. Scheidsrechters krijgen het ook flink te verduren, terwijl ook zij met de beste bedoelingen op het veld staan. En ja, dan zie je weleens iets over het hoofd. 

Nu heeft iedere ouder ongetwijfeld zijn/haar eigen beweegredenen om zich als een wildebeest te gedragen. Vaak hebben ze het zelf niet eens door en als je er iets van zegt, reageren ze doorgaans eerst verongelijkt. Het-ligt-altijd-aan-een-andervirus is hardnekkig in onze maatschappij. De andere ouders houden zich vaak op de vlakte, maar ergeren zich ondertussen wel kapot. Het lef er iets van te zeggen, ontbreekt vaak.

Het goede voorbeeld

Wie dat lef overigens wel heeft, is mijn bloedeigen zoon. Ook ik sta met enige regelmaat langs de lijn om een wedstrijd van hem te kijken. Doorgaans beperk ik me tot wat aanmoedigende geluiden. Als bestuurslid moet je toch het goede voorbeeld geven, niet waar?

Tijdens een thuiswedstrijd aan het begin van het vorige seizoen liet ik mij even gaan. Hij speelde als een vaatdoek, vond ik. 'Jouw zoon onwaardig', hoorde ik een duivels stemmetje in mijn hoofd tegen me zeggen.

Schaamde me kapot

Zonder aarzeling liep hij tijdens de wedstrijd linea recta op mij af, terwijl alle toeschouwers om mij heen zich afvroegen wat hij in godsnaam ging doen. "Hij zal vast wel geen knuffel komen halen', grapte ik nog in mijzelf.

Eenmaal recht voor me stond hij stil en riep hij met een luide stem, die op de markt niet had misstaan: "Pap, wil je alsjeblieft je mond dichthouden? Ik speel een wedstrijd!" Ik schaamde me kapot en wist even niets te zeggen. Toen hij terug het veld in liep, brabbelde ik nog iets van "Ik houd ook van jou jongen", maar hij ging al weer op in het spel. 

Als ieder kind zijn/haar ouder eens wat vaker zou toespreken, zoals mijn zoon dat deed, dan weet ik zeker dat het nog vaker weer ouderwets gezellig wordt langs de kant. Ik heb mijn lesje in ieder geval geleerd.