Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Afdalen in het mannenbrein

'Mam, ben jij eigenlijk
bang voor de dood?'

blogger

Jan Willem Vaartjes

B

Bij ons thuis was praten over de dood heel normaal. Mijn moeder werkte destijds in de bejaardenverzorging en haast iedere week ging er wel iemand met wie zij een speciale band had opgebouwd, hemelen. Dat werd dan en passant medegedeeld, terwijl de spruitjes werden opgeschept.

"Weet je wie gisteren is overleden?", begon zij dan steevast. Wat dan volgde was een mooi en eerbiedwaardig levensverhaal van de persoon in kwestie.

Eenzaamheid

Het was overigens niet alleen maar de jubelkant van het leven waarover zij vertelde. Zo werd mij en mijn zusje al vroeg in het leven duidelijk wat eenzaamheid met mensen doet. Als je lijf op een zekere leeftijd niet meer in de pas loopt met de geest (of andersom) was je destijds - veel eerder dan nu - overgeleverd aan 'het voorportaal van de dood'.

Want zo zag ik een bejaardentehuis voornamelijk. Als je dan de pech had grotendeels verstoken te zijn van familie en vrienden - omdat ze er bijvoorbeeld simpelweg niet meer zijn of ver weg wonen - dan verpieterden veel mensen.

Immaterieel pensioen

De broodnodige afleiding vond je dan overdag bij elkaar aan de koffietafel voor een kaartspelletje of een andere sociale activiteit. In de avonduren was het vaak akelig stil, zodat het bed iedere avond weer heel vroeg lonkte.

Zo sleepten de dagen zich voort. Ik gruwde van dat vooruitzicht. Misschien dat ik daarom wel te pas en te onpas predik, dat mensen vooral moeten blijven investeren in hun sociale omgeving. Als een soort van immaterieel pensioen.

Liefdevol

Mijn ouders zijn er gelukkig nog en gaan door het leven als een liefdevol, harmonieus, kibbelend stel. Beiden hebben inmiddels een respectabele leeftijd bereikt. Mijn moeder tikt eind deze maand tachtig aan en mijn vader doet dat bij leven en welzijn over twee jaar.

De tijd heeft wel vat gekregen op hun fysieke gestel, maar dat is natuurlijk ook niet zo gek. Hun monden functioneren overigens nog verbazingwekkend vitaal; woorden stromen er nog steeds moeiteloos uit, als kogels uit een mitrailleur.

Naderende dood

Begin dit jaar zat ik met een vriend in de kroeg wat te filosoferen over het leven. We concludeerden dat we in onze handen mochten knijpen met onze ouders. Niet alleen omdat ze nog volop deelnemen aan het leven, maar vooral ook omdat ze ons goed hebben 'afgezet' en nog steeds heerlijke mensen zijn.

We concludeerden tegelijkertijd ook dat we het eigenlijk nooit met onze ouders hebben over hun dood. Op de één of andere manier kost het mij vrij weinig moeite om over de dood van wie dan ook te praten, maar over de dood van mijn ouders? Dat vermeed ik altijd vakkundig... Zelf begonnen ze er ook nooit over, dat scheelt natuurlijk ook.

Vrouwtje van de dag

Ergens vorig jaar zei ik in een jolige bui wel tegen mijn moeder, dat zij inmiddels 'een vrouwtje van de dag' was geworden. Doorgaans kan zij altijd kostelijk lachen om mijn grapjes, maar toen even niet. 'Doe eens normaal jongen', zei ze vermanend.

Misschien wilde ik 'het sprookje van het leven' ook wel niet verstoren. Alsof het leven al een beetje stopt zodra je dit onderwerp aansnijdt. Ik heb ook altijd een hekel aan mensen die op een feestje komen en terwijl ze de jas nog aan hebben al beginnen over hoe laat ze naar huis willen. 

Moed

Ergens in de zomervakantie raapte ik toch alle moed  bij elkaar en nodigde mijzelf voor de koffie uit. Zoals altijd kreeg ik bij binnenkomst een preek van mijn vader, dat ik toch vooral vaker spontaan moest langskomen, terwijl mijn moeder direct informeerde naar de staat van mijn huishouden en het welbevinden van haar kleinkinderen.

Eenmaal op de bank knalde ik de eerste vraag er maar gelijk in. "Mam, ben jij eigenlijk bang voor de dood?", vroeg ik. Ze keek me aan en zonder te vragen waar deze binnenkomer vandaan kwam antwoordde ze resoluut: "Welnee jongen!"

Gecremeerd

"Ik ook niet", zei mijn vader haast met een opgewekte stem. "We hebben tot nu toe een mooi leven gehad", zeiden ze in koor. "Hoe hebben jullie het eigenlijk geregeld dan?”, was mijn tweede vraag. "We hebben alles op papier gezet, van de muziek tot de adressenlijst met genodigden.

De uitvaart moet zeker geen poespas worden", zei mijn moeder. "Waar willen jullie eigenlijk begraven worden dan?”, vroeg ik. "Begraven?", zei mijn moeder wat verontwaardigd. "Je vader en ik willen gecremeerd worden!"

Bevrijding

Er viel een korte stilte toen zij zich oprichtte uit haar stoel, mij recht in de ogen keek en zei: "En nog iets Jan Willem... jij gaat als het zover is wat aardige woordjes over ons tot de mensen richten. Daar ben jij goed in."

Ik kon een lichte lach niet onderdrukken, ook omdat ik ergens opgelucht was dat ze er zo ontspannen over spraken. De wetenschap dat de dood voor hen bepaald geen ding is, voelde voor mij als een bevrijding.

Springlevend

Het hele gesprek duurde uiteindelijk niet langer dan tien minuten. "Zo, genoeg over de dood voor nu. Het is tijd voor koffie", zei mijn vader toen hij naar de keuken liep. "Heb je nog een leuke date gehad?", vroeg hij luchtig. Kijk, dat vakkundige heb ik overduidelijk van hem.

Toen ik de column van deze week voorlas aan mijn ouders en hun foto liet zien, zei mijn moeder: "Laat de lezeressen van VROUW nog wel even weten, dat we nog steeds springlevend zijn!" Bij deze dan ...