Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Hand met sigaret en kind
Foto: LOUISE LAURENT | Hollandse Hoogte
Afdalen in het mannenbrein

‘Doe het voor ons
en kap met die sigaretten, pap’

blogger

Jan Willem Vaartjes

E

Ergens in de derde klas nam een klasgenoot me mee naar het park pal tegenover onze middelbare school. Hij deed wat schimmig en toen we eenmaal tussen de bosjes waren verdwenen en uit beeld waren van potentiële pottenkijkers, toverde hij vol trots een pakje Winner mentol shag uit zijn binnenzak. 

Naïef als ik toen was, vroeg ik hem wat precies de bedoeling was van dit hele gebeuren. ‘We gaan een shagje draaien’, zei hij terwijl het vloeitje al tussen zijn vingers rustte. Gebiologeerd keek ik toe hoe hij een baaltje shag behoedzaam uit elkaar trok en zorgvuldig verdeelde over het vloeitjesoppervlak. 

Ik zie het nog zo voor me

Hij was overduidelijk geen beginneling meer en voor ik het wist, hing het shaggie tussen zijn lippen en bracht hij een aansteker naar zijn mond. Met een diepe teug nam hij een eerste trek, terwijl zijn ogen voor even sloten en zijn hoofd wat naar achter viel.

In mijn gedachten zie ik dat moment nog zo voor me in slowmotion, zeker toen hij de rook weer uitblies via zijn neusgaten en zijn gezicht er totaal ontspannen leek uit te zien.

Stoer

‘Hier, neem ook maar een hijs’, zei hij, terwijl hij het shaggie voor mijn neus hield. Even heb ik getwijfeld, herinner ik me nog, maar dat was van korte duur. Ik was te nieuwsgierig geworden en vond het ergens ook wel stoer om te worden ingewijd. 

Tot die tijd had ik nog geen sigaret in mijn leven aangeraakt. Ik sportte veel en de meeste van mijn vrienden waren net als ik nog niet eens met meisjes bezig, laat staan met stiekem shaggies of sigaretten roken. 

Bij mij thuis was roken ook niet echt aan de orde. Mijn vader had in die tijd al zijn fameuze pijp aan de wilgen gehangen op advies van de longarts. Een pijp die tijdens menig autoritje vastgeplakt leek aan zijn mond en verantwoordelijk was voor een aromatische rookontwikkeling van heb-ik-jou-daar.

Glas vol sigaretten 

Vroeger was dat nog heel normaal; vader en moeder die gezellig paffend voorin zaten en de auto in no time transformeerde in een dampend, rijdend hok, terwijl de kinderen op de achterbank ‘we zijn er bijna’ zongen. En eenmaal aangekomen bij de visite stond er altijd wel glas vol met Caballero (zonder filter) sigaretten op tafel voor wie trek had.

Omdat mijn vader van mening was dat het leven zonder rookgerei eigenlijk maar een saai leven was, heeft hij zijn pijp ingeruild voor de weekendsigaar, die hij van mijn gedogende moeder in de tuin moest oproken.  

Dat shagmoment in het park tegenover mijn school was destijds het startschot van een haat-liefdeverhouding met de sigaret. Hoewel de eerste paar trekjes nu niet bepaald een betoverende uitwerking op me hadden, ben ik na dat moment wel regelmatig gaan roken.

Altijd een excuus

Zo’n verstokte roker ben ik gelukkig nooit geworden. Gadver, ik moet er ook niet aan denken om ’s ochtends vroeg wakker te worden met als eerste gedachte om een sigaret op te steken. Vaak wisten mensen niet eens dat ik rookte.

Ik heb mezelf altijd meer gezien als een gelegenheidsroker. Zo praatte ik mijn rookgedrag altijd maar een beetje goed. Er zijn namelijk altijd gelegenheden om een sigaret op te steken, maar ‘gelegenheidsroker’ klinkt dan wat minder verslavend. Net zoals gezelligheidsroker minder verslavend klinkt.

In mijn leven heb ik een paar pogingen gewaagd om te kappen, maar dat liep steeds op niets uit. Ik was er een kei in om altijd wel weer een excuus te vinden om dat nog even uit te stellen. Zo hield ik mezelf bijvoorbeeld voor, dat ik te weinig rookte om iets van gezondheidswinst te behalen door te stoppen.

Het idee dat ik in de kroeg of op een feestje zou staan zonder een pafje, bracht mij ook niet bepaald in een jubelstemming.

Alcohol en sigaretten vormen voor mij namelijk een bijzonder verleidelijke combinatie. Net zoals het dagelijkse moment dat ik ’s avonds laat in de tuin - voor het slapengaan - nog even naar de sterren ga kijken. Heerlijk om dan in alle rust een sigaret op te steken met mijn blik gericht naar de hemel.

Apart ‘compliment’

Wat trouwens ook niet bevorderlijk werkt om te stoppen, is dat ex-verstokte rokers te pas en te onpas tegen me zeggen, dat ze nooit zouden zijn gestopt als ze enigszins beheerst konden roken zoals ik dat doe. Je zou er bijna trots op worden als je een dergelijk ‘compliment’ ontvangt. 

Toch ben ik in het afgelopen jaar ondanks alle goedpraterij bewuster geworden van het belang van een rookvrij leven, meer dan in al die jaren daarvoor.

Steeds meer mensen in mijn omgeving zijn inmiddels met succes gestopt en op feestjes behoor ik steeds vaker tot een uitstervend ras, dat buiten in de kou of binnen, weggestopt in één of ander ranzig rookhol zijn nicotineshot mag halen. Ik voel me dan soms net een junk.

Vorig jaar ergens weigerde een date mij nota bene te zoenen, omdat volgens haar mijn adem meer iets weg had van een asbak. 

Niet bepaald voorbeeldgedrag

Ik heb inmiddels ook een leeftijd bereikt waarop je vaker na gaat denken over de vraag hoe je zo vitaal mogelijk de eindstreep kunt halen, niet in de laatste plaats omdat nogal wat mensen vroegtijdig het loodje leggen door een ongezonde leefstijl.

Als vader vertoon ik bovendien ook niet bepaald voorbeeldgedrag. Mijn kinderen hebben altijd al een gloeiende hekel gehad aan roken en steken dat niet onder stoelen of banken. Hun anti-rookcampagne heeft mij de afgelopen jaren diverse malen laten wankelen en werd vakkundig opgevoerd nadat er van die confronterende plaatjes verschenen op sigarettenpakjes.

Met enige regelmaat houden ze een indrukwekkend pleidooi over dood en verderf, dat door sigaretten wordt gezaaid. Vooral mijn dochter verstaat de kunst der dramatiek. ‘Zelfs al rook je nog maar één sigaret per dag, dan is dat nog te veel. Doe het voor ons en kap met die sigaretten pap’, zei ze begin december nog, terwijl ze me indringend aankeek.

Het is mooi geweest

De onverwachte dood van journalist, televisiepresentator en rookminnende leeftijdsgenoot Joost Karhof een kleine twee weken geleden was de druppel en heeft mij uiteindelijk doen besluiten om resoluut te stoppen met roken. Het is mooi geweest, hoogtijd om voorgoed afscheid te nemen van die rotzooi zonder hulp van hypnoses, nicotinepleisters en kauwgom of een cursus stoppen met roken. Gewoon cold turkey, hoppa! 

Tijdens nieuwjaarsnacht heb ik mijn laatste peuk uitgedrukt en in de kliko gegooid. De volgende dag heb ik de nog niet vergane filters in de tuin opgeruimd. Het leek wel een peukenkerkhof op de grond tussen de hortensia's. 

Afgelopen dinsdagavond heb ik het met enig tromgeroffel verteld aan mijn kinderen, terwijl ze beiden wat vermoeid van de kerstvakantie op de rand van mijn bed zaten. 

De glimlach die toen op het gezicht van mijn dochter verscheen was er eentje in de categorie onbetaalbaar, evenals de hemelse knuffel die volgde. Mijn zoon kwam niet verder dan de woorden: ‘Mooi zo, pap. Ik ga nu slapen’ ... Het is en blijft een jongen, hè.