Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Afdalen in het mannenbrein

‘Ik ben soms meer een vriend
dan een vader voor kinderen’

blogger

Jan Willem Vaartjes

I

Ik kom uit een warm en vrijzinnig nest. Bij ons thuis heersten nauwelijks taboes en veel was geoorloofd. Het was vaak een komen en gaan van vriendjes en vriendinnetjes, die ons huis als een soort vrijhaven zagen om even van de rem af te gaan.

De groter animator achter Vrijstaat Vaartjes - zoals ons huis wel eens gekscherend werd genoemd - was mijn vader. Voor hem was geen onderwerp te gek om te bespreken en dat was voor veel pubers, zeker in die tijd, een verademing.

Vrijpostigheid

Nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die mijn zusje en ik bij ons thuis introduceerden, moesten overigens vaak wel even wennen aan zijn vrijpostigheid. Zij zaten dan met grote ogen te luisteren naar wat er allemaal gezegd werd. Als het te gortig dreigde te worden, greep mijn moeder gelukkig tijdig in.

Iedere donderdag was het bij ons thuis beregezellig en stond bekend als Vaartjes avond. De woonkamer zat dan vol met een horde buurtkinderen, die langskwamen om te chillen. Terwijl ik en mijn zusje met enige regelmaat met plaatsvervangende schaamte op de bank zaten, voerde mijn pa dan het hoogste woord.

Stiekem vond ik het ook wel gaaf om een graag geziene vader te hebben. Een vader die weinig schaamte kent, geen blad voor de mond neemt, de lachers op zijn hand heeft. Maar in die tijd ook een kei was in het verstrekken van vaderlijke adviezen. Zeker bij vriendjes die dreigden van het rechte pad af te kukelen. 

Vriend

Wat ik uiteindelijk minder leuk vond, was dat vrienden en vriendinnen steeds vaker van tevoren gingen informeren of mijn vader er wel bij zou zijn. Dat was namelijk niet altijd het geval, omdat hij toentertijd in ploegendienst werkte. 

“Is Kees er dan ook?”, vroegen ze in plaats van: “Is je vader er dan ook bij?”. Alsof ze het over een vriend hadden in plaats van mijn vader, en alsof het zonder mijn pa niet gezellig genoeg zou zijn om te komen. 

De appel is wat dat betreft niet ver van de boom gevallen. Ik lijk in velerlei opzichten op mijn vader, door mezelf te manifesteren als een figuur die met een mix van gekkigheid, vrolijkheid, schaamteloosheid en inlevingsvermogen door het leven gaat. Het kind in mij is nooit helemaal verloren gegaan.

Ik betrapte mij er laatst op, dat ik de vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen steevast met een high five of een boks begroet. Dat ik in pubertaal met ze communiceer, te pas en te onpas de clown uithang en populair uit de hoek wil komen als we bijvoorbeeld verwikkeld zijn geraakt in een discussie over onderwerpen, die bij vrienden thuis niet zo snel openlijk worden besproken.  

Mijn kinderen kunnen mijn gedrag niet altijd waarderen, merk ik. “Pap, doe eens normaal man”, zei mijn dochter laatst nog, toen zij met een aantal hockeymeiden bij mij in de auto zat en ik het fluitje van een bouwvakker imiteerde bij het passeren van een allerminst onooglijke vrouw bij de bushalte.  

Yo Willem

Dat het voor met name pubers verwarrend en lastig is om aan te voelen hoe zij zich bij mij dienen te gedragen, werd vorig jaar goed duidelijk. Een verder keurig vriendje van mijn zoon gaf mij bij binnenkomst een boks en zei: “Yo Willem, how’s up, heb je wat te drinken voor mij?” Het overkomt mij niet vaak dat ik even zo snel niet weet wat te zeggen, maar toen wel. 

Ergens kon ik er wel om lachen, terwijl ik ook de irritatie voelde. Gelijktijdig realiseerde ik mij ook, dat ik soms wat te ver doorschiet in mijn drang om de toffe, joviale vader - of liever gezegd: vriend - uit te hangen. Ook richting mijn eigen kroost. Dat ondermijnt de behoefte aan autoriteit bij kinderen, las ik laatst ergens.

Al dat frivole ge-high-five

Om mijn goede wil te tonen, ga ik alvast de ouderwetse handdruk weer introduceren bij binnenkomst. En dan bedoel ik niet zo’n slap welkomshandje. Door al dat frivole ge-high-five en geboks is de ferme handdruk bij kinderen in de vergetelheid geraakt. 

Ik kijk er nu al naar uit om dat verder keurige vriendje van mijn zoon te trakteren op zo’n stevige, mannelijke begroeting. En terwijl ik hem net even te lang al handenschuddend recht in de ogen aankijk, vraag ik hem vriendelijk of hij misschien wat te drinken voor mij wil inschenken. Dat zal hem leren, de vlegel. 

Gerelateerde onderwerpen