Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Man met handen vol was
Foto: Image Source/Paul Venning | Hollandse Hoogte
Afdalen in het mannenbrein

‘Een kind kan de was doen,
nu de mannen nog’

blogger

Jan Willem Vaartjes

I

In de supermarkt bij mij om de hoek struikelde ik van de week bijna over een man die gehurkt voor het schap van de wasmiddelen zat. Zoals zo vaak liep ik ook dit keer gehaast met oogkleppen op rond en zocht ik als laatste nog naar een fles allesreiniger, die zich ergens ophield tussen een haast oneindige rij kleurrijke schoonmaakartikelen. 

 

Ik bood de beste man mijn verontschuldigingen aan voor mijn onbesuisde actie, en hij haastte zich - nagenoeg gelijktijdig - te zeggen dat dit hem ook weleens was overkomen. Wat een geruststelling.

Opdracht van zijn vrouw

Na het uitwisselen van beleefdheden raakten we kort aan de praat met elkaar. Hij bleek op zoek te zijn naar een bepaald merk wasverzachter in opdracht van zijn vrouw.  Aangezien ik de beroerdste niet ben, bood ik als goedmakertje aan gezellig even mee te zoeken. Niet veel later staakte ik mijn assistentie, toen ik hem hoorde roepen: “Bingo!”

Wassen verboden

“Draai jij eigenlijk thuis zelf ook wasjes?”, vroeg ik hem toen hij de fles in zijn boodschappenwagen zette. Hij keek mij aan, toverde een grimas op zijn gezicht en zei: “Mijn vrouw heeft mij een paar jaar geleden verboden om nog langer de was te doen.” 

Uiteraard was ik nieuwsgierig naar de achtergrond van deze genereuze en bovenal rigoureuze beslissing van zijn eega.

Preek

Hij vertelde met enig gevoel voor theater dat hij het destijds een paar keer op rij voor elkaar heeft gekregen, om prijzige merkkleding van zijn kinderen op een te hoog programma te wassen. Als klap op de vuurpijl had hij deze spullen vervolgens telkens linea recta naar de droger overgeheveld. 

Bij de laatste keer dat hij de fout in ging, beweerde zijn vrouw bij hoog en laag – terwijl ze demonstratief het gekrompen Oilily-truitje van dochterlief voor zijn neus hield – dat zij niet één keer, niet twee keer maar toch minstens honderd keer heel duidelijk had aangegeven wat de wasvoorschriften waren.  

“Na deze preek was de maat uiteindelijk vol voor haar,” zei hij, terwijl ik overduidelijk aan zijn gezicht kon aflezen dat dit moment later niet als zwarte bladzijde wordt opgenomen in zijn levensboek. 

Gemakzucht dient de mens

Ik moest kostelijk lachen om zijn verhaal en kon mij de vele momenten nog zo voor de geest halen, dat ik de wind van voren kreeg van mijn ex-genote.

Ik had er namelijk een gewoonte van gemaakt om mijn handen te gebruiken als een soort grijpers, die de was ongesorteerd en tot de nok toe vol in de machine wurmden. Wasbuiltje erbij, deur dicht, kort programma op 40 graden en draaien maar.

Na de wasbeurt kieperde ik de hele bubs vervolgens zo in de naastgelegen droger. Gemakzucht dient de mens en ja, dan sneuvelt er weleens wat in één van de trommels. 

Een uitzondering maakte ik toentertijd doorgaans al wel voor de witte was, omdat ik een paar keer bijna met tranen in mijn ogen heb ervaren wat het werkwoord ‘afgeven’ in wastermen betekende voor mijn kostbare Italiaanse dress shirts.

Spoedcursus

Toen ik vijf jaar geleden weer op mezelf kwam te wonen, heeft mijn moeder mij een spoedcursus ‘wassen’ aangeboden. Erg lief verder hoor, maar geheel vrijwillig ging dat niet. Ik moest en zou goed naar haar luisteren. 

Ze heeft me toen haarfijn alle kneepjes van het wassen uitgelegd. Heel geboeid stond ik niet naast haar, herinner ik me nog.

Om mijn moeder niet te veel tegen het zere been te stoten, knikte ik aan de lopende band instemmend en stelde ik af en toe een intelligente wasvraag. Na afloop van de instructieles bedankte ik haar hartelijk voor de heldere uitleg. 

Om zeep helpen

Mijn leven heb ik sindsdien wel gebeterd, maar een waswonder zal ik wel nooit worden. Als ik soms naar de berg was op zolder kijk, zie ik echt niet wat nu precies een delicaat wasprogramma verdient, wanneer wel en niet een voorwas nodig is, wat op 15, 30, 40, 60 of zelfs 90 graden gewassen kan of moet worden, wat wel en niet binnenstebuiten in de trommel moet en waarvoor de droger een absolute no go area is. 

Gelukkig helpen mijn kinderen nu een handje mee. Natuurlijk wel puur uit eigenbelang, omdat ze er voor willen waken dat ik hun favoriete kledingstukken om zeep help.

Naveltruitje

De laatste keer dat er iets gruwelijks misging, dateert gelukkig alweer van een tijdje terug. Het oorverdovende gekrijs van mijn dochter hoor ik nu nog nagalmen. Het geluid zwelde trouwens verder aan, toen ik gekscherend opmerkte dat een naveltruitje van Tommy Hilfiger haar vast ook beeldig zou staan. 

Slim zusje

Laatst was ik mijn zoon aan het overhoren voor een proefwerk Nederlands. Hij moest onder andere de betekenis leren van gezegdes. ‘Een kind kan de was doen’ kwam ook voorbij. Hij wist zo snel niet wat hiermee werd bedoeld en gaf er maar een eigen draai aan. “Dat betekent toch dat je heel slim bent als kind en dat ik bijvoorbeeld beter in wassen ben dan jij, pap?”, zei hij. 

Ik moest lachen om zijn vindingrijkheid. Maar toen ik voorstelde dat hij, als slimmer-mens-dan-ik, voortaan best de was zelf zou kunnen doen, zei hij voor het eerst in zijn leven dat zijn zusje nog veel slimmer is dan hij.