Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Hollandse Hoogte | Camera Press
Dagboek van een minnares

Deel 193: Zijn ogen smeulen
‛Ga die auto in’

D

Donderdag. Josien drinkt haar wijnglas met grote slokken leeg en tot mijn afgrijzen zie ik dat het pilletje dat ik er in had laten glijden niet helemaal is opgelost. Ik buig voorover en stoot het glas ‘per ongeluk’ om, waardoor het in stukken op de grond belandt. Snel ruim ik de stukken glas op en ga op zoek naar een stoffer en blik. Volgens mij heeft ze echt niks door. 

Ik doe net alsof ik het druk heb en loop met een smoes weg, terwijl ik haar vanuit mijn ooghoeken in de gaten houd. 

Ik hoop dat ze zichzelf enorm voor schut gaat zetten. Dat ze Frank dronken om zijn nek gaat hangen of haar kleren uittrekt of zoiets. Ik ben gewoon vreselijk jaloers op haar. Niet alleen omdat zij de man heeft die ik wil, maar ook omdat ze op het punt staat om door te breken als tv-kok. Ik heb niks met eten, maar dit gun ik haar gewoon niet.

Josien zit nog steeds aan het tafeltje waar ik haar achterliet en staart wat verdwaasd voor zich uit. Plotseling begint ze met haar ogen te draaien en houdt ze zich stevig vast aan haar stoel. Dan valt ze met een diepe zucht voorover. Ik ren naar haar toe, maar er zijn al een paar mensen eerder bij haar. Iemand gooit koud water in haar gezicht en een ander schudt haar hardhandig heen en weer, maar ze reageert nergens op. O jeetje. Ze zal toch nog wel leven? 

“Bel 112!” Frank brult naar me en trillend toets ik de cijfers in.
De ambulance is er heel snel. Twee aardige ambulancebroeders onderzoeken haar ter plekke.
“Ze is bewusteloos,” zegt de één. “Wat heeft ze gebruikt? Gedronken, geslikt, gesnoven?”
“Ze heeft best een boel wijn op volgens mij,” zeg ik.
Shit, straks ontdekken ze nog dat ik dat pilletje in haar glas heb gegooid. Zou dat strafbaar zijn?
Ik kan dan in elk geval rekenen op ontslag op staande voet. 

“Kun jij nog rijden,” vraagt Frank. “Ikzelf niet meer.” Ik ben nog volslagen nuchter en knik ja. Een paar minuten later zitten we op de snelweg, op weg naar het ziekenhuis waar Josien naartoe is gebracht.
“Ik bel Mark,” zegt hij. “En mijn moeder, want dan kan die de kinderen opvangen.”
Mijn hart maakt een sprongetje. Ik ga Mark zo weer zien! En plotseling realiseer ik me hoe erg ik hem heb gemist.

Een half uur later is Mark er. Hij ziet er zo lekker uit dat ik hem het liefst om zijn nek zou vliegen, maar volsta met een kusje op zijn wang.
“Ik ga terug naar het feest,” zegt Frank.
“Ik kan nu wel weer rijden, denk ik. Blijf jij hier wachten?”
En hoewel ik me zorgen maak over het bloedonderzoek dat natuurlijk wordt verricht, knik ik braaf. Ik blijf dolgraag bij Mark in de buurt.

Het duurt uren voor Mark weer verschijnt.
“Josien slaapt,” zegt hij. “Ze hebben haar maag leeggepompt. Blijkbaar heeft ze nogal veel gedronken. De arts vroeg ook of er drugs in het spel waren, maar dat kan ik me niet voorstellen. Daar is ze veel te braaf voor. Maar goed, ik ga nu ook maar even slapen. Kan ik je een lift naar huis geven?”

Nee, natuurlijk niet, want daar is Tom op me aan het wachten. Maar dat mag Mark niet weten. 
“Kunnen we niet naar jouw huis gaan? Ik ben wel benieuwd hoe jij nu woont,” zeg ik zo verleidelijk mogelijk. 

“Terwijl mijn vrouw in het ziekenhuis ligt? Dat lijkt me niet echt gepast.”
We stappen in de lift. Shit. Ik wil hem. Ik wil hem nu. Ik laat mijn jurkje een beetje zakken aan de voorkant.
“Ik heb een nieuw lingeriesetje. Wil je dat niet zien?”
Mark bijt op zijn lip. Bingo. “Er zit ook een heel mooi stringetje bij. Zal ik dat alvast uitdoen?”

Even later zitten we in zijn auto die in de parkeergarage van het ziekenhuis staat. Zijn ogen smeulen.
“Je krijgt het zoals je het hebben wil,” zegt hij en trekt het rechter achterportier open.
“Ga die auto in.”
Hij grijpt mijn haar beet en ik trek hem aan zijn stropdas op de achterbank. Ik duw mijn lichaam tegen hem aan en steek mijn tong in zijn mond. Eindelijk.

“Je hebt geen idee wat je met me doet,” kreunt hij.
Aangemoedigd door zijn woorden maak ik zijn broek en zijn riem los en samen lukt het ons om die naar beneden te schuiven.
Hij schuift mijn string naar beneden en spreidt zijn benen, zodat ik op zijn schoot kan zitten terwijl mijn hoofd het dak van zijn auto net niet raakt.
Hij kust me en dan gaan we als gekken tekeer. We zijn allebei drijfnat van het zweet en de ramen zijn inmiddels beslagen. 

Schreeuwend kom ik klaar. Hij vloekt. En dan stopt hij zijn gezicht in mijn hals.
Ik kreun. Ik denk niet aan Josien, van wie ik niet weet hoe ze eraan toe is. Ik denk niet aan Tom, die misschien wel hartstikke ongerust is. Ik denk alleen aan Mark. 
En dan schrik ik op doordat er hard op het raam wordt geklopt.
Het is Frank, die discreet een stukje verderop gaat staan. Snel kleden we ons aan en als twee stoute schoolkinderen lopen we naar hem toe.

“Het ziekenhuis belde net,” zegt hij.
“Ze kregen je niet te pakken, Mark. Nu begrijp ik waarom. Maar goed. De uitslag is er. Josien was bewusteloos door een combinatie van alcohol en MDMA,” zegt hij. 
Dan kijkt hij naar mij. “Verder zat de eindafrekening van één of ander evenementenbedrijf in mijn mailbox. Ik dacht dat jíj het feest zou organiseren, Laura. En dat je een deel van de kosten zou barteren door de aanwezige influencers. De totale rekening is bijna 40.000 euro. Hoe denk je dat te gaan betalen? En… hoe komen die drugs in Josiens lichaam terecht?!”  

ALS EERSTE EEN SEINTJE ALS ER EEN NIEUWE AFLEVERING VAN DAGBOEK VAN EEN MINNARES ONLINE STAAT?

Meld je dan aan voor onze exclusieve WhatsApp-dienst:

Zet het nummer 06-13651435 in je contacten

Stuur de tekst ‘dagboek aan’ via WhatsApp naar bovenstaand nummer

NB: je ontvangt geen bevestiging van je aanmelding

Vanaf nu word je als eerste op de hoogte gesteld van de publicatie van een nieuwe aflevering. Snel en gemakkelijk via WhatsApp!

Afmelden? App ‘dagboek uit’ naar hetzelfde nummer

Meer weten over deze WhatsApp-dienst? Klik hier