Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

De Barvrouw

De Barvrouw: Deel 3
'Vanuit mijn ooghoeken zie ik een bekende auto...'

I

In de derde aflevering van De Barvrouw krijgt Babs in 'haar' café wel zeer onverwacht bezoek...

"He hai", giechelt Edith en probeert haar bloesje weer dicht te knopen. Achter haar duikt het lachende hoofd van mijn neef Jasper op. 

Ongemakkelijk

"O ja, dat doen ze altijd na het ruzie maken", grijnst Benjamin in m'n oor. Ik voel me zwaar ongemakkelijk, maar daar lijk alleen ik last van te hebben. Benjamin en Jasper meppen elkaar vriendschappelijk op de schouders en Edith fatsoeneert haar kleding. Verder niemand die zich ongemakkelijk voelt. "Bob heeft voor je gebeld" gaat ze verder tegen Benjamin, terwijl ze onverstoorbaar haar rokje dichtritst. Benjamin kijkt op z'n horloge, roept 'Shit' en gaat er als een haas vandoor.

"Ga lekker naar huis", volgt Edith tegen mij "Je bent hier al net zolang als mevrouw Ter Wijk. Morgen weer een dag." Ik glimlach en trek de deur van het voorraadhok behoedzaam achter me dicht. Wat was er gebeurd als zij niet binnen waren gekomen? Had ik dan op m'n eerste werkdag al met mn jongste collega gezoend? En wie is Bob?

Kinderrechter

Sasha staat werkeloos achter de bar en ik kijk recht in haar gezicht als ik het hok uitkom. De glimlach die de laatste uren op haar gezicht lag is weg. Eigenlijk kijkt ze heel verdrietig. Ik wil bijna vragen wat er aan de hand is, maar dan realiseert ze zich dat ik naar haar kijk en draait ze zich venijnig om. Benjamin staat buiten te bellen. Ik zie hem woest trekken aan een sigaret en wilde armbewegingen maken. Het lijkt geen leuk gesprek.

"Kom je nog even bij me zitten?", vraagt mevrouw Ter Wijk als ik mijn schort afdoe. Ik ga bij haar zitten en al snel voeren we een gezellig gesprek. Mevrouw Ter Wijk is een slimme vrouw. Voor de dood van haar man was ze kinderrechter. Toen hij ziek werd is ze gestopt om voor hem te verzorgen. Maar hoe zieker hij werd, hoe minder mensen hij om zich heen dulde. Voor hem zorgen werd een dagtaak en daarmee haar wereld steeds kleiner. Uiteindelijk stierf hij en nu slijt zij haar dagen met de kat en de bezoekjes aan de bar. "Eigenlijk zijn we hier een grote familie", vertelt ze trots. "Zie je die blonde jongen aan de bar? Dat is Bart De Sjofel."

Het gevang

Ik kijk naar het grote lijf op een barkruk. "Bart was vroeger een ielig jongetje", vervolgt mevrouw Ter Wijk. "Ik ken hem nog uit de tijd dat mijn man nog buitenkwam en we hier ’s avonds een kopje koffie dronken. Opeens was hij weg, maandenlang. Ik dacht dat hij verhuisd was of een andere kroeg had gevonden ofzo. Maar op de begrafenis van mijn man stond hij opeens weer voor me. Twee keer zo groot en breed. Ik vroeg hem waar hij was geweest en toen zei hij, een beetje beschaamd: 'Ik heb gezeten'".

 "Gezeten?" echo ik. "Ja, vast gezeten", gaat mevrouw Ter Wijk verder. "In het gevang, begrijp je wel. Zijn vriendin had 'm verlaten voor een andere man. Toen is ie 's nachts naar de bouwplaats gegaan, heeft een sjofel gestart en is daarmee door de voorpui van die andere vent gereden." Ik schiet in de lach: "Dus daarom heet hij Bart De Sjofel!"

Bekende auto

Mijn laatste werkdag is op vrijdagmiddag tot vroeg in de avond. Mijn vriendin Tanja is gekomen voor een girlsnight out na mijn dienst. Ik kijk er erg naar uit. De kinderen haal ik zondag pas op van de voetbal, dus ik kan morgen lekker uitslapen. Tanja was in het dorp mijn buurvrouw. Ik heb haar na mijn verhuizing niet meer gezien. Gelukkig blijft ze slapen, zodat we lekker uitgebreid kunnen bijkletsen.

Rond een uur of vijf zit de hele bar vol en ren ik van hot naar her. Benjamin en Sacha doen ondertussen de bar. Tanja zit aan de bar en kletst bij met Jasper. Terwijl ik een blad vol bier en bitterballen wegbreng naar een groep makelaars zie ik vanuit mijn ooghoeken een bekende auto die ik desondanks niet zo snel kan thuisbrengen.

Pruillip

"Hi", klikt achter een zoetgevooisde stem. Ik draai me om en weet meteen weer van wie de auto is: Frits, mijn ex. Ik kijk in de poppenogen van zijn nieuwe vriendin Manuela. Ze trekt haar beroemde pruillip. Wat is het toch een suf mens... "Hi!'", groet ik terug "waarom ben je hier? Het komt nu echt niet goed uit." Ik kijk naar de auto en zie twee koppies op de achterbank.

Pruillip kijkt me aan en zegt: "We komen ze alvast brengen. We zijn zo toe aan een avond met elkaar. Het leek ons daarom goed ze een dagje eerder te brengen. Dat is voor jou als moeder toch ook fijn?" Ik zie de kinderen al uitstappen en naar de deur lopen. Mijn hart slaat over: "Dat kan niet! Ik moet nog zeker een uur werken en heb er helemaal geen rekening mee gehouden..." Manuela onderbreekt me: "Overal is een oplossing voor. En welke vrouw wil haar kinderen nou niet bij zich hebben?"