Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

spijtbrief aan beste vriendin
De Spijtbrieven

'Ik moest weg, want ik had een deadline;
jij ook - zo bleek achteraf'

journalist en illustrator

Wendy Maria Dekker

L

Liefste J.,

Van alle brieven die ik schrijf, is dit de moeilijkste. Veel tijd is voorbijgegaan. Een eeuwigheid geleden lijkt het. Dat ik je stem heb gehoord. Dat ik je lach heb gevoeld.

We zagen elkaar voor het eerst op een maandag, toen ik jouw collega werd. Tijdens een lunchpauze constateerden we dat we allebei niemand hadden om mee op vakantie te gaan. "Laten we samen een all inclusive boeken, met zo’n guitig polsbandje!" grapte je. Het bleek de mooiste grap ooit. Nog geen maand later gingen wij daadwerkelijk op een achtdaagse lastminute. Acht dagen waarin jij mijn allerbeste vriendin werd. Zonder reservering. All-inclusive.

 

Onbereikbaar

We zagen elkaar voor het laatst op een maandag, tien jaar later. Een dag die zo doordeweeks voelde, dat ik vergat hoe bijzonder hij was. Hoe bijzonder jij was. Je maakte een salade voor ons van tomaat en mozzarella. Wat brood erbij. We spraken niet veel. Dat kwam wel vaker voor de laatste tijd. En met ‘laatste tijd’ bedoel ik de laatste vijf jaren. Je was onbereikbaar. Maar je wilde wel dat ik er was. Ik was er. Zelfs wanneer je dat even niet wilde.

Je had een deadline

Toen ik die bewuste maandagavond vroeger dan anders naar huis ging, zwaaide je naar me. Je bleef extra lang in de deuropening staan, ook al was het ijskoud buiten. Lang stond ik er niet bij stil. Ik was moe. Had het druk. Later die week had ik een deadline. Jij ook, bleek achteraf.

Jouw droom

Ik schrijf je, omdat ik je wil laten weten hoe het met me gaat. Er is veel gebeurd. Ik ben nu moeder van twee kinderen! Ja, ik. Kun je het geloven? Veel meer nog dan de mijne, was dat jóuw droom. Jij verlangde al van jongs af aan naar je eigen gezin. De veiligheid en warmte waarin jouw kinderen zouden opgroeien, zouden jou bevrijden van het verleden.

Running gag

Jij zei altijd dat ik een goede moeder zou worden. Zoals je me wel vaker in mezelf deed geloven. De ironie: het was jouw running gag dat uitgerekend ik ooit een meerling zou krijgen. “De lelijkste mag je aan mij geven,” riep je dan. We fantaseerden over tweelingen, vijflingen zelfs. En over jou als suikertante. We lachten tot we in onze broek piesten. Zo verbond onze humor ons altijd weer. Wie weet, was jij het die van bovenaf daadwerkelijk zorgde dat ik twee kinderen tegelijk kreeg. Ik zie je er voor aan.

Je zou ze fantastisch hebben gevonden, de twins. En o, wat zou dat wederzijds zijn. Ze klommen bij je op schoot. Je had geduld met ze, zo eindeloos veel meer dan ik. Waren ze boos, dan hield je ze stevig vast en fluisterde je iets liefs in hun oor. Alsof het jouw eigen kinderen waren. En dat zouden ze ook wel een beetje zijn.

Zonnestraal

Vandaag is het op de dag af vier jaar geleden dat we afscheid van je namen. Maar het voelde niet als een tot-nooit-weer-ziens. Jij had immers beloofd de zonnestraal te zijn die op onwaarschijnlijke momenten van achter de wolken tevoorschijn komt. Wanneer ik twijfel over alles. Wanneer ik te trots ben om anderen om hulp te vragen. Wanneer ik je meer mis dan ik kan verdragen. Ik mis je veel. Het meest, het allermeest, zal ik je missen op de dag waarop mijn ene dochter vraagt naar wie zij eigenlijk is vernoemd.

Dat ik je mis

Liefste vriendin, ik zou zo verschrikkelijk graag nog eens met je praten. Kom langs. Zet jij een bakkie voor ons? Met veel melk en twee klontjes suiker. Dan vertel je me waar je bent geweest. En of je daarboven gevonden hebt waarnaar je je leven lang op zoek was. Je zult zien hoe de twins dezelfde ogen hebben als ik. In mijn ogen zul je zien dat ik mijn best doe mijn leven te leven zoals jij dat had gewild. Dat ik je mis. Maar ook dat jouw vriendschap me tot op de dag van vandaag blijft inspireren. Je vader, je broer, je lieve nichtjes, ze zijn familie geworden. Ja, ook jouw moeder zoek ik op, zo nu en dan. Als ik goed kijk, dan zie ik jou.

Iemand anders

Laatst zag ik je zitten in het park. Diep weggedoken in de kraag van je geruite winterjas. Ik kon je gezicht nauwelijks zien, maar meende je te herkennen aan de manier waarop je je sigaret opstak. Ik riep je naam, maar je reageerde niet. De man naast je sloeg zijn arm om je heen. Je inhaleerde diep. Op dat moment richtte je je hoofd op. En keek ik recht in de ogen van iemand anders.

Het spijt me dat het leven was zoals het was. Het spijt me dat het voor jou ophield. Maar lieve J., jij hield nooit op te bestaan.

Voor altijd.

W.

 

OVER DE SPIJTBRIEVEN

Wendy Maria Dekker (39) is journalist en illustrator. Nu ze moeder is van een eeneiige meisjestweeling (2,5) is ze vastbesloten een beter mens te worden. En dat begint met 'Sorry' zeggen. Onder andere tegen iedereen over wie ze ooit spontaan een mening had die ze inmiddels nodig moet herzien. Bekijk hier meer van Wendy.