Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Bloemen, koffie en laptop
De Urenfabriek

De Urenfabriek deel 5:
Klimaat van verraad

Redactie VROUW

I

In deel 5 van De Urenfabriek lees je hoe Felice het steeds moeilijker vindt om haar woede richting Ria te beheersen. 

Ik heb al een maand overleefd bij Blick. En ik ben een heleboel wijzer geworden. Bijvoorbeeld dat je altijd een notitieblok en een pen bij je moet hebben. Ook als je op de wc zit, beneden lunch haalt of thuis in bed ligt. Ria belt namelijk op de gekste momenten voor een ‘taakje’, zoals ze dat noemt. En haar instructies zijn zelden goed te volgen.

Ook is ze niet zo scheutig met informatie. Sinds dat gedoe op mijn eerste werkdag over die pikkende werknemers, wil ik zeker weten dat ik over de juiste feiten beschik. Dus heb ik mezelf getrakteerd op een mooi notitieblok. Daarin schrijf ik Ria’s commentaren op, met mijn eigen commentaar daarbij. Ria: ‘Denk aan rechtspraak.nl.’ Ik: ‘Stomme doos!’ Ria: ‘Dubbel- tsjek.’ Ik: ‘Duh!’

Ik zoek nog een geschikte kamerplant. Eentje die zorgt voor extra zuurstof in mijn werkkamer. Het lijkt me ongezond om de hele dag in een ruimte te zitten die volstaat met apparatuur. 

Je kunt nergens een raampje openzetten. Ik voel aan mijn verstrakkende huid dat ik frisse lucht mis. Terwijl het hier toch koud genoeg is. Hoe warmer buiten, des te kouder binnen. Als het buiten dertig graden is, lijkt het hier wel de Noordpool.

Op de kamer van Paul zie ik iedere week verse bloemen staan. Dat wil ik ook wel, dus heb ik bij zijn secretaresse geïnformeerd hoe dat zit.

‘Alleen partners kunnen gebruikmaken van de bloemendienst, omdat zij nog wel eens klanten uitnodigen op hun kamer, snap je?’ antwoordde ze kattig.

Ik heb nergens gelezen dat het verboden is om bloemen en planten op je kamer te hebben, dus zorg ik voortaan iedere week zelf voor een verse bos. Gewoon, omdat ik daar vrolijk van word. Ik voel me zo een beetje thuis. Gaat het te ver om waxinelichtjes met een geurtje neer te zetten?

Vanmorgen ben ik bezig geweest met mijn advies aan onze cliënt, een directeur, de heer Bokkensteijn. Hij is gisteren ontslagen door de aandeelhoudersvergadering van zijn bedrijf. Ontslagen worden is natuurlijk nooit leuk, maar bij een directeur ligt dat extra gevoelig. Ik moet adviseren wat Bokkensteijn nu het beste kan doen. Op een directeur is het gewone arbeidsrecht van toepassing. Alleen bij ontslag gelden voor hem andere regels. Wanneer hij ook statutair directeur is, moeten er twee banden worden verbroken bij ontslag: de arbeidsrechtelijke band en de vennootschapsrechtelijke band. Aan mij de eervolle taak om na te gaan of het ontslag rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Ria heeft mij gisteren bevolen om Bokkensteijn vandaag te bellen: voor het einde van de dag kan hij ‘ons’ advies verwachten. Hij klinkt opgelucht dat wij hem zo snel kunnen helpen. Ik wil graag mijn best doen voor deze meneer. Hij is ten einde raad, heeft het gevoel dat er een gemeen spelletje wordt gespeeld met hem. Mijn hart brak toen ik zijn verhaal hoorde. Het zal je vader maar zijn die opeens op straat komt te staan. Ik heb vanaf half acht van- morgen aan één stuk door gewerkt en heb mijn advies om 14.10 uur af. Ruim op tijd, zodat Ria er nog even naar kan kijken met haar kritische blik. Ik ben benieuwd wat ze ervan vindt. Ze moet nu toch wel inzien dat ik talent heb voor arbeidsrecht.

Ria’s deur zit dicht, dus mail ik haar mijn advies. Om half drie heb ik nog geen reactie. Op zichzelf is dat niets bijzonders, maar ik hoop dat ze niet weer tot het laatste moment wacht met haar feedback.

Ik verheug me op vanavond. Studievriendin Nancy en ik hebben afgesproken om een hapje te eten in haar nieuwe huis. Ze woont sinds een paar weken samen met haar vriend Hans. Hoe zou het gaan met die twee? Ze zijn zo verschillend. Nancy is relaxed en zit nooit ergens mee. Hans is een zeurpiet, maar koken kan hij als de beste. Ik ben benieuwd wat er vanavond op het menu staat.

Om 17.06 uur heb ik nog steeds niets gehoord van Ria, dus ga ik even bij haar langs. Ik klop op haar deur. Geen antwoord. Ik doe de deur open. Verstoord kijkt ze op. ‘Nu even niet,’ zegt ze kattig.

Ik loop terug naar mijn kamer. Paniek. De cliënt verwacht vandaag een advies, dat moest ik toezeggen van Ria. Maar ze maakt geen tijd om ernaar te kijken. Opsturen zonder dat Ria het heeft gezien, kan me mijn baan kosten. Ik stuur Ria nogmaals een mail: 

Dag Ria, op jouw verzoek heb ik afgesproken met de cliënt dat hij vandaag het gevraagde advies krijgt. Ik heb je vanmiddag mijn bevindingen gemaild. Wanneer heb jij tijd om ernaar te kijken? Groeten, Felice

Ik check de mail drie keer voordat ik hem verstuur. Misschien is het brutaal dat ik schrijf dat ik die afspraak met de cliënt van haar moest maken, maar dat is dan jammer, hoor. Het is toch zo? Om 19.12 uur heb ik nog steeds geen reactie van Ria. Helemaal niks. Waarom laat ze me nou niet even weten wanneer ze tijd heeft? Dan weet ik ook waar ik aan toe ben. Ik baal als een stekker. Ik zeg de eetafspraak met Nancy en Hans maar af. ‘Helaas, risico van het vak,’ leg ik uit. Nancy begrijpt het wel, zegt ze, maar ze klinkt een beetje teleurgesteld. Lullig voor Hans, die speciaal voor mij tagliatelle met zalm heeft gemaakt. Ik beloof haar dat ik zaterdag langskom voor een kop koffie.

Om 20.02 uur zit Ria’s deur nog steeds potdicht. Ze komt zelfs niet uit haar kamer om koffie te halen. Dat zal ik straks wel weer moeten doen. Alsof ik een zesde zintuig heb, gaat precies op dat moment de telefoon. ‘Kun jij een koffie en een Spa voor mij halen? Met een rood rietje,’ hoor ik de krakende stem van Ria.

‘Eh... Ria...’ stamel ik. Klik. Ze heeft de telefoon er alweer opgegooid. Drankjes halen vind ik meer een taak voor de secretaresse, maar misschien vind ik dat verkeerd. Misschien is het heel normaal dat advocaat-stagiaires hun patroon1 bedienen.

‘Geloof je dat zelf?’ vraagt een irritant stemmetje in mijn hoofd. Ah! Sinds ik hier werk, krijg ik regelmatig bezoek van dit Stemmetje. Stemmetje weet het altijd beter, ik ben voortdurend in discussie in mijn hoofd. Vermoeiend.

Drie minuten later sta ik met koffie en Spa in de kamer van Ria. Ik zet de drankjes op haar bureau.
‘Waar is dat advies?’
‘Ik heb het aan je gemaild en voor je geprint,’ antwoord ik. Ik loop naar mijn kamer, pak het geprinte advies en geef het aan Ria. Wat zou ze ervan vinden? Ze leest even en stopt dan. ‘Wat is het documentnummer?’

De moed zinkt me in de schoenen. Gaat ze nu echt weer alles opnieuw doen zonder naar mijn tekst te kijken? Ik heb alle Nederlandse jurisprudentie over het ontslag van een statutair directeur uiteengezet. Ik heb gespeurd op www.recht.nl en ik heb zelfs een proefschrift uit de bieb opgedoken over dit onderwerp en het nauwkeurig samengevat. Waarom neemt ze nou niet even de moeite om mijn werk te bekijken?

Ria pakt een knowhowmap uit de kast en bladert er driftig doorheen. Ze opent mijn document, drukt een paar keer op enter, zodat mijn tekst langzaam naar beneden springt en begint boven aan de pagina te typen. Ik zie dat ze exact dezelfde uitspraken noemt als ik daaronder heb samengevat. Ik probeer in te grijpen. ‘Ria, in mijn stuk staat...’
‘Stil,’ onderbreekt ze me, ‘zo kan ik niet nadenken.’

Misschien is het de bedoeling dat het leerzaam is dat ik met Ria meekijk, maar ik kan het niet aanzien dat al mijn werk weer voor niets is geweest. Ik houd mijn mond en probeer positieve gedachten op te roepen. Wat ga ik straks eten als ik thuis ben? Pastaatje. Of een pizza, omdat ik het verdien. 

Om 23.00 uur zit ik nog steeds als Rainman naast Ria. Helemaal leeg. Letterlijk en figuurlijk. Af en toe stuurt ze me weg voor een koffie en een Spa. Met een rood rietje.
‘Neem zelf ook iets,’ roept ze erachteraan.

Ik wil niks drinken, ik wil eten. Ik heb honger en kan de haren wel uit mijn hoofd trekken van frustratie.

Dan zegt Ria ineens: ‘Het is nu tien over elf. Dit advies krij- gen we niet meer af vandaag.’
‘Maar ik heb het beloofd aan de cliënt...’ begin ik.
‘Dat is dan heel vervelend, dat had je niet moeten doen,’ zegt Ria.
‘Maar...’ zeg ik. Ik wil zeggen dat ze mij had opgedragen om de cliënt te bellen en toe te zeggen dat het advies vandaag zou komen.

Ze laat me niet uitspreken en vervolgt: ‘Jij maakt een e-mail aan de cliënt op jouw computer, waarin je zet: Geachte heer Bokkensteijn, hierbij zend ik u het gewenste advies. Aarzelt u niet om contact met ons op te nemen indien u vragen heeft.

De standaard e-mail. Verbijsterd kijk ik in haar kille grijze ogen. ‘Maar je zei toch net dat we het advies vandaag niet meer af krijgen?’ vraag ik aarzelend.
‘Je stuurt het advies ook niet mee met de e-mail, dombo. Morgen om acht uur gaan we ermee verder. Duidelijk?’ zegt Ria ijzig en zonder enig teken van schaamte.

Ik sta op en loop naar mijn kamer om de e-mail te versturen. Er zit niets anders op. ‘Nu mag jij lekker haar rommel opruimen,’ zegt Stemmetje. Ik ben te moe om in discussie te gaan.

Later, als ik naar huis fiets, merk ik pas hoe kwaad ik ben. De woede geeft me nieuwe energie. Ik trap naar huis alsof ik Ria bij elke pedaalslag een stukje verder in de grond stamp. 

Dit schreeuwt om wraak. Het idee van een anoniem Twitter-account begint me steeds meer te bevallen. Via Twitter kan ik berichtjes posten over Ria die andere Twitteraars dan kunnen lezen. Laf misschien, maar ik heb een uitlaatklep nodig. Anders trek ik dit gewoon niet. Als ik opkijk, ben ik al bij mijn huis. Daar maak ik een venijnig Twitter-accountje aan. Onder 01Felice schrijf ik een gemeen tweetje over Ria, en over de andere misfits op kantoor. Dat lucht op. Ik stel me voor dat straks honderden mensen meeleven met mijn avonturen in de Grote Advocatuur. Of duizenden. En dat ze allemaal medelijden hebben met mij en Ria gaan haten. Met een glimlach val ik in slaap.

Die nacht komt de heer Bokkensteijn spoken in mijn droom. Afkeurend kijkt hij me aan en zegt keer op keer: ‘Ik dacht dat jij anders was dan zij. Jammer...’ 

1Een patroon heeft niets te maken met naaien of met een pistool. Het is een ervaren advocaat (met minstens zeven jaar praktijkervaring) die eindverantwoordelijk is voor de opleiding van de advocaat-stagiaire. 

Over de auteur

Fleur Brockhus is ex-advocate en schrijver van romans De urenfabriek, Juffrouw Holle - sprookje voor de moderne vrouw en De inspiratiepraktijk. Daarnaast blogt zij over een bloeiend leven op fleursfinest.com en schrijft ze o.a. columns voor Advocatie.nl. Fleur woont met haar man en drie zoontjes in Blaricum.

Volgende week lees je hoe het verder gaat met Felice.