Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Sabine Joosten
Helen's dagboek

Aflevering 121: ‛Paul en zijn vriendin
zijn zwanger’

H

Helen is tekstschrijver, gescheiden en moeder van Max en Nina. Ze woont samen met haar nieuwe liefde Boris. Haar ex Paul en zijn vriendin Marleen verwachten een kind.

Woensdag

“Ik krijg een zusje! Ik krijg een zusje!” Nina springt opgewonden in mijn armen. De moeder met wie ik stond te praten kijkt me verbaasd aan. “Paul en zijn vriendin zijn zwanger,” verklaar ik. Max reageert geïrriteerd. “Doe niet zo hysterisch, Nina. Het wordt vast net zo’n stom krijskind als jij bent.” 

Ik trek ze uit elkaar en loop snel het schoolplein af. “Had jij op een broertje gehoopt?” probeer ik een gesprek met mijn zoon te openen.

“Ik had helemaal niets gehoopt. Ja, dat die stomme baby er niet kwam. Ik hoef geen broertje of zusje meer. Ik vind Nina al erg genoeg.” Nina steekt haar tong naar hem uit en pakt mijn hand vast. “Mam, zullen we zo een roze jurkje voor haar kopen?” 

Ik slik. Mijn gevoel gunt Marleen geen roze jurkje, zelfs geen dochter als ik eerlijk ben. Maar ik weet dat het ’t verstandigst is om me niet te laten kennen. Onlangs was ik ook al zo onredelijk tegen ze. 

“Weet je, we brengen Max zo naar tennis en dan gaan wij iets kopen,” stel ik voor. “Zullen we nu een ijsje halen?”Ik ben blij dat dit idee bij beide kinderen in goede aarde valt.

Donderdag

“En is adoptie uitgesloten, denk je?” Boris hoort voor de zoveelste keer mijn verhaal over Eva aan. Ik blijf er op terugkomen, ik heb zo sterk het gevoel dat ik iets voor haar moet doen. “Dat weet ik niet. Volgens mij duurt zo’n proces eindeloos en laten we eerlijk zijn: als een adoptiebureau hoort dat ze recent twee zelfmoordpogingen heeft ondernomen, zullen ze niet staan te trappelen om haar te helpen.”

“Hoe zit het eigenlijk met jouw kinderwens. Heb je die nog?” Die opmerking zag ik niet aankomen en ik word er rood van. De laatste maanden speelt het steeds vaker door mijn hoofd dat Boris en ik samen een kind hadden kunnen hebben als de miskraam geen roet in het eten had gegooid. 

“Ik weet het niet. We hebben het zo druk gehad met de verhuizing en de zorgen om Eva... ik heb het geparkeerd,” lieg ik. De waarheid is dat ik niets liever wil dan nog een derde kindje en misschien dat daarom mijn jaloerse gevoel naar Marleen steeds sterker wordt.

Maar ik kan, met wat ik nu van Eva weet, onmogelijk bij haar aankomen met de mededeling dat ik zwanger ben. “Je wilt wel een kind, maar kunt er niet aan denken door Eva, hè?” Boris’ begrip raakt me. Ik voel de tranen in mijn ogen prikken. “Ja, zo is het. Hoe moeilijk ik dat ook vind...”