Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Hugo
Foto: Eigen beeld
Hoe date ik het ook alweer?

Als je maar verliefd bent
en dat mag ook op de hond

blogger

Patty Harpenau

H

Het leukste aan de liefde is verliefd zijn. Het maakt eigenlijk niet uit waarop, als je het maar bent: dan is het leven op zijn best.

Ja, ik ben ronduit verliefd op het leven en soms verliefd op iets stoms zoals de ultieme nagellak of schoenen. Ja, schoenen, je kunt er niet genoeg van hebben, toch? Dat gevoel van sexy hoge hakken en mooie lingerie, ongegeneerd wulps met je achterwerk draaien en dan je tanden zetten in een leuke man. Geef nou toe … dat is toch ronduit heerlijk aan verliefd zijn.

Oh la la, de liefde … Een goede vriendin van mij sluit zichzelf op als ze verliefd is. Dan wacht ze tot het overgaat, want ze vindt de bries van liefde uitermate onaangenaam. Ik daarentegen in het geheel niet. Ik bruis, ben onweerstaanbaar irritant omdat ik opeens van alles en iedereen houd en daar vervolgens vriend en vijand mee lastigval.

Bestaat er maar één grote liefde? Is liefde enkelvoud? Ik denk van niet. Er zijn meerdere liefdes en wellicht is één van mijn grote liefdes wel mijn hond. Hond …? Ja, hond! Voor iemand die geen hond bezit, klinkt dit uitermate idioot. Maar hondenbazen begrijpen meteen wat ik bedoel.

Heer van stand

Mijn geliefde heer van stand is een Fauve de Bretagne, die de stoere naam Hugo draagt. Hij is sinds vijftien jaar in mijn leven. Hij verleidt mij moeiteloos met zijn maanbruine ogen en zwoele blik, heeft een 'jazzie' tred en wiegelt elegant met zijn staart.

De liefde tussen hem en mij is met de jaren gekomen; van hond naar vriend. Ooit vond hij mij in het holst van de nacht compleet in tranen. Hij was ongerust de trap op geslopen, ontdekte mij in het lege en verlaten bed en kroop warm en zacht tegen mij aan. Zo bleef hij liggen tot de tranen waren gedroogd.

Maar liefde kent ook boosheid: op de dag dat ik hem naar de dierenarts bracht om hem van zijn mannelijkheid te verlossen, sprak hij een volle week niet met mij. Ik had geen keuze, want in zijn voortplantingsdrift at hij werkelijk niet meer en dreigde te verhongeren. 

Aan het einde van de dag kreeg ik hem verpakt in een blauw rompertje mee en wellicht deed deze vernedering meer zeer dan het verlies van zijn hondenkiwi’s. Hoe dan ook: niets hielp, geen worst, geen biefstuk, hij gunde mij een week geen blik waardig.

Hugo regeert streng doch liefdevol over zijn twee zusjes, Jan en Doortje. Maar het meest regeert hij over mij. Als een heer zich naast mij op de bank vleit, zit hij er in een mum van tijd tussenin met een brutale grijns: 'Zo vriend… waag het niet. Ze is van mij.'

Flapperende oren in de wind

Afgelopen week kreeg hij een lichte tia. We gingen rap op weg naar de dierenarts. Meestal geniet hij zeer van een open dak, met wuivende oren en glinsterende neus. Maar deze week niet. Hij kroop stil op de achterbank. Hij liet zich braaf bekloppen, betasten en onderging gelaten de vernedering van een thermometer in zijn bibs. We mochten weer naar huis met medicijnen en eenmaal thuis kroop hij op de bank met een deken, zijn favoriete beer en zijn zusjes dicht tegen hem aan.

Inmiddels gaat het beter. Hij is zo doof als een kwartel, maar wat zou het. Als je vijftien bent, is dat heel normaal. En zijn zusje helpt hem: als we uitgaan, dan blaft ze naast zijn oor. Zij krijgt een lik als dank en gaan we met z’n viertjes op weg.

Gisteren moesten we voor controle naar de arts. Het dak ging open. Met zijn oren vrolijk flapperend in de wind, genoot hij enorm. Zo’n moment is een ijsje waard. Voor Hugo in een bakje, zodat hij fijn kan likken, voor mij in een hoorntje. Hap slik weg …

Hij keek mij aan, zo verleidelijk en zo lief. En ik las zijn vraag in zijn ogen. Vooruit, hier heb je mijn ijsje ook. Wat kan het schelen. Als je maar verliefd bent. Op je hond, op het leven, of op de dierenarts die je hond weer heelt.

Oh la la ... de liefde. Ik vier die voluit. Vier je mee?

En, wat vind jij? Laat je horen!