Hoe zit het nu echt met?

Gamen:
helemaal zo slecht nog niet?

journaliste

Eline Doldersum

P

Pokémon Go heeft de wereld al weken in zijn greep. Een maand na de lancering lokt deze populaire game nog dagelijks duizenden mensen de straat op voor het vangen van virtuele pluchebeestjes. Moeten we ons zorgen maken of is gamen eigenlijk zo slecht nog niet? VROUW vroeg het enkele experts.

Een maand geleden maakte ik voor het eerst kennis met Pokémon Go. Vriendlief had de game ontdekt en ging meteen enthousiast aan de wandel met zijn smartphone. Tijdens onze vakantie in Spanje werd de app tevens met enige regelmaat (en mijn toestemming) geopend. Wat hilarische taferelen opleverde. 

Midden op de boulevard, tussen de palmen en het adembenemende uitzicht op zee, bleek namelijk een zogenoemde Pokémonhotspot te zitten. Een plek waar iedere avond tientallen kinderen, complete gezinnen maar ook alleenstaande vrouwen bij elkaar kwamen om... Pokémons te vangen. Je kon mij oprapen!

Enthousiaste startfase

Tóch vroeg ik me bij thuiskomst wel af of we ons geen zorgen moeten maken over deze game die de wereld al meer dan een maand in zijn greep houdt. "Welnee", zegt Tony van Rooij psycholoog en expert in gameverslaving. "Pokémon Go is - net als veel andere mobiele spelletjes als Candy Crush en FarmVille - niet heel diepgaand. Vaak spelen mensen dit soort spelletjes een aantal maanden en dan is het weer gebeurd."

We kunnen onze kinderen (en partner) dus met een gerust hart hun gang laten gaan? "Zeker! Vaak zie je dat mensen in het begin heel veel tijd besteden aan een nieuw spel: de enthousiaste startfase. Dat wordt op den duur vanzelf weer minder. De kans dat het echt de spuigaten uitloopt is - in tegenstelling tot online games met meer diepgang - bij dit soort mobiele games heel klein."

De reden waarom we aan het gamen slaan, is volgens van Rooij heel eenvoudig te verklaren. "Spelletjes zijn zo gemaakt dat ze bepaalde behoeftes bevredigen. Zo word je continu uitgedaagd om jezelf en anderen te overtreffen, kom je makkelijk in contact met anderen én zorgt het ervoor dat je de touwtjes zelf in handen hebt. Dit zie je bij vrijwel alle games, maar bijvoorbeeld ook bij een teamsport."

Gameverslaafd

Volgens Chareen Soekardjo, preventiewerker bij verslavinginstelling Jellinek, wordt er ook veel te snel gestrooid met de term verslaafd. "Een gameverslaving bouw je niet binnen een maand op. We spreken pas van een verslaving als je onder andere een jaar lang steeds meer tijd besteed aan gamen, school, werk, hobby's en sociale contacten verwaarloost, het je stemming beïnvloedt en je liegt over de speeltijd."

Daarnaast raak je volgens Soekardjo ook niet zomaar verslaafd. "Mensen die gameverslaafd zijn, hebben vaak al enige problemen voordat ze verslaafd raken aan games. Ze zijn eenzaam, depressief, hebben een laag zelfbeeld of zijn verslavingsgevoelig. Wat je vaak ziet is dat deze mensen vluchten in het gamen."

Positieve effecten

Een game als Pokémon Go hoeft volgens van Rooij tevens helemaal niet als iets negatiefs gezien te worden. "Als er een nieuw spel uitkomt, zijn we heel snel geneigd om meteen te kijken naar de negatieve effecten. Dat terwijl er bij de lancering van een nieuw televisieserie, die mensen soms in een weekend afkijken, niemand kraait naar de negatieve effecten."

"Zonde, want games hebben juist ook veel positieve effecten. Allereerst zorgt het voor een stukje ontspanning. Je ontsnapt aan de werkelijkheid en maakt je hoofd even helemaal leeg. Daarnaast zorgen veel games ervoor dat het reactievermogen en strategisch inzicht toeneemt en zie je vaak dat vooral kinderen bij Engelstalige games de Engelse taal spelenderwijs heel gemakkelijk oppikken."

"Als je specifiek kijkt naar Pokémon Go dan zie je dat spelers massaal aan het wandelen slaan, makkelijk in contact komen met anderen en op een leuke manier culturele plekken in de omgeving leren  kennen!" Soekardjo sluit zich hier helemaal bij aan: "We hebben nog geen negatieve effecten kunnen ontdekken. Het is alleen maar goed dat mensen die voorheen nooit bewogen ineens 80 km lopen."

Weet wat je kind speelt

Mocht het speelgedrag van je kinderen (of je partner) je toch zorgen baren, dan is het volgens Soekardjo belangrijk om de signalen in de gaten te houden. "Gaan schoolprestaties achteruit en heeft je kind nergens anders oog meer voor? Grijp dan in! Stel duidelijke regels en zorg ervoor dat deze ook gehandhaafd worden. Zo kun je voorkomen dat het op den duur de spuitgaten uitloopt. Daarnaast is het ook belangrijk dat je weet wát je kind speelt zodat je als ouder ook weet waar je het over hebt."

Iets waar van Rooij het helemaal mee eens is. "Er zijn ouders die om stipt 6 uur de stekker eruit trekken omdat het eten op tafel staat, waardoor het spel abrupt wordt afgebroken. Medespelers worden kwaad, het kind gefrustreerd en ouders op hun beurt ook. Dit soort problemen voorkom je door mee te kijken met je kind of zelf te spelen. Dan begrijp je dat een game drie kwartier duurt en kun je bijvoorbeeld ook afspreken om na één game aan tafel te schuiven. Dat voorkomt irritatie."

Onschuldig

Al met al moeten we ons volgens van Rooij niet zoveel zorgen maken. "Natuurlijk is het niet verstandig om je kind te laten gamen totdat het erbij neervalt, maar al te strenge en controlerende regels zijn ook niet altijd effectief. Als de balans tussen hobby's, school, sociale contacten en gamen goed is, dan is er echt niets om je zorgen over te maken én kan het je kind uiteindelijk ook nog veel goeds opleveren."

En, wat vind jij? Laat je horen!