Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Hollandse Hoogte / Science Photo Library
Hoe zit het nu echt met?

Kwaliteit dieetcoaches soms onder de maat:
‘Kaneel breekt suiker af? Een fabeltje!’

Dimphy van Miltenburg

H

Hulp inschakelen om gewicht te verliezen is steeds normaler. Maar niet iedere coach blijkt zich aan de regels te houden, zo meldde de Consumentenbond gisteren. ‘Kwaliteit gewichtsconsulenten wisselt sterk’, kopte de waakhond. Maar volgens voedingswetenschapper Astrid Postma-Smeets betekent dit niet dat het voor iedereen beter is om een diëtist te bezoeken in plaats van gewichtsconsulent.

De Consumentenbond liet vier vrouwelijke mysteryshoppers op consult gaan bij 23 gewichtsconsulenten. Vervolgens beoordeelde de bond de intake, het vragen naar algemene gegevens en voedingspatroon en het inhoudelijke advies.

Een derde van de gewichtsconsulenten bleek niet naar de medische situatie en gezondheidsklachten van de mysteryshoppers te vragen. De helft informeerde niet naar eventueel medicijngebruik.

De bond zegt dat dit essentiële vragen zijn, omdat gewichtsconsulenten bij medische klachten niet zelf advies mogen geven, maar door moeten verwijzen naar een diëtist of huisarts.

Astrid Postma-Smeets is expert Voeding & Gezondheid bij het Voedingscentrum. We spraken haar over het onderzoek van de Consumentenbond.

Wat is het verschil tussen een gewichtsconsulent en een diëtist?

Postma-Smeets: “Een diëtist moet een hbo-opleiding diëtetiek hebben gevolgd. Een gewichtsconsulent kan ook op mbo-niveau of online een cursus hebben gevolgd. Er is dus vaak een verschil in kennisniveau. En een diëtist is ook opgeleid om iemand met een ziekte te kunnen adviseren.”

Wat vindt u van het onderzoek van de Consumentenbond?

Postma-Smeets: “De mysteryshoppers hebben de gewichtsconsulenten maar één keer bezocht, terwijl de meeste mensen een langduriger traject ingaan met een consulent. Dat maakt het onderzoek wat summier, want je weet niet of de gewichtsconsulenten in een tweede gesprek wél naar iemands gezondheid zouden hebben gevraagd.

Uiteraard hoort een gewichtsconsulent dit te doen; dat geeft ook de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland (BGN) toe in een reactie. Maar bij een vereniging met duizenden leden zitten er altijd een paar tussen die niet alles volgens de regels doen.”

Je kunt als consument dus net zo goed naar een diëtist gaan als naar een gewichtsconsulent?

Postma-Smeets: “Heb je een medische aandoening, dan zou een diëtist beter kunnen zijn. Maar dat hoeft niet: heb je astma en hoef je alleen in het voorjaar een paar pufjes te nemen, dan zou een gewichtsconsulent jou wellicht best kunnen adviseren.

Maar dat kun je dus het beste met je huisarts overleggen. En consumenten hebben ook zelf een verantwoordelijkheid: lichamelijke klachten of aandoeningen moet je gewoon melden. Zowel aan je huisarts als aan je fysiotherapeut, schoonheidsspecialist of diëtist.”

 

Astrid Postma-Smeets / Eigen beeld

Uit het onderzoek bleken sommige gewichtsconsulenten niet naar de reden van afvallen te vragen. Waarom is het belangrijk om iemands motivatie om af te vallen te weten?

Postma-Smeets: “Iemands motivatie kan belangrijk zijn om een goed plan op te stellen. We weten bijvoorbeeld dat het heel goed werkt om mensen zelf doelen te laten opstellen. Stel dat een oma wil afvallen omdat ze niet goed met haar kleinkinderen buiten kan spelen. Dan kun je op deze reden terugkomen bij de afspraken én iemand met deze reden motiveren als het even wat moeilijker gaat.”

De mystery guests werden ook niet altijd naar hun streefgewicht gevraagd, net zoals ze niet altijd werden gewogen. Waarom zijn dit punten die een gewichtsconsult met een klant moet bespreken?

Postma-Smeets: “Omdat mensen vaak een onrealistisch streefgewicht hebben en dat zorgt voor teleurstellingen. Als je 118 kilo weegt, kun je niet in twee maanden tachtig kilo wegen. En net zoals mensen altijd liegen over hoeveel alcohol ze drinken, zo liegen ze ook altijd wat kilo’s van hun gewicht af.”

Feiten en fabels

De gewichtsconsulenten gaven de mysteryshoppers ook verschillende adviezen. We legden ze aan Astrid Postma-Smeets voor: zijn het nu feiten of fabels?

Feit of fabel: ‘Kauw langzaam’

Postma-Smeets: “Feit. Als je langer kauwt, kunnen je hersenen zich voorbereiden op de komst van voedsel. Het zorgt ervoor dat je sneller verzadigd raakt. Je kunt het verschil zelf makkelijk thuis nabootsen met zes sinaasappels.

Als je er drie perst en je drinkt dat glas sinaasappelsap op, heb je het zo weg. Maar als je twee sinaasappels eet, probeer dan die derde sinaasappel nog maar eens weg te krijgen. Dat heeft te maken met dat kauwen. Bovendien kun je maag- en darmklachten krijg als je supersnel eet. Of gaan boeren, dat is sociaal ook niet altijd wenselijk.”

Feit of fabel: ‘Probeer de hele dag door te blijven eten, dat houdt de motor aan de gang’

Postma-Smeets: “Fabel. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat je meer afvalt als je de hele dag door eet. Het kan wel zo zijn dat iemand een nieuw dieet makkelijker volhoudt als diegene meerdere keren per dag kan eten en zodoende minder honger heeft. Maar voor iemand anders kan drie goede maaltijden op een dag beter werken.”

Feit of fabel: ‘Eet veel kaneel, dat helpt suiker afbreken’

Postma-Smeets: “Fabel. Kaneel kan natuurlijk wel een vervanger voor de smaak van suiker zijn, dus op die manier zou het wel gezond kunnen zijn. Maar kaneel helpt suiker niet afbreken.”

Hoe komen deze fabels in de wereld?

Postma-Smeets: “Fabels ontstaan omdat mensen graag concrete oplossingen willen of gewoonweg geloven dat het werkt. Voor consumenten is het dus belangrijk om alert te blijven op tips die te mooi klinken om waar te zijn en te letten op de betrouwbaarheid van de informatie.”