Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Door zelf te lezen kan kind zomerdip voorkomen
Foto: EyeEm Mobile GmbH
In het nieuws

Zó voorkom je dat je kind
een zomerdip krijgt

journaliste

Daphne van Rossum

I

In het zuiden is de vakantie al begonnen. Maar zo’n lange zomervakantie maakt de hersenen van je kind wel een beetje lui. Als ouder heb je er niet zo’n erg in, maar de basisschooljuffen Sofie van de Waart en Tineke Ingwersen krijgen er elk jaar ná de zomervakantie mee te maken.

Kinderen die na de vakantie ineens de tafels niet meer kennen of niet meer kunnen automatiseren met rekenen. Het fenomeen heeft zelfs een naam: ‘de  zomerdip’.

 

In zes weken een niveau lager

De juffen schreven er een boek over: De Basisschoolbundel- leerwerkboek voor groep 7-8, dat vandaag uitkomt.

De ‘zomerdip’ is een door pedagogen en orthopedagogen erkend fenomeen, waarbij kinderen achter raken door de lange zomervakantie. In zes weken zakken ze zomaar een heel niveau lager, of blijven (in het gunstigste geval) op gelijk niveau.

Tineke van de Waart: “Het boek concentreert zich op leerlingen van groep 7 en 8, die zich voorbereiden op de sprong naar het voortgezet onderwijs, maar de zomerdip zien wij bij kinderen van alle leeftijden. Dus ook bij kleuters en de driejarigen.

Je kent het misschien zelf ook wel. Je bent lekker op vakantie geweest en als je terugkomt weet je de inlogcode van je computer ineens niet meer. Die kennis zakt weg.”

Volgens Tineke kunnen we heel wat zelf doen om onze kinderen te behoeden voor de ‘zomerdip’ en is het tegelijkertijd leuk om te weten waar je kind mee bezig is en waar zijn of haar belangstelling ligt.

Maar wat kun jij als ouder doen om je kind na de vakantie met een voorsprong in plaats van een achterstand te laten beginnen in het nieuwe schooljaar?

1. Zien lezen doet lezen. Ga zelf lekker een boek lezen, dan is je kind eerder geneigd ook een boek te pakken.

2. Laat kinderen zelf een boek uitzoeken dat ze leuk vinden en dat aansluit bij hun hobby. Het is belangrijk dat ze op hun eigen niveau lezen, dus koop geen AVI 9 voor een kind dat nog niet zo goed leest. Het niveau waarop jouw kind leest, vind je op het rapport of op de uitdraai van de cito. Of vraag het aan de leerkracht.

3. Praat over het boek. Vraag waar het over gaat en wat ze er leuk aan vonden. Vraag ook of ze het einde goed vonden. Misschien zouden ze zelf een ander einde hebben geschreven. Als je op deze manier praat over tekst, ben je bezig met begrijpend lezen.

4. Koop een krant of Kidsweek en praat over het nieuws. Als het een item betreft over Zuid-Amerika, vraag dan of ze weten waar dat land ligt. Of ze het kunnen aanwijzen. Dan ben je bezig met nieuwsbegrip. Dat noemen we ook wel ontdekkend of onderzoekend leren.

5. Verzamel voor je op vakantie gaat weetjes over het land waar je heen gaat. Ga voorbereid op reis en kijk op de kaart waar het land ligt, welke taal ze er spreken en welk geld ze gebruiken.

6. Laat kinderen onderweg opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld het tellen van hectometerpaaltjes, tien paaltjes zijn 1 kilometer zo kun je rekensommen geven. Bijvoorbeeld hoe lang je erover doet van de ene stop naar de andere. Of hoe lang doe je erover om naar Parijs te komen, min twee pauzes.

7. Als je een bepaalde route fietst, laat het kind de weg zelf zoeken aan de hand van verkeersborden en paddenstoelen van de ANWB. “Wat is de afstand tussen Bennenbroek en Vogelenzang, hoe lang gaan wij daar over doen?”

8. Laat het kind op de plaats van bestemming zelf boodschappen doen en uitrekenen wat het nodig heeft om bijvoorbeeld een pak melk en een brood te kopen. Laat het ook zelf fruit en groeten afwegen.

9. Mocht je rekenen of taal oefenen met je kind, doe dat dan liever elke dag een kwartier dan één uur per week.