Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Peinzende vrouw op bed
Leven van een stewardess

Deel 26: Hij zei het lachend,
maar ik vermoedde dat het menens was

I

Ik had het voicemailbericht van Robin bewaard, maar had het na die ene keer nooit meer teruggeluisterd. Toen ik dat afgelopen week toch nog eens deed, viel me iets op. 

Robin zei dat hij mijn nummer van Bas had gekregen. Maar Bas had me verzekerd nooit meer contact met hem gehad te hebben na de laatste keer in de gevangenis. Wie van de twee loog?

Een onbekend nummer

En dat waar ik al een tijdje bang voor was, gebeurde dus gisteren. Robin belde met een voor mij onbekend nummer en ik nam op. Na meer dan vijfentwintig jaar was daar ineens die stem die ik zo goed kende. "Veertje, meisje, eindelijk." Mijn adem stokte. Het was zo bizar om zijn vertrouwde geluid te horen maar ook omdat ik bang was meegezogen te worden in de ellende die klaarblijkelijk nog steeds om hem heen hing. Ik was dus op mijn hoede.

Robin vroeg naar mijn kinderen, of ik gelukkig was, of ik nog steeds vloog. Hij vertelde dat hij vanzelfsprekend doorgegaan was met zijn leven maar dat hij mij al die tijd vanaf de zijlijn gevolgd had. Hij wist dat ik een paar jaar geleden gescheiden was, dat ik toentertijd vanuit Amsterdam naar de kust was verhuisd en zelfs dat ik af en toe nog contact had met Bas. "Zie jij hem nog weleens dan?", had ik op mijn beurt gevraagd, maar daar gaf hij geen duidelijk antwoord op.

Een vrije jongen

"Waar woon jij dan vandaag de dag?", wilde ik weten. “Overal en nergens”, was het antwoord. Hij had van Bali, naar Zuid-Spanje, van Costa Rica naar Argentinië gereisd, overal meerdere jaren gewoond en was nu voor onbepaalde tijd terug in Nederland. Nee, hij had geen kinderen, was nooit getrouwd. "Ik ben een vrije jongen, Veer. Dat weet je toch? Ik heb lang genoeg opgesloten gezeten, voor mij geen vastigheid meer hoor. Ik wil kunnen gaan en staan waar ik wil."

Hij wilde afspreken en hoe hard ik ook probeerde om het af te houden, hij nam met 'liever niet' geen genoegen. "Ik ga gewoon voor je huis liggen tot je er bent. Ik wil je echt graag zien!" Hij zei het weliswaar lachend, maar ik vermoedde dat het menens was. Dus spraken we af om elkaar volgende week in Amsterdam te treffen in de Westerstraat. In het café waar we ooit, meer dan twee decennia geleden, onze eerste afspraak hadden.

Dat smokkelverhaal

Eerst moest ik nog naar Kaapstad vliegen deze week. Een vlucht waarnaar ik altijd enorm uitkeek, maar nu drukte het feit dat Robin zich ineens weer in mijn leven had gewurmd op mijn normaal gesproken opgewekte humeur. Het klopte allemaal niet. Loog Bas? Waarom was Christine naar me toegekomen met dat smokkelverhaal? Robin die ineens uit het niets opdook. Ik kon het idee dat hier meer aan de hand was maar niet van me afschudden. Het was me de laatste vijfentwintig jaar prima gelukt om dit hoofdstuk ver weg te stoppen, maar nu leek het boek zich opnieuw te openen.