Stewardess drinkt koffie
Leven van een stewardess

Deel 28: De laatste keer dat ik hem zag
was in de gevangenis

D

De terugvlucht vanuit Zuid-Afrika verliep heel rustig. Geen rare passagiers, geen gedoe onder collega’s, zelfs geen seconde vertraging. Die dagen zitten er af en toe ook bij. 

Schering en inslag

Hoe anders dan een tijdje terug toen we vier uur vertraagden omdat er technisch iets mis was met de kist. Wat kunnen passagiers dan toch boos zijn. Opmerkingen als ‘altijd hetzelfde met jullie!’ en ‘vanaf nu vlieg ik echt nooit meer met deze club’ zijn dan echt schering en inslag. Terwijl ik altijd denk ‘liever zes uur aan de grond, maar een vliegtuig dat 100% werkt dan minder vertraging en met een mankement de lucht in’.

Soms reageren passagiers nog erger. Ik heb namelijk na een vlucht met veel turbulentie ook weleens van een passagier te horen gekregen dat hij ervan overtuigd was dat wij altijd de goedkoopste routes kozen en er daarom altijd turbulentie was. Goed, ieder zijn mening, zal ik maar zeggen. Tegen zoveel onzin kan niemand op.

Meer dan een scharrel

Ondertussen had ik Dirk geantwoord dat ik volgende week graag naar hem wilde komen voor de jaarwisseling. Mijn dorp voelt soms zo klein. Als ik met een nieuwe man in het dorp gesignaleerd word, gaat dat meteen als een lopend vuurtje en daar heb ik nu nog geen zin in. Eerst zelf uitzoeken wat ik nou precies voor hem voel en of het meer wordt dan een scharrel.

Niets veranderd

Maar eerst had ik nog mijn afspraak met Robin. Ik had de avond van tevoren heel slecht geslapen, zo zenuwachtig was ik. En toen het zover was, en ik over de drempel van ons oude Amsterdamse stamcafé stapte, was ik verbazingwekkend rustig. Daar zat hij in het hoekje. Verzonken in de krant die voor hem lag, dus kon ik hem een paar seconden van een afstand bekijken. Zijn donkere haar was grijzend bij de slapen en zijn handen waren gebruind. Eigenlijk was hij niets veranderd. Ouder ja, maar niet dik of uitgezakt.

“Veertje, lieverd”, opende hij zijn charme offensief. “Wat heerlijk om je na al die tijd weer te zien. Je bent nog net zo mooi als de laatste keer dat ik je zag.” Het compliment deed me niets. Hem terugzien was voor mij alsof ik terug gesleurd werd naar die afschuwelijke periode dat hij opgepakt werd.

Wat wil je van me?

‘De laatste keer dat ik hem zag’: dat was in de gevangenis. En nu zat hij hier doodleuk. “Wat wil je eigenlijk van me, Robin?”, vroeg ik. Ik had mijn jas niet uitgedaan en stond zelfs nog aan zijn tafel. “Ga eerst eens even rustig zitten. Koffie? Nog steeds koffie verkeerd of is het inmiddels iets anders geworden?”

Ik kon amper ontspannen maar zat uiteindelijk met een koffie tegenover hem. Hij had fijne lijntjes naast zijn ogen en zijn tanden waren wat schever dan ik me herinnerde. Nogmaals vroeg ik wat hij van me wilde. “Ik zei toch dat ik je gewoon even wilde zien. Het was dit jaar vijfentwintig jaar geleden. Een mooi moment om de draad op te pakken, toch?”

De rillingen liepen over mijn rug. De draad oppakken? Doe normaal. Ik wilde geen contact meer met hem. “Nou, Robin, ik ben hier omdat je vorige week geen nee als antwoord accepteerde en ik geen scène bij me thuis op de stoep wilde, maar om nou de banden aan te gaan halen...daar heb ik geen trek in.”

Hij keek me aan en ik zag in zijn ogen dezelfde harde blik als toen hij toentertijd thuis door de politie opgehaald werd...