Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Leven van een stewardess

Deel 41: Hij is niet gezellig,
hij is gevaarlijk!

C

Cuba was fantastisch! Zoals ik me al voorgenomen had, huurde ik met een paar leuke collega’s een klassieke Amerikaan en toerden we door het prachtige Havana.

Het eten in Cuba is eigenlijk niet zo interessant. Veel restaurants zijn bezit van de staat en naast kip, bonen en rijst staat er niet veel bijzonders op de kaart. Maar de leukere adresjes worden wel veelvuldig gedeeld op de social mediapagina’s van stewardessen.

Zodoende belandden we in een geweldige Paladar. Paladares zijn huiskamerrestaurants, en deze schieten de laatste jaren als paddestoelen uit de grond. Wij gingen naar het huiskamerrestaurant van Doña Eutima in de binnenstad en aten de lekkerste Cubaanse specialiteiten ooit.

Lente

Vroeg in de ochtend landde ik weer op Schiphol en met het Cubaanse zonnetje zichtbaar op mijn huid, reed ik over de snelweg terug naar mijn dorp. In die paar dagen dat ik weg was, was Nederland ontwaakt uit haar winterslaap en leek de lente te exploderen. Overal gele, paarse en roze velden vol bloemen. Op de radio hoorde ik dat ook de Keukenhof weer geopend was. Duizenden toeristen zouden weer toestromen, net als naar de Hollandse stranden. 

Duitsers graven kuilen

Ik moet altijd wel lachen om de hordes Duitsers die onze Noordzeekust overspoelen in het seizoen. De standaard gedachte dat Duitsers kuilen graven op het strand is overigens honderd procent waar. Ieder jaar opnieuw verbaas ik me over de nijver en precisie van de huisvaders van middelbare leeftijd die bij aankomst een gat graven voor het gezin, om vervolgens met onuitputtelijk enthousiasme zandkastelen te bouwen aan de vloedlijn.

Nooit houden ze rekening met het oprukkende water, dus het bouwsel verdwijnt voordat het klaar is steevast in zee. Ook melden zich iedere dag mensen bij de EHBO met gekneusde enkels. Dit dan weer door die klote kuilen.

Snuivers

Eenmaal thuis wachtte me een verrassing. Daan en Sebas waren er. Ik had me al een beetje verbaasd over de geïnteresseerde smsjes van mijn beide zoons: waar was ik en vooral, wanneer zou ik weer thuis zijn? En nu zaten ze aan een keurig gedekte ontbijttafel met een verse pot thee op me te wachten.

Daan zag er goed uit met zijn mooie donkere krullen en Sebas droeg zowaar een shirt dat ik laatst voor hem meegenomen had. De jongens maakten een vrolijke indruk en vertelden honderduit over het Utrechtse studentenleven. Over de avonden dat ze in het studentenhuis samen kookten, de nachten dat ze doorhaalden, de toch best goede cijfers die ze haalden en sterke verhalen over de meiden die af en toe bleven logeren.

Ook biechtte Sebas op dat hij met een aantal vrienden was gaan stappen. Twee van hen hadden cocaïne gebruikt met een vage gast die ze tegen waren gekomen in een foute kroeg. Ik vroeg natuurlijk of hij dat ook weleens had gebruikt, maar dat ontkende hij stellig. “Nee mam!! Doe normaal! Af en toe een jointje, maar ook vrijwel nooit. Coke zou ik echt nooit doen.”

Dealers zijn niet gezellig maar gevaarlijk!

“Maar hoe komen jullie er in godsnaam aan?”, vroeg ik toch nog wel bezorgd. Dat bleek makkelijker te gaan dan ik had gedacht. Er was altijd wel een vriend die weer iemand kende. En in dit geval waren ze in contact gekomen met een 'heel gezellige vent' die uiteindelijk aan het eind van de avond een lijntje aanbood en ook nog wat extra om te kopen. Ook aan Sebas. Maar die had dus gelukkig geweigerd.

“Gezellige vent!?”, schoot ik uit mijn slof. “Dat zijn verdomme dealers! Die zijn niet gezellig, die zijn gevaarlijk!!!”