Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Leven van een stewardess

Deel 49: Mijn zoon
snuift coke?!

I

Ik had de puf niet meer op kunnen brengen om Dirk te antwoorden. Ik had volgens hem alles verpest. Wat een dramaqueen. Hoezo had ik alles verpest? Ik wilde niet mee op vakantie omdat ik er voor mijn kind wilde zijn nu hij ziek was. Dirk kon wat mij betreft de pot op.

 

De volgende ochtend was ik weer naar Utrecht gereden en mocht Daan na de laatste controles door de arts mee naar huis. Sebas was zo lief geweest om een tas met kleren voor zijn broer te halen en hij was ook meegereden naar mijn huis. En zo had ik de afgelopen week doorgebracht met mijn kinderen thuis. Rogier was weer gaan werken dus de jongens bleven lekker bij mij.

 

Drugs

Na een dag of drie was Daan wat aangesterkt en nam ik hem voor een kop thee aan de zee mee naar het strand. Hij zag nog steeds wat bleekjes. “Mam, geloof je me dat ik die drugs echt niet zelf had geslikt?”, vroeg hij. “Tuurlijk lieverd. Als jij zegt dat je het niet gedaan hebt dan vertrouw ik daarop. Ik vind het vreselijk voor je dat iemand je dit aangedaan heeft. Zeker omdat jij niets van drugs moet weten.”

Gelukkig leefde hij nog

Daan keek me schuldbewust aan. “Ik rook soms een joint en ik heb ook coke gesnoven”, zei hij plompverloren. Ik schrok van die biecht. Een joint vond ik niet echt erg maar coke. Mijn zoon snuift coke?! Dat was toch wel een ander verhaal. “En toen we het er laatst over hadden met Sebas erbij ontkenden jullie in alle staten!” Daan keek me nog schuldiger aan. “Ik weet niet waarom ik het deed. Ik was op een feestje en het werd me aangeboden. Het leek heel onschuldig eigenlijk want iedereen deed het. Maar het was eens en nooit weer.” Ik aaide mijn jongen door zijn donkere krullen. Wat was ik blij dat hij er nog was. We zeiden even niets tegen elkaar. Het was fijn aan zee, we keken naar de mensen op het strand en dronken onze thee.

Liefdesverdriet

Dirk had niets meer van zich laten horen. Ik wist niet eens of hij nog naar Suriname was gegaan. Terwijl ik over de Noordzee uitkeek, dacht ik aan hem. Hij was lief geweest in het begin. Had me op handen gedragen en zelfs gezegd dat hij eigenlijk nog nooit voor een vrouw gevoeld had, wat hij voor mij voelde. Ik voelde de tranen prikken achter mijn ogen. Een week geleden leek er niets aan de hand en nu was het over en uit. Ik had het weliswaar zelf gedaan maar ik had het liever anders gezien. Het was fijn geweest om verliefd te zijn, om verkering te hebben. “Mam, wat is er?” Daan keek me bezorgd aan. Ik ging mijn zoon niet vermoeien met mijn liefdesverdriet. En zo verdrietig was ik nou ook weer niet.

Nou ja, een beetje dan.