Myrthe: niemand wil zomaar dood
Lezerscolumn

Niemand
wil zomaar dood

journalist

Myrthe van der Wolf

E

Een aangrijpende open brief van journaliste Myrthe van der Wolf over de zelfmoord van haar vader. Haar boodschap: 'Nee, niemand wil zomaar dood'. 

"Mijn vader pleegde vijf jaar geleden zelfmoord. Ik krijg nog altijd een stomp in mijn maag als ik daaraan denk. Hij was één van de meest bijzondere mensen die ik ooit heb gekend. Wijs, warm, liefdevol en grappig. Zijn geest was er één om jaloers op te zijn, zo kleurrijk en vol prachtige gedachten. Met zijn journalistieke pen zocht hij betekenis en diepgang die hij ook in zijn eigen leven zocht. Hij raakte iedereen die hij ontmoette, omdat hij écht in je was geïnteresseerd. Hoe gaat het met je? Wat houdt je bezig?

Dat alles heeft hij thuis nooit geleerd. Zijn alcoholistische vader gaf hem een heel ander voorbeeld, eentje van geweld en onveiligheid, het ergste wat je je kind kunt aandoen. Hoe voor de hand liggend is het om datzelfde pad te bewandelen? De grootste uitdaging in iemands leven is het doorbreken van patronen, een ander pad kiezen dan het pad dat al voor je is betegeld. Het heeft zoveel bewustzijn en kracht nodig om dat te doen. Mijn vader had dat in zich. Hij koos ervoor om een andere vader te worden voor ons dan zijn vader voor hem was. Om zijn kinderen op te laten groeien in een huis gevuld met warmte en liefde, maar vooral met het gevoel veiligheid.  En dat is hem gelukt, híj heeft die schakel voor altijd verbroken, hij heeft ervoor gezorgd dat alle generaties die volgen niet meer met die vloek worden belast.

Van zijn eigen vloek heb ik opgroeiend nooit iets gemerkt. Bij ons aan tafel werd over alles gesproken, het goede en het slechte in het leven. Mijn vader en moeder brachten ons maatschappelijk bewustzijn bij, leerden ons over verschillende religies en het op zoek gaan naar je ‘eigen licht’, los van verwachtingen en andere zaken die je kunnen afleiden van waar je hart ligt. Zelf waren ze veel bezig met goeroes en reizen naar India, waardoor wij in plaats van naar de kerk op zondag mee moesten naar bijeenkomsten waar werd gemediteerd en gezongen. Daar deden we toen natuurlijk lacherig over, maar eerlijk is eerlijk: hij kan het laatst lachen nu ik alles in mijn leven toepas wat hij me heeft geleerd, tot mediteren aan toe. En dat ook overdraag aan de mensen om me heen. Hoe vaak hoor ik stiekem hém praten.

Ik vind het vertederend te constateren hoe bewust en zorgvuldig hij met zijn rol als vader omging. Hij wist zo goed wat het betekent om kinderen te krijgen, wat zijn invloed was. Een collega schreef in haar herinneringen aan mijn vader dat hij haar ook adviseerde over ouderschap, toen zij zwanger was en hij weemoedig terug dacht aan toen zijn eigen kinderen nog klein waren. Hij drukte haar keer op keer op het hart dat ze zich bewust moest zijn van haar rol, dat ze moest luisteren en vragen. Dat er niemand is op deze wereld die op die manier aandacht kan hebben voor kinderen. In haar gedachten was het bij ons aan de eettafel een levendig gebeuren met veel gesprekken en discussies. Zo was het precies.

Eigen beeld

Toen ik na mijn Havo drie maanden met hem door India reisde en daar ook ashrams bezocht, leerde ik hem nog beter kennen. Daar realiseerde ik me ook voor het eerst hoe naar zijn jeugd was geweest en hoe knap het was dat hij daar zo mee om heeft weten te gaan.  Toen hij zelf vader werd, zo vertelde hij, liep hij wel tegen zichzelf en dat verleden aan. Met therapie heeft hij daar doorheen weten te komen.

Maar hij heeft het nooit helemaal kunnen vergeten, zo blijkt. Die krater die is geslagen in zijn hele wezen heeft hem getekend. Dat zette zijn aura al op een kier voor demonen om naar binnen te sluipen. Zijn oprechte betrokkenheid bij de wereld en de mensen om hem heen lag hem zwaar op zijn schouders. Hij werd moe, zou eind 2008 even rust nemen. Maar dat was ook niet zo gek. Na veertig jaar  in de journalistiek, begonnen als broekie van 18, was het ook tijd voor een tandje minder. Hij zou altijd nog kunnen blijven schrijven in zijn vrije tijd, en, voegde hij daar altijd lachend aan toe: hij kon zich nog heel wat jaren met mij als beginnend journalist kunnen bemoeien. Hij keek enorm uit naar de –zoals hij dat zelf noemde- gouden jaren die er voor hem lagen. Samen met mijn moeder reizen en genieten, een prachtig vooruitzicht.

Dat zijn spoken hem inmiddels zo in hun greep hadden was voor mij en velen om ons heen dan ook een totale verrassing. Mijn wereld verging toen ik 24 maart 2009 van mijn moeder hoorde dat hij was opgenomen op de Paaz. Ik wist niet dat het zo erg was met hem. Dat het zo snel slechter was geworden. In tranen spraken we elkaar. Hij huilde met diepe uithalen en zei dat hij het heel zwaar had. Maar, hij was daar in goede handen en we zouden er doorheen komen met z’n allen.

In ons laatste telefoongesprek zei hij dat hij die dag met kussens tegen de muur had geslagen omdat hij voelde dat hij dit wilde overwinnen. Dat we daarna samen een boek zouden kunnen schrijven over hoe het is om met een depressie te leven. Ik zei hem dat alles goed was, dat we zielsveel van hem houden en hem hier doorheen zouden slepen.

En toen dat telefoontje, 31 maart 2009. Ik had net gewerkt en stond op het perron op Amsterdam Centraal. Het was mijn moeder. Ze gilde: Myrthe kom naar huis, papa heeft zelfmoord gepleegd. Heeft..gepleegd. Die voltooid tegenwoordige tijd kwam gek genoeg gelijk bij me binnen. Het was gebeurd, gedaan. Geen poging, geen ziekenhuis, geen afscheid. Niks. Toen werd alles een waas.

Ik mis hem elke dag. De ene dag snijdender dan de andere, maar je leert ermee leven. Of misschien, eromheen leven. Ik mis zijn wijze woorden, zijn schaterlach, zijn hand op mijn hoofd, de manier waarop hij van mijn moeder hield. Ik heb loodzware jaren achter de rug. Heb op mijn pad van verwerking mijn eigen demonen ontmoet en dat was geen pretje. Maar nooit ben ik ook maar één seconde boos op hem geweest. Nooit heb ik het maar één seconde egoïstisch gevonden. Natuurlijk was er woede. Op het leven, op het onbegrip van mensen, op de verschrikkelijke leegte die je ervaart. Op deze oppervlakkige kutwereld. Maar niet op hem.

Wat mij juist het meest pijn doet is dat zó iemand helemaal alleen afscheid heeft moeten nemen van deze wereld, gevangen in angst en wanhoop, in een zwart gat verlangend naar verlossing. Hij had het verdiend om in het licht afscheid te kunnen nemen, dat we hem konden bedanken voor wie hij was en wat hij heeft gedaan. Hij heeft keihard gevochten, die vader van me. In zijn afscheidsbrief schreef hij dat hij de laatste dagen op zijn knieën heeft gesmeekt om genade, maar hem die niet werd gegeven. Dat zich een vreselijke ramp had voltrokken. Hij was helemaal leeg.

Het wordt mij steeds duidelijker dat ‘beautiful minds’ ook sneller naar het diepe worden getrokken, naar het donker. Alsof mensen die het in zich hebben in de diepte bij dat goud te komen ook automatisch dichter bij het lava zitten, de hel. Dat mensen met bijzondere gaves niet alléén gezegend kunnen zijn, maar ook iets moeten inleveren aan de andere kant.

Niemand wil ‘gewoon’ dood, zomaar, omdat het kan. Als het in je hoofd zo’n hel is, zo angstig en zo zwart dat de zo gevreesde dood juist een verlossing lijkt, denk er dan eens aan hoe onhoudbaar dat moet zijn. Dat heeft niets te maken met een mindset, even doorzetten of 'gewoon' op de mooie dingen focussen. Het probleem is: die kún je niet meer zien, alsof je onder water wordt getrokken en niet meer boven kunt komen om adem te halen. Kijk iemand die depressief is eens echt in de ogen. Daar zit precies 0% aandachttrekkerij, het missen van  doorzettingsvermogen of egoïsme. Daar zit een kolkende massa van angst en wanhoop.

Gelukkig overleven sommige mensen depressies, zoals ook andere levensbedreigende ziektes overleefd worden. Maar ook dan blijft het een constante strijd tegen je eigen mind, het vechten voor het licht. En helaas verliezen sommige mensen deze helse oorlog.

In plaats van te oordelen wil ik ervoor pleiten deze mensen niet te zien als opgevers, maar juist als krijgers. Laten we ze dankbaar zijn dat ze zo hard hebben gevochten voor die lichtstraaltjes waarvan iedereen zegt dat ze er zijn, maar die zij niet voelen. Dat ze alles hebben gegeven, juist om nog een dag langer bij al die geliefden te blijven.

En bovenal dit: als je helemaal niets snapt van zelfmoord, realiseer je hoe gezegend je dan bent. Hoe fijn het is dat jij elke dag het licht ziet, dat je de mooie kanten van het leven ervaart zonder daar moeite voor te doen. Dat je nog nooit met die andere kant van jezelf en het leven in aanraking bent gekomen. Daar is het namelijk heel, heel donker."