Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Weduwe Elke en haar man Ton
Foto: Eigen Beeld
Lezerscolumn

Elke: Mijn man (59) stierf
door medisch falen

E

Elke van der Ende (48) woont in Hongarije. Het onderbeen van haar man Ton Taankink (59) moet worden geamputeerd vanwege de 'ziekenhuisbacterie' MRSA die hij sinds 2014 bij zich draagt. Vanwege de taalbarrière besluit het stel dat het beter is als hij in Nederland wordt geholpen. Maar eenmaal hier gaat alles mis. Elke schreef er een Lezerscolumn over. "Ton was nog heel erg levenslustig. Hij had niet hoeven sterven."

"Op 11 november 2015 belde ik naar Nederland of zijn onderbeen misschien daar geamputeerd kon worden. Dat bleek mogelijk en daar waren we blij om. Anders moest hij naar de hoofdstad Budapest en dat was gezien de taalbarrière minder wenselijk. Wij woonden ook nog niet zo lang in het land.

Eerste hulp

We konden komen onder het mom van een second opinion. Ik belde op het advies van de verzekeraar onze huisarts in Nederland en legde het probleem voor. Hij op zijn beurt overlegde weer met het ziekenhuis waar mijn man uitgebreid bekend was vanwege zijn MRSA-historie. Hij mocht zich daar de volgende dag melden.

Ik boekte zijn vliegreis en het Hongaarse ziekenhuis bezorgde ons de benodigde papieren. Maar eenmaal in Nederland was er niets bekend op de wondpoli waar hij zich volgens afspraak moest melden en werd hij naar de Eerste hulp gestuurd.

Antibiotica

Daar overhandigde hij de papieren uit Hongarije. Maar de papieren hadden ze niet nodig, zeiden ze botweg. Omdat ze in het Hongaars waren, de Latijnse woorden en Europese codes konden ze zogenaamd niet lezen. En vanaf toen ging alles fout wat er fout kon gaan.

Zo vond men hem 'niet ziek' en de antibiotica uit Hongarije werden omschreven als 'troep'. Om 19.30 uur werden we gebeld: er was geen kamer beschikbaar en hij werd weggestuurd met antibiotica die hij nooit had mogen hebben want die lieten de MRSA alleen maar sneller groeien.

Temperatuur

We hadden geen woning in Nederland meer dus regelden we dat hij bij een vriendin kon slapen. Hij belde dat weekend dat het slecht ging. Ik kwam na een reis van 1500 kilometer op woensdagmiddag bij hem aan. De volgende dag moest hij terug naar het ziekenhuis voor een scan.

Op 18 november kwam ik in de middag zoals afgesproken bij hem aan. Toen ik hem zag schrok ik me rot. Hij lag op de bank, zijn gezicht was opgezet. Toen hij wakker werd wilde ik zijn temperatuur meten, omdat hij wazig overkwam. Ik schrok toen het opliep naar 39,6 onder zijn arm en niet afsloeg.

Ambulance

Ik belde nog een keer het ziekenhuis en vertelde dat mijn man septisch (een levenbedreigende toestand omdat ziektekiemen zich vermenigvuldigen in het bloed, red.) was. Toch vonden ze een ambulance niet nodig, we moesten maar met de auto komen. Met hulp van een buurman kreeg ik mijn man van 2 meter in de auto.

Aangekomen in het ziekenhuis tilde ik hem met veel moeite in een rolstoel. Ik meldde me bij de Eerste hulp maar werd met Ton naar de gang gestuurd. Daar zaten we bijna twee uur. Niemand kwam kijken. We zaten op de tocht en hij had meer dan 40 graden koorts. Meerdere malen dreigde hij uit de rolstoel te vallen.

Bescherming

'Hij heeft MRSA en is septisch!' riep ik op een gegeven moment. Toen was er ineens veel overleg en kreeg Ton en scan. En wat ik toen zag, bevestigde mijn ergste vermoedens.

We werden in een speciale kamer gezet. Twee keer stond een arts zonder enige bescherming aan mijn mans bed. Ik had de indruk dat ze zich concentreerden op de gevolgen en niet op de oorzaak van MRSA. De dagen daarop lag hij in quarantaine en hielp ik hem zo goed als ik kon. Al die tijd spraken we geen arts. 

Lijkwagen

Op 22 november kreeg ik geen antwoord meer op mijn berichtjes. Rond 15 uur reed ik naar het ziekenhuis. Beneden stond een lijkwagen. Ik ging naar zijn kamer maar die was leeg. Er zat een briefje op de deur: 'Desinfecteren'.

Ik stond daar, keek naar beneden naar die lijkauto. Waar was mijn man? Waarom was ik niet gebeld? Er kwam een verpleegster aangerend omdat ik kennelijk nogal hard huilde.

Hartbewaking

Ze vertelde mij dat hij nog leefde, maar dat hij aan de hartbewaking lag. Zijn cardioloog was terug van vakantie en had toen ze zijn status zag meteen ingegrepen. Volgens haar hadden ze mijn telefoonnummer niet. Raar, want ze hadden me toch al een aantal keer gebeld.

De cardioloog vertelde hoe ernstig het was en ook dat ze de bacterie met een simpele echo op zijn hartklep had gezien. Als hij sterk genoeg was zou hij geopereerd worden. Maar zijn kansen waren slecht.

Doodsangst

Ik zou naar mijn ouders gaan, en ze zouden me bij iedere verandering bellen. Om 22.10 uur belde ik met de avondverpleegkundige en na zijn bemoedigende woorden ging ik slapen. Tot om 03.15 uur het ziekenhuis belde; mijn man was in paniek. Ik was er rond 4 uur.

Nooit eerder zag ik zo'n doodsangst in iemands ogen. Ik probeerde hem te kalmeren maar dat lukte niet meteen. En toen rond 5.15 uur de arts en verpleegkundige de sluis uit liepen, ging het helemaal fout.

Belknop

Ton zat op de rand en viel precies op de belknop. Ik frutselde 'm onder hem uit en drukte hem in. Ik zei: 'Ik hou van je'. Zijn lippen vormden nog diezelfde woorden en toen was het afgelopen.

Volgens de cardioloog van mijn man had dit nooit mogen gebeuren. Maar zijn dood is kennelijk niet direct bekend want zijn ontbijt wordt nog gebracht.

Fouten

Zoals beloofd schakelde de cardioloog het Ministerie van Volksgezondheid in. Er werden fouten geconstateerd; zo is er een MRSA-protocol dat totaal niet is nageleefd. Zo heeft mijn man met die ontstoken voet nog in het ziekenhuisrestaurant zitten eten.

Ik heb de betrokken artsen nooit gesproken. Ook bij de raad van Bestuur kon er geen 'Sorry' af. Ik heb een advocate ingeschakeld. Ik krijg mijn man er niet mee terug, maar hoop op genoegdoening. Ik wil gewoon niet dat een ander dit ook moet meemaken.

Kapot van verdriet

Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder. Waar de commissie van het ziekenhuis oordeelde dat er fouten gemaakt zijn, legt de verzekeraar de schuld bij mijn man; hij zou niet duidelijk genoeg zijn geweest.

Ik ben kapot van verdriet. Als er ook maar een betrokken arts was geweest die had uitgelegd hoe of wat zou ik het misschien kunnen accepteren. Had er maar iemand gebeld. Nu is het heel moeilijk om aan mijn rouw toe te komen.

Levenslustig

Soms denk ik weleens: 'Waren we maar naar Budapest gereden, dan had mijn man misschien nog geleefd'. Ton was dan misschien wel ziek, hij was nog heel erg levenslustig. Hij had niet hoeven sterven. We hadden nog een heel leven voor de boeg in ons mooie rustige Hongarije.

In het betreffende ziekenhuis zet ik in ieder geval nooit meer een stap. Ik vind het al heel erg dat ik er soms langs moet rijden. Als je mij twee jaar geleden had verteld dat dit in Nederland kan gebeuren, had ik je niet geloofd."

Jij op VROUW.nl

Zit er in jouw pen ook een Lezerscolumn?

Schrijf 'm dan hier...