Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Stef Nagel
Maaike Olde Olthof

'Je bouwt toch een vertrouwensband op
in 40 weken samen fileparkeren'

Maaike Olde Olthof

M

Maaike Olde Olthof is gescheiden en moeder van Puck (9) en Charlie (6). Deze week vertelt ze over de vrijheid die ze voelt achter het stuur.

Autorijden had iets magisch. Regelmatig riep ik, als kleuter in de Austin Maxi, in onze familieauto: "Harder papa, harder!" Dat waren nog eens tijden, lekker staand achterin, je lichaam dat in de bochten meehing, de handen stevig om de hoofdsteun van je vader geklemd. Zelf autorijden leek me de ultieme vrijheid van een volwassene. Het halen van het rijbewijs bleek veel waardevoller dan een schooldiploma

Sigaret

Toen ik op mijn achttiende het felbegeerde roze papier kreeg, waarschuwde mijn vader iedereen die bij me instapte: "Zet je schrap, ze heeft een sterke rechtervoet!" Ook rijinstructeur Wouter staat in het geheugen gegrift, duidelijker dan welke leraar van de middelbare school ook. 

Elke les rookte hij een sigaret of zes in de Opel Vectra, al liet hij het raam wel iets open. Ik moest een extra rondje op de rotonde rijden wanneer hij
een knappe vrouw op de stoep ontdekt had.

Vertrouwensband

Ook stapte hij met enige regelmaat uit voor een gesprek met een bevallige jongedame. Het leek me sterk dat zijn echtgenote van deze praktijken op de hoogte was. Dat ik ooit een te ruime bocht nam en een stoep raakte, heeft Wouter netjes voor mijn ouders, die hij privé kende, verzwegen. 

Je bouwt toch een vertrouwensband op in veertig weken samen fileparkeren en Lucky Strikes bij de benzinepomp kopen. Dat rijbewijs heb ik trouwens in één keer gehaald. De familie wilde op de avond van het geslaagde examen uit eten, om het te vieren.

Racen op Zandvoort

"Sorry" zei ik, "maar ik wil nu rijden!" En daar ging ik, in mijn moeders roestige Daihatsu Charade, met het mos op de ramen. Wat een zaligheid, alleen deelnemen aan het verkeer. De wereld lag aan mijn voeten. Die vrijheid voelde als oneindig. En dat bleef, tot jaren geleden, toen Puck nog een baby was.

Ik kreeg een dag racen 'op' Zandvoort cadeau. Aan het einde van de middag mocht je op voor je racelicentie. Leuk? Dat zeker. Vooral het circuit verkennen was geweldig. Maar na tien laps kwamen de gevorderden er ook ineens bij.

Kooiconstructie

De zwarte, verlaagde BMW’s doemden als zenuwachtige bromvliegen overal in de autospiegels op. Ik dook, geschrokken van zoveel geweld, aan de kant. "Dat kan niet de bedoeling zijn", zei de coach naast me. Hij fokte me op.

Met succes, want ik vloog daarna snoeihard alle bochten in en remde alleen als dat nodig was. Het lichaam sputterde meteen tegen: ik kreeg het bloedheet in de kooiconstructie van de racewagen; het brein broeide onder de helm, zweetdruppels gutsten mijn rug af. 

Pitstraat

Knallende koppijn was hét duidelijke teken voor een korte pauze: ik gaf een ruk aan het stuur en reed de pitstraat in. Ik kon nog net op tijd de helm afzetten voordat de inhoud van mijn maag er met een rotvaart uitspoot.

Een unicum volgens de lachende coach: jezelf kotsmisselijk rijden! Uiteraard zakte ik hopeloos voor de licentie. "Je beheerst de ideale lijntechniek, maar bent te voorzichtig", was de conclusie van de KNAF-official. Ik had al eerder beseft dat mijn passie niet op het circuit lag: puur rijgenot voor mij is zelf aan het stuur zitten en je eigen tempo bepalen.