Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Het huis van Marjolein Hurkmans
Foto: Eigen foto
Marjolein kookt over

'Help, ze hebben
mijn huis gesloopt'

journaliste

Marjolein Hurkmans

D

De tranen springen spontaan in mijn ogen. In deze kamer zijn twee van mijn kinderen geboren, nu zit er een gat in de muur, en zijn alle ramen verduisterd met plakplastic. Het is een beetje de druppel die de emmer doet overlopen. Ik voelde het al kriebelen in mijn ogen toen ik mijn keuken zag. Mijn mooie keuken, die er net inzat toen we toch een ander huis kochten. De muren zijn grijs geverfd. Muisgrijs. En dan niet netjes, maar slordig.

Hier en daar is de verf al afgebladderd. Een deel van het aanrechtblad is rücksichtsloos meegenomen. Alsof ik in de keuken van een kraakpand sta in plaats van in die ooit de mijne was; waar ik pannenkoeken bakte met twee hongerige kinderen aan tafel en een peuter in een Maxi-Cosi op het aanrecht, waar ik talloze cupcakes bakte voor evenzoveel verjaardagen en honderden worstenbroodjes.

Eigen beeld
Eigen beeld

Geweldig fijn huis

In 2009 werden we op slag verliefd op een huis in de binnenstad van Haarlem. Het was niet de beste tijd om een huis te koop te zetten, de crisis was in volle gang. En het deed toch al zo’n pijn. Want het huis dat ik achterliet was een geweldig fijn huis. Met een tuin vol hortensia’s, een walnotenboom en een magnolia die in de lente dramatisch prachtig was. Met lichte kamers waar het geluid van lachende kinderen in de muren was blijven hangen, waar eerste stapjes waren gezet en kastelen gebouwd van Playmobil. En met de allerleukste buren van Nederland.

Of we wat konden achterlaten?

Er kwamen geen kopers voor. Daar snapte ik niks van. Als er één huis was dat uitstraalde dat er geluk had gewoond, was het dit huis wel. Maar het was crisis en niemand had geld. Er kwam wel iemand die het wilde huren. Een gezin dat in Spanje had gewoond, maar daar ook was genekt door de economische teloorgang. Twee kindjes hadden ze en verder niks. Nog geen bed om in te slapen, geen stoel om op te zitten. Of we misschien wat spullen wilden achterlaten die ze dan zolang konden lenen tot ze zelf wat hadden?

De kastjes van oma

Om de verkoop te bevorderen, hadden we het huis eenvoudig ingericht gelaten. Mijn prachtige eetkamerlamp hing bijvoorbeeld nog boven de tafel. Het duurste interieuritem dat ik ooit had gekocht. Na jaren van sappelen, toen we het net wat breder kregen. Bij een echte designwinkel. En de opgeleukte kastjes van oma stonden ook nog in het huis.

Van die ouderwetse kleine met gezellige ornamenten. Ooit met liefde afgeschuurd en geschilderd als commode en kledingkast voor onze eerstgeborene. Er was een bank met fauteuil, spiksplinternieuw aangeschaft bij een woonwarenhuis op aanraden van de makelaar. En er waren bedden.

Eigen beeld
Eigen beeld

We kregen ze vanzelf terug…

Misschien denk je nu dat we de hoofdprijs vroegen als huur. Dat deden we niet. We berekenden wat we kwijt waren aan hypotheek voor het huis dat we verlieten en deden daar een paar tientjes bovenop voor onderhoud. Voor de spullen die we achterlieten, berekenden we niks. Die werden geleend, niet gehuurd. Als ze ze niet meer nodig hadden, kregen we ze vanzelf terug. Dachten we.

Vorige maand zegden ze de huur op. Eerlijk? Ik vond het een geweldig plan. Met een aangetrokken markt en een economie uit het slop, konden we het huis eindelijk verkopen. Ze leverden de sleutel in. Ik verheugde me al op mijn oude kastjes en de prachtige lamp. Ik wist al waar hij in ons huidige huis zou komen te hangen.

Desolaat en deprimerend

Ik vond hem terug in een hoek op zolder. Hij rammelt een beetje, is geelgrijs van het stof. De kastjes zijn er ook nog. Er was er een bekleed met fluwelen bloemen, die ze eraf hebben gerukt. De lijsten van mijn schilderijen zijn slordig grijs gespoten, net als de raamkozijnen en de keuken. Waar het ooit warm en gezellig was, is het nu desolaat en deprimerend.

De bank is vergeeld, de tuin volledig uit zijn klauwen gegroeid. 'We zijn niet zo van het tuinieren', zeggen ze, 'Hebben we ook geen tijd voor. We werken allebei.' Als ze zijn vertrokken, ga ik even zitten huilen in een hoekje van de volledig afgesleten parketvloer.

 

Respect graag!

Een hele dag doe ik niks. Ik schrijf niet, laat mijn deadlines verlopen en zit op de bank te treuren. En dan word ik zo verschrikkelijk boos dat ik deze blog eruit ram. De komende week wordt het afhaalchinees. Ik heb geen tijd om te koken, ik moet klussen. En alles wat ik uitgeef, verhaal ik op de borg. 'Vind je dat niet sneu?', vraagt Lief, 'Ze hebben natuurlijk op dat geld gerekend.'

Nee, dat vind ik niet. Als ik een jasje van iemand leen, knip ik ook de mouwen er niet af. Dan breng ik het, als ik het niet meer nodig heb, gestoomd weer terug. Dan ga ik heel respectvol met dat jasje om. Want het is niet van mij. En die lamp die misschien wel naar het grofvuil kan, die keuken en de kastjes; die waren niet van hen, die waren van mij. Daar hadden ze fatsoenlijk mee moeten omgaan. Niet mooi, niet nodig? Dan geef je het terug! In goede staat.

Om die Chinees van de komende week bij voorbaat vast een beetje te compenseren, een uitermate gezond lunchgerechtje van avocado.

Vitaminebom

Nodig:

  • 1 avocado
  • restje komkommer
  • 1 tomaat
  • 1 bosuitje
  • stukje rode paprika
  • vegetarische kaviaar (is van zeewier, te verkrijgen bij de biologische winkel)
  • scheut goede olijfolie
  • scheutje limoensap
  • peper en zout

Maken:

  1. Snijd de avocado doormidden en verwijder de pit.
  2. Besprenkel met een beetje limoensap.
  3. Snijd de tomaat, komkommer, paprika en het bosuitje zo klein mogelijk en meng het met olijfolie, peper en zout.
  4. Schep wat van de salade in het holletje van de avocadohelften en leg er een half theelepeltje vegetarische kaviaar op.