Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

ouders, voed je kinderen eens op
Marjolein kookt over

'Ik heb niets tegen kinderen in een restaurant
Maar wel in pyjama'

journaliste

Marjolein Hurkmans

H

Hij is in pyjama. Een leuke pyjama, daar niet van. Maar dan nog. En op blote voetjes. Ik snijd een stukje van mijn Texelse lamshaas als hij voor de vijfde keer voorbij komt rennen. De ober, die net de wijn wil bijschenken, kan hem maar net ontwijken. Zijn zusje rent er gillend achteraan.

Ik kwam als puber al in dit hotel. Met mijn ouders. Het is chic en sfeervol, het ontbijtbuffet met huisgemaakte jam en kwark van de plaatselijke koeien verdient een lintje en ze staan bekend om hun prima keuken. Mocht ik thuis een rommelige eter zijn, hier hield ik me keurig aan de etiquette: nette kleren aan, al het bestek gebruiken zoals het hoort en het linnen servet keurig over de schoot gevouwen.

Oppasservice

Toen Oudste 1 was, ben ik er met mijn prille gezinnetje ook eens een weekend geweest. De baby mocht niet de eetzaal in, er was een oppasservice in het hotel en toen de babysitter hem niet stil kreeg, werd er last minute een tafel in onze kamer gedekt en kregen we het hele diner daar geserveerd. Met wijnkoeler en al. Zo’n hotel was het dus. Maar de tijden zijn veranderd. Kinderen mogen tegenwoordig kennelijk wel het restaurant in. En ouders zijn niet meer zo van de etiquette.

Nou heb ik niks tegen kinderen in een restaurant. Prima, gezellig en een mooi moment voor ouders om de omgangsvormen een beetje bij te spijkeren. Onze eigen kroost heeft heel wat restaurants vanbinnen gezien. Dan zaten ze netjes op hun stoeltjes en als het allemaal lang ging duren, dan trok ik een woordspelletje uit de kast: fazant-tijger-ree-eland. Of we gingen heel zacht pinkelen. En dan droeg Dochter een leuk jurkje en de twee Zonen een overhemdje met een broek.

Rondjes rennen

Want ik heb wel wat tegen kinderen op blote voeten en in pyjama in een restaurant. Helemaal als ze daarbij ook nog eens rondjes rennen. Als ik zin heb in rondrennende kinderen, ga ik wel naar een speelparadijs. Maar daar betaal ik dan ook maar een paar euro voor een hamburger en friet, hier tel ik ruim 100 euro uit.

Het jongetje komt voor de zesde keer langs. Ik vraag me af wat hij leuk vindt aan al dat geren. En waarom hij niet gewoon kleren aanheeft. Als je een kind meeneemt naar een etentje trek je hem toch minstens een leuk setje aan. En schoenen. Of desnoods pantoffels. Dadelijk heeft ie nog een blaasontsteking ook. Het kan niet zo zijn dat zijn ouders geen geld hebben voor een paar sneakertjes. Daarvoor is dit echt een te duur hotel.

Ik tssss en pffff wat af

Ik doe wat moedeloos ge-tssss en ge-pfffff en vraag me af waarom ik de ouders die een eind verderop hun derde fles wijn bestellen niet gewoon aanspreek op hun opvoedmethode: 'Zeg mevrouw en meneer, wij willen graag rustig van ons eten genieten. Kunt u uw kinderen een beetje bij zich houden?' Maar dat doe je niet. Daar komt ruzie van. Niks kan ouders zo op stang jagen als kritiek op hun kinderen. Ik denk niet dat deze ouders en hun vrienden open staan voor een goed gesprek over hun educatieve vaardigheden.

En om nou met een woedende moeder over het tapijt te gaan rollen... Dan krijg je zo’n toestand in een restaurant. Dat is ook sneu voor de ober die al dat ge-tsss van mij best heeft gehoord, zorgelijk om zich heen kijkt, maar verder ook niet zo goed weet wat hij met de situatie aan moet. Daar heeft hij niet voor geleerd op de hotelschool.

Kindvrij?

'Kan ik u nog een kopje koffie serveren?', vraagt hij. 'Nee dank u', antwoorden wij beleefd. We drinken wel elders koffie. 'Je hebt tegenwoordig ook kindvrije hotels', zegt Lief terwijl we de straten afstruinen naar een leuk café. 'Hoeft voor mij niet', zeg ik, 'ik ga liever op zoek naar een luie-en-ongeïnteresseerde-ouders-vrij hotel'.