Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Hollandse Hoogte | EyeEm Mobile GmbH
Marjolein kookt over

Ik gun jullie die zonovergoten dagen van harte
Maar ik word gek van de warmte

journaliste

Marjolein Hurkmans

K

Klagen over dagen vol stralende zonneschijn, dat doe je niet. Dan ben je een zeurkous die altijd wat zaniken heeft. En toch ga ik nu voor een keer even los. Want ik gun het jullie van harte, maar ik ben er zó klaar mee. Nog 151 dagen tot kerstmis...

Ik merk aan mezelf dat ik in de verdediging begin te schieten. Ik houd maar liever mijn mond. Een beetje dat gevoel dat mensen moeten hebben die heel slank zijn en dan niet durven te zeggen dat ze zo graag iets dikker zouden zijn. 

Skinnyshamen

Voor je het weet haal je de volkswoede op je hals: ‘Hoe durf je te klagen, wees blij met wat je hebt.’ Terwijl je ondertussen net zomin in een badpak durft als een vollere vrouw. Zij (ik!) schaamt zich dan misschien over haar vetrolletjes, jij kan wel janken omdat je akelig wordt van je eigen dunne benen.

Maar dat mag je niet zeggen. Fatshamen bestaat, skinnyshamen niet. (Ik tik deze woorden en mijn spellingscontrole accepteert fatshamen als bestaand woord. Onder skinnyshamen verschijnt dat rode krinkellijntje. I rest my case). Jezelf te dun vinden, wordt sociaal niet geaccepteerd. Dat is aanstellerij, vindt men.

Stralend...

Nou zoiets heb ik nou dus ook. Maar dan niet met betrekking tot mijn lichaam, maar met dat aanhoudende stralende weer. Het bijvoeglijk naamwoord zegt het al: stralend. Iedere zonovergoten dag is een cadeautje waar je heel blij van moet worden. In tegenstelling tot van een miezerige regendag, een kille wind, een grauwe wolkenlucht.

En als je slecht tegen de warmte kan, dan ben je dus een zeikwijf dat altijd wat te klagen heeft. ‘Het is ook nooit goed’, zeggen mensen dan. ‘Regent het, dan heb je wat te zeuren en nou zit je weer te zaniken over de hitte.’ In de eerste weken van dit aanhoudende zomerse weer, gaf ik nog wel een weerwoord: ‘Wanneer heb je me horen mopperen over kou en regen dan?’ Daar ben ik mee opgehouden. Het kwam toch niet aan.

Hoofdpijntabletten

Ik klaag niet over de kou. Ik trek een dikke trui aan en steek mijn neus in de frisse wind. Ik plens door de regenplassen in een tintelend herfstbos, maar ik verpieter als een graspol in de verzengende hitte. Ik koop hoofdpijntabletten in grootverpakking, ik word badend in het zweet wakker na een nacht waarin ik van nare droom in nare droom rolde.

Er komt niks meer uit mijn klamme handen, ik heb overal jeuk en ik blaas op als een watermeloen. En het gaat maar door en door en door. Als ik de weersvoorspelling zie voor volgende week, kan ik wel janken. Nog meer stralende zonovergoten dagen…

Weergoden

Daar kun je dus maar beter je mond over houden. ‘Gun ons ook eens een lolletje’, zei iemand vandaag toen ik voorzichtig opmerkte dat het van mij allemaal wel wat minder mocht. En daar werd verontrustend beledigd bij gekeken. Alsof mijn warmte-ellende direct doorgecommuniceerd werd naar de weergoden en het dan morgen meteen zou gaan plenzen, alleen omdat ik daarom gevraagd zou hebben.

Al zou ik zo’n direct lijntje hebben met de hogere weermachten, dan zou ik daar nog geen gebruik van maken. Want echt, ik gun het jullie allemaal van harte.  Steek vanavond de barbecue maar weer aan, spreid je handdoekje uit op het strand, start de buitenboordmotor van je sloepje.

In de schaduw

Ik verschans me nog wel een paar dagen of weken in de schaduw. Maar hoef ik daar dan asjeblieft niet de hele tijd heel gelukzalig bij te glimlachen? Ik weet dat de meeste mensen hier echt heel blij van worden, maar ik nou eenmaal niet. Ik word er zo langzamerhand een beetje moe van om de hele dag te doen alsof, alleen om al die zonaanbidders niet voor het hoofd te stoten.

Jullie mogen toch ook mopperen als het regent? Mag ik dan asjeblieft een beetje verlangen naar de dag waarop de temperatuur onder de 20 graden zakt. Meer vraag ik niet. Ooit wordt het weer kerstmis. Dat houdt me wel op de been.

Pruimentijd

Gelukkig ben ik niet alleen. De pruimen worden er ook niet blij van, las ik in de krant. Van ellende zijn ze niet goed genoeg gegroeid. 3 millimeter te klein voor de consument met als gevolg dat de hele oogst als mislukt kan worden beschouwd. Gelukkig kwam het in het nieuws. Boerschappen (een soort boerderijwinkel in het groot) adopteerde pruimenteler Kees Hamelink en brengt nu met verve zijn afgekeurde waar aan de man. Het loopt als een tierelier. Kees is al bijna los.

Voor iedereen die nu dus met een doos pruimen in z’n maag zit, bij deze een recept voor pruimenclafoutis. Ik ga hem zelf pas maken als het wat koeler is. Echt niet dat ik nu vrijwillig ook nog eens de oven aanzet. Ik ga trouwens de komende twee weken ook op vakantie. Als je me zoekt, ik zit in Bretagne. Het is er net iets koeler en ik heb goede hoop. Niks veranderlijker dan het weer. Een regenbuitje. Asjeblieft?

Recept

Nodig: pondje pruimen, 125 g amandelmeel, 3 eieren, 75 g suiker, 250 ml volle melk, boter, poedersuiker

Was de pruimen, snijd ze doormidden en verwijder de pitten. Snijd ze vervolgens in schijfjes. Verwarm de oven voor op 200 graden. Meng het meel met de suiker en eieren en doe dat in de kom van je keukenmachine. Mix tot een zo glad mogelijk beslag. Laat de mixer draaien terwijl je de melk er beetje bij beetje bij schenkt. Vet een schaal in met boter, leg de pruimen erin en giet het beslag er overheen. Bak de clafoutis in 25 min gaar en bestrooi met de poedersuiker.

Jij op VROUW.nl

Heb je een verhaal dat je met ons zou willen delen?

Dan kan dat hier!