Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Allemaal spermavisjes
Op de valreep

'Nog een halfjaar, dan kan het ziekenhuis
niets meer voor ons doen'

journalist

Suus Ruis

N

Nadat mijn huwelijk stukliep, ging ik kijken hoe ik mijn wens om een tweede kindje te krijgen zou kunnen realiseren. Dat ik nog een baby wilde, was in die periode een van de weinige dingen die ik zeker wist. 

Ik was niet van plan om te gaan wachten op een man. Ik had sowieso niet de behoefte aan een nieuwe liefde, maar wat als die onverwacht wél zou komen? Dan ga je niet op de eerste date de pil door de wc spoelen.

Een overweldigend aanbod van zaaddonoren

Tegen de tijd dat ik klaar zou zijn voor verkering, was de kans dat ik nog op tijd was om samen met iemand dat hele circus opnieuw op te zetten, behoorlijk klein. Ik ging dus op zoek naar een donor. En dan duik je allereerst op Google, waar het aanbod donoren overweldigend bleek.

In hun aanbod buitelden ze in kromme zinnen en gigantische spelfouten over elkaar heen om mij te kunnen bevruchten, liefst 'op de natuurleke manier wand dat is teminste niet zo klinis en ongezelig'. Mijn perfecte match vond ik er niet tussen. Ik vond de klinische manier gezellig genoeg, en ik kon mijn ongeboren nageslacht onmogelijk opzadelen met 50% kans op een taal-deuk, vond ik.

Zaad per post

Het blijkt dat je ergens in Scandinavië, Denemarken, zelf een anonieme donor kunt uitkiezen. Gewoon selecteren welke Viking jou qua uiterlijke kenmerken en opleidingsniveau het meeste aanspreekt, bedrag overmaken, en per post je zaad ontvangen. Dat leek me perfect. Beetje jammer dat dat Deense zaad voor iemand die permanent blut is, geen optie is; voor Scandinavisch sperma blijk je flink te moeten lappen.

De officiële weg leek me de enige juiste; inschrijven op de wachtlijst van een ziekenhuis. Een jaar bleek na drie keer met je ogen knipperen voorbij te zijn. Voordat ik het wist werd mij telefonisch gemeld dat ze klaarstonden met het zaad van de voor mij geselecteerde donor.

Wikken en wegen

Ik begon ontzettend te twijfelen. Ik wilde vreselijk graag een kindje, maar een kind is al ingrijpend genoeg als je de zorg deelt met iemand. Wat als ik een huilbaby zou krijgen en een jaar niet kon werken? Dan zou ik nog blutter zijn. En hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik genoeg liefde in me heb voor twee, vond ik het toch ook wel heftig om iemand op de wereld te zetten die de eerste zestien jaar geen idee zou hebben wie de vader was.

Ik stelde het uit en na een paar maanden wikken, wegen en piekeren blies ik het af. Ik wilde nog steeds een kind, maar niet alleen. Inmiddels liep ik tegen de 40, en begreep dat het niet meer zou gaan gebeuren. Moeilijk, maar het was niet een besef dat heel plotseling kwam. Dat was naarmate de tijd verstreek simpelweg gegroeid. Het was oké. Ik ben dolgelukkig met het kind dat ik al heb.

Race tegen de klok

De rest is geschiedenis. Want ik ontmoette om twee voor twaalf alsnog die grote liefde. En nee, we hadden het er niet over op de eerste date, maar al snel werd duidelijk dat we dit samen heel graag wilden. Ik had nooit gedacht dat zwanger worden zo’n race tegen de klok kon zijn.

Nog een halfjaar, dan ben ik 43. Dan wordt de circustent opgedoekt en kan het ziekenhuis niets meer voor ons doen. Dit is dus mijn grande finale. Erop of eronder. En dat maakt het hele proces niet ontspannender. Maar goed, ik heb al één keer afscheid genomen van het idee, dat lukt me nog wel een keer. Maar ik blijf nog heel even hopen dat dat niet nodig is.

Over Suus Ruis

Suus Ruis (42) is auteur van meerdere boeken, en als freelance journalist werkzaam voor diverse bladen. Met haar ex-man kreeg ze zoon Caesar (8). Sinds anderhalf jaar is ze samen met haar huidige vriend, met wie ze nu probeert een laatste-kans-baby te krijgen.