Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

eigen foto
Open brief

Op kamers? Hartstikke gezellig,
zo'n kind dat blijft

journaliste

Marjolein Hurkmans

K

Kinderen zijn steeds ouder als ze hun ouderlijk huis verlaten (24,8 jaar in 2016), meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs. Dan heb je ook nog boemerang-kinderen: ze gaan het huis uit en komen net zo hard weer terug. En de dochter van VROUW-redacteur Marjolein woont de ene dag wat meer op zichzelf dan de andere. Want haar appartementje bevindt zich onder hetzelfde dak. 

Dochter komt de trap afgestuiterd. Het is half een ’s nachts. Vriendje in dr kielzog, fles wijn onder haar arm. ‘Ik heb een 9’, joelt ze terwijl ze zich op de bank stort. ‘Mijn laatste cijfer van dit schooljaar; een 9. Jullie ook wijn?’ Ik zet de tv uit. Lief en ik zitten midden in het nieuwe seizoen van Orange is the new Black. Ze trekt de fles open, laat en passant nog even het nieuwe liedje horen dat ze net heeft opgenomen en daarna belanden haar verkering en ik een verhitte discussie over de kwaliteiten van Jimmi Hendrix. Want ik houd van gillende gitaren (echt!) en niet van Jimmi en daar kan hij nou al drie jaar, want zo lang draait hij mee in ons gezin, met de pet niet bij.

Terug aan tafel

In gezinnen met thuiswonende kinderen is dit waarschijnlijk een normale situatie. Maar mijn dochter woont niet thuis. Althans, niet helemaal. En toch ook weer wel. Een beetje. En soms een beetje meer en soms een beetje minder. Precies naar gelang haar krullen dansen. En of de verkering wel of niet in het land is, want die is beroepsmatig nogal uithuizig van aard en ze vindt het maar ongezellig in haar eentje. Dus staat hij ergens zijn ding te doen op een podium in het buitenland, dan zit zij gewoon weer iedere dag aan de eettafel.

17 jaar

Mijn dochter is een boemerangkind, maar dan van het soort dat nooit echt vertrokken is en dus ook nooit echt terug kan komen. Ze boemerangt gewoon door het huis en mijn leven. 

Ze was 17 toen ze eindexamen deed. Een echte 17-jarige. De ene dag hartstikke lief en gezellig, de andere een onzekere donderwolk. En ze wilde per onmiddellijk het huis uit. Het werd tijd dat ze op zichzelf ging wonen, vond ze. Ze was nou volwassen en vriendin N deed het ook prima op een kamer.

Loslaten in stapjes

Ik moest ook niet zeuren trouwens, want vriendin E ging zelfs naar het buitenland. Het werd tijd dat ik haar losliet. Ik was het daar helemaal niet mee eens. Niet dat ik dacht dat ze het niet zou redden in haar eentje, maar ik ken mijn pappenheimertje. Ze houdt van gezelligheid en van mensen om tegenaan te praten. ‘Die wordt doodongelukkig op zo’n kamer’, dacht ik. En heel egoïstisch was ik er zelf ook nog niet aan toe om het kind uit te zwaaien. Haar broer was net de deur uit.  Hallo, mag dat loslaten een beetje met stapjes asjeblieft?

Ga anders op zolder wonen

‘Waarom ga je niet op zolder wonen’, zei ik, want ik heb de ontzettende mazzel dat ik in een groot, oud pakhuis woon. ‘Dan heb je een hele verdieping voor jezelf alleen. Maken we er een zitkamer en een keukentje. Woon je toch op jezelf, maar wij zijn nog steeds in de buurt.’ Ze vond het in eerste instantie helemaal geen goed idee. Tot een van haar vrienden bij ons at. ‘Moet je doen joh,’ zei hij. ‘Een vriend van me woont ook bij z’n ouders op zolder. Hij heeft z’n moeder al een jaar niet gezien (ai). Dat kan echt prima werken, hoor.’

Doen alsof

En zo vertrok ze met een paar potten verf en mijn oude pannen twee trappen omhoog om de boel in te richten. En daarna stiefelde ze weer twee trappen omlaag omdat het beneden toch gezelliger was. En dat bleef zo tot ze de verkering ontmoette. ‘Ik wil niet dat ie denkt dat ik nog thuis woon’, zei ze ferm. ‘Dat staat zo kinderachtig. Dus ik ga nou toch maar eens werk maken van de keuken. Dat ik ook boven kan koken.’ Werd nog wel een dingetje bij zijn eerste bezoek. De keuken was er weliswaar, gekookt had ze er nog niet. Met een mes stonden we op de snijplank in te hakken zodat ie er wat minder nieuw uit zou zien en terwijl zij hem van het station ging halen, maakte ik in mijn eigen keuken snel een stoofpot die ik vervolgens op haar gaspitje zette, alsof ie daar al uren stond te pruttelen.

Acht gitaren erbij

De verkering bleef. Niet meteen, het begon gewoon met de spreekwoordelijke tandenborstel, maar na een paar maanden stonden daar zijn acht gitaren en zijn hammondorgeltje naast. En vanaf dat moment kunnen we wel stellen dat mijn dochter definitief op zichzelf woonde. Meestal dan. En soms dus ook niet.

Wat eten we?

‘Ik kom even hier koffie zetten, hoor. Vergeten boodschappen te doen.’ Ze zet meteen een pan op het vuur en bakt een eitje. ‘Kan jouw laptop van de tafel? Dan ga ik hier mijn huiswerk maken. K is aan het repeteren en dat leidt me zo af. Ik mag jouw blauwe laarzen wel lenen, hè. En die geborduurde jas. Zullen we samen een film kijken? K is er niet dit weekend. Wat eten we vanavond? O, en kun je morgenavond wat voor me bewaren? Ik heb bandrepetitie en ben pas laat thuis.’ Heel soms roep ik gefrustreerd: ‘Hallo, jij woont toch boven?!’ Meestal niet, want ik vind het stiekem beregezellig, zo’n parttime thuiswonend kind.

Van mij, van haar

Maar het blijft af en toe een ingewikkelde situatie. Want wat van haar is, is van haar en wat van mij is, is ook van haar. Ik zal nooit zomaar meer haar zolder binnenwandelen, zij stormt wel onze woonruimte binnen en het komt niet in haar op dat haar vader en ik ook weleens knuffelen op de bank. En ik vermoed dat er geen enkele ‘huurder’ is die bij de huisbaas ongevraagd schoenen en laptops uit de kast trekt.

Na Savannah en Romy

En andersom is het voor haar lastig dat ze een huisbaas heeft die zich ongevraagd overal mee bemoeit. Laatst besloot ze tot een wandeling 's avonds tegen twaalven, want ze doet een stappenchallenge en was nog niet aan de 10.000 die dag. ‘Wat ga je doen’, riep de huisbaas haar na?’ ‘Wandelen’, zei ze. ‘Nu?’, vroeg de huisbaas. ‘Weet je wel hoe laat het is?’ (Ik kon het niet helpen, het was drie dagen nadat Savannah en Romy dood gevonden waren). ‘Hallo’, zei ze, ‘ik woon op mezelf hè. Ik ben 21 mam, je moet me loslaten.’

Op de koop toe

En zo sukkelen we gezellig door. Want mijn dochter leidt haar eigen leven. En soms ook niet. En dat leven vindt plaats onder mijn dakpannen. En dat is superleuk, want ze heeft die behoefte aan gezelligheid niet van een vreemde. Toen haar vader een paar dagen van huis was, kwam ze 's avonds de huiskamer binnen: 'Ik kom even een flesje wijn lenen'. 'Hoezo?', vroeg ik. 'Jullie drinken maar leuk bij mij die wijn op.' Maar ik lig nog wel steeds wakker tot ik de voordeur weer in het slot hoor vallen. Dat neem ik dan maar op de koop toe. Het nieuwe seizoen van Orange is the new Black valt toch een beetje tegen.