Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Opgebiecht

'Laat genderteleurstelling
lekker een taboe blijven'

G

‘Genderdisappointment is een groot taboe’, schreef de Volkskrant vanmorgen. Als het aan Anne (33) ligt, blijft het teleurgesteld zijn in het geslacht van je kind dat ook.

Bijna twee jaar. Dat zijn 24 maanden, 104 weken. 730 dagen. Als je me in het voorjaar van 2016 had verteld dat ik na meer dan 700 dagen nóg niet in verwachting zou zijn, dan had ik op dat moment waarschijnlijk gedacht dat ik nu inmiddels wel gek geworden zou zijn. Want wie besluit dat de tijd rijp is om te proberen een kindje te maken, weet: dan ben je liever gisteren zwanger dan vandaag. Dan is iedere keer dat je ongesteld wordt er één te veel. Ieder krampje of ieniemienie vlaagje van misselijkheid een teken dat het weleens raak zou kunnen wezen. En elke menstruatie is dus steevast een teleurstelling.

Geobsedeerd

De eerste maanden hield ik geobsedeerd bij wanneer een goed moment kon zijn om te vrijen, hoe vaak we het deden, hoeveel minuten ik na de daad met mijn benen in de lucht op bed was blijven liggen en wat ik in de schijnbaar eindeloze periode tussen ovulatie en menstruatie allemaal wel of juist niet voelde.

Dat bleek niet vol te houden, dus ik probeerde de babymaak-obsessie een beetje los te laten en dat lukte aardig. En zo zijn we opeens twee jaar verder en schuilt achter de deur tegenover onze slaapkamer nog steeds een rommelhok in plaats van een babykamer.

In die twee jaar was het zwanger worden er toch altijd, soms meer op de achtergrond, soms op de voorgrond en met af en toe een flinke waarom-hebben-we-nog-steeds-geen-kind-de-hele-wereld-is-zwanger-behalve-ik-wéééééh-dip. Ik kan niet anders zeggen dan dat het gewoon verschrikkelijk klote is als je lijf niet doet wat je wilt, maar het helpt je ook tot een heel waardevol inzicht te komen: het leven is niet maakbaar.

In deze maatschappij waarin we zóveel zelf in de hand hebben, waarin we het ene luxeprobleem opvolgen met het andere (Ibiza of Frankrijk dit jaar? Een iPhone of een Samsung? Superfoods of toch maar naar de Mac?), heb je zoiets basaals, zoiets ‘oers’ als het krijgen van een kind gewoon niet in de hand. Dat helpt je om andere dingen ook meer in perspectief te zien, om minder te willen, om meer stil te staan bij hoeveel je eigenlijk wél hebt. En daarom stuit het artikel van vanmorgen in de Volkskrant over genderdisappointment – overmatig teleurgesteld zijn in het geslacht van je kind – me ook zo tegen de borst.

Superheldenpyama of elsajurk

Natúúrlijk snap ik dat je een kleine voorkeur kunt hebben voor een geslacht. Dat je jezelf bijvoorbeeld eerder naar een balletvoorstelling, dan naar een voetbalwedstrijd ziet kijken. Of dat je meer hebt met dino’s en superheldenpyjama’s dan met barbies en elsajurken. Zelf ben ik niet zo girly en heb ik mezelf altijd voorgesteld als jongensmoeder, maar dat betekent niet dat als ik ooit een dochter zou krijgen, ik ook maar een seconde minder blij zou zijn. Een kind, en dan nog een gezond kind ook, op zich is al iets om helemaal van in de gloria te raken.

Twee van de vrouwen die aan het woord komen in het artikel, willen graag een dochter vanuit een jeugdtrauma (een vervelende broer, een moeder die verdween), een derde had al twee zoons en kon het idee nooit een dochter te krijgen niet verkroppen. Maar als je zó graag alleen maar een meisje wilt baren vanuit iets dat in het verleden is gebeurd of omdat je zo per se een dochter móet krijgen, moet je dan niet gewoon eerst eens even lekker met jezelf aan de slag gaan voor je überhaupt een baby op de wereld zet? Moet je niet even het een en ander verwerken voor je er klaar voor bent om de verantwoording voor een nieuw mensje te dragen?

Want als er zinsneden als ‘een afgang en een domper op ons geluk’ en ‘misschien wordt het wel een miskraam, dan heb ik nog een kans op een dochter’, worden gebruikt om te beschrijven wat het geslacht van je kind met je doet, lijkt me dat er toch wel werk aan de winkel is op het gebied van je eigen psyche, voor je je met het welzijn van een baby gaat bemoeien.

Geslacht

Ik vraag me ook af wat ouders die deze verregaande genderteleurstelling voelen, zich voorstellen bij ‘geslacht’. Een kind is een jongen als hij geboren wordt met een piemeltje, een meisje als het een vagina heeft. Maar meer dan die fysieke kenmerken zegt het geslacht toch niet over je kind? Het zegt toch niet of het kind technisch, creatief of sportief is? Of het introvert, extrovert, grappig, behulpzaam, sociaal, moedig, intelligent of ondeugend is? Geslacht zegt er niets over of je kind van groen houdt of van blauw, van lezen of van tekenen, van voetbal of ballet, van mannen of van vrouwen. Het is maar een piemeltje of een gebrek daaraan.

Ik vind het verschrikkelijk sneu voor de kinderen die niet het geslacht hebben dat hun ouders hadden gewild. Want reken maar dat ze dat merken. En ik vind het óók sneu voor de kinderen van deze ouders die wél naar wens zijn. Want wat moet er een druk op die kleine schoudertjes liggen.

Luxeprobleem

Nee, ik kan er niets mee, die genderdisappointment. Ik ben er helemaal voor om dingen bespreekbaar te maken waar het het ouderschap betreft en ik ken heel veel dappere moeders die ook de minder roze-wolkerige kanten van het hebben van kinderen bespreken, maar deze gaat mij toch even te ver. Dit is wat mij betreft gewoon een luxeprobleem gevoed door óf een buitengewoon verwende inborst (‘alles moet gewoon precies zoals ik het wil’) óf een persoonlijk trauma waar eerst maar eens mee afgerekend moet worden.

Een non-issue dat geen krantenpagina’s waard is. Wees blij met wat je gegeven is, tel je zegeningen. Er zijn genoeg wensouders die vergeefs wachten op een kindje van welk geslacht dan ook en vaders en moeders van zieke kindjes die alles zouden geven voor een gezonde baby. Laat genderteleurstelling alsjeblieft gewoon maar lekker taboe blijven. 

Gerelateerde onderwerpen