Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH
Opinie

Schaamte en stress: Was ik maar nooit
begonnen met roken

Dimphy van Miltenburg

A

Als ik één ding kon terugdraaien in mijn leven, dan was ik nooit begonnen met roken. Want als ik als puber had geweten dat ik op mijn 29e nog steeds verslaafd zou zijn en hoe moeilijk ik het zou vinden om te stoppen, dan had ik die sigaret nooit opgestoken.

De 25-jarige Nederlandse Charlotte Pelt deed aangifte tegen de tabaksindustrie, zo werd vandaag bekend. Charlotte stak op haar veertiende haar eerste sigaret op en vindt het niet haar eigen schuld dat ze verslaafd is.

“Dat is wat de rookindustrie wil: jonge mensen verslaafd maken. Om geld te verdienen. Dat is zo naar. Ik weet dat het smerig is en dat het je niks brengt”, zegt Charlotte.

Duizelig

Ook ik stak als veertienjarige mijn eerste sigaret op. Stiekem rookte ik met mijn beste vriendinnetje een paar weken lang in een speeltuintje sigaretten. Ik weet nog hoe ontzettend vies ik het eigenlijk vond en dat ik er duizelig van werd de eerste keren. We hadden bedacht dat het hielp tegen, jawel, ‘toetsstress’.

Na een paar weken besloot ik toch om ermee te stoppen. Want ik wist wel dat het slecht voor je was. Mijn vriendinnetje rookte wel door en vele schoolgenoten met haar. Maar ík was mooi niet verslaafd geraakt.

Vakantie

Dacht ik. Want toen ik zestien jaar was, ging het mis tijdens een vakantie op een Franse camping. Ik bewaarde de sigaretten van een vakantievriendinnetje, want haar ouders mochten het pakje niet vinden. En ach, als ik dat pakje toch had, kon ik net zo goed meeroken. Na de vakantie zou ik er wel mee stoppen…

Je raadt het al: dat deed ik niet. Roken was toen nog best geaccepteerd, we praten over 2004. Veel vrienden rookten en ik vond het eigenlijk hartstikke gezellig om mee te doen. Ooit zou ik wel stoppen. Je leest het al: de verslaafde praat.

Want het is rationeel natuurlijk totale onzin dat je het als roker ‘gezelliger’ hebt dan als niet-roker. En toch voelt het voor mij zo: dat het gezellig is om samen een sigaret te roken.

Rookmelders

In mijn studententijd pafte iedereen er ook nog lekker op los. Ik had twee kleine studentenkamertjes en in mijn ‘woonkamertje’ werden rustig een paar pakjes weggepaft, terwijl de flessen wijn en blikjes bier soldaat werden gemaakt. De rookmelder op de gang ging er midden in de nacht weleens vanaf, zo blauw stond het.

Maar die tijd is allang voorbij. Er zijn steeds minder plekken waar je mag roken, én terecht. Ook ik rook niet in mijn eigen huis, want dan stinkt mijn hele huis ernaar. Bovendien vind ik het ook lullig om mijn niet-rokende vriend continu naar adem te laten happen.

Dus sleur ik mezelf door weer en wind het balkon op. Inmiddels neem ik een kop gloeihete thee mee, want dan heb ik nog iets dat me warmte geeft. In een eerder huis had ik niet eens een balkon, of een afdakje. Toen moest ik met huissleutel en al de straat op, soms lopend door de regen.

Ik had net zo goed een hond kunnen hebben, want die rondjes door weer en wind liep ik toch al. En wat dacht ik al lopend vaak: wat ziet dit er óntzettend sneu uit.

Kinderen

Mijn verslaving zit mij heel vaak in de weg. Als ik op bezoek ben bij vrienden met kinderen, bedenk ik na een paar uur een smoes waarom ik even weg moet. Want ik wil niet dat die kinderen mij zien roken. “Ik ga even mijn telefoonoplader uit de auto pakken”, lieg ik dan.

En ondertussen ben ik als de dood dat één van die kinderen vrolijk uitroept: ‘Ik ga mee!’. Want dan kan ik mijn nicotinegehalte niet meer op peil brengen.

Restaurants

Als ik met mijn familie uit eten ga in een restaurant, ga ik altijd aan de hoek van de tafel zitten. Want als ik tussendoor wil roken, hoeft niet iedereen op te staan omdat ik erlangs wil. Terrassen waar de tafeltjes heel dicht op elkaar staan haat ik, want dan voel ik me bezwaard tegenover de mensen naast mij als ik een sigaret opsteek.

Wat ben ik opgelucht als ik op het tafeltje van de buren een pakje en een aansteker zie liggen.

Op het werk ga ik vaak iets eerder weg uit de kantine, omdat ik na mijn lunch nog een sigaret wil roken. Ook al weet ik dat ik aan het einde van de dag die rookminuten altijd inhaal, toch schaam ik mij tegenover mijn collega’s als ik langer pauze neem dan zij. Want zij weten natuurlijk niet altijd tot hoe laat ik werk.

Vliegtuig gemist

Maar het gênantste is toch wel dat ik ook een keer bijna het vliegtuig heb gemist door mijn verslaving. Achter de douane op een vliegveld in Portugal kon ik nergens een rookruimte vinden. We waren ontzettend op tijd en er was totaal geen rij geweest bij de douane.

Ik was dus van mening dat ik nog wel even terug kon om buiten een sigaret te gaan roken. Uiteraard stond mij een verrassing te wachten toen ik de douane weer door wilde: een gigantische mensenmassa die ook de poortjes door wilde…

Ik haalde het op het nippertje en nooit zal ik het boze gezicht van mijn vriend vergeten toen ik eindelijk aankwam om te boarden.

Stress

Je begrijpt het al: hoewel ik denk dat het bij stress helpt om een sigaret op te steken, krijg ik er eigenlijk heel veel stress van dat ik verslaafd ben. Het is een ontzettende rotverslaving en ik vind dat roken op steeds meer plekken onmogelijk gemaakt moet worden.

Want wat is het zonde als al die toekomstige pubers hetzelfde doen als Charlotte en ik deden op ons veertiende. Ik vind het dan ook wel goed dat Charlotte de tabaksindustrie aanklaagt. Zelf zou ik dat niet snel doen, ik vind het wel mijn keuze dat ik nog steeds rook.

Want los van het feit dat ik verslaafd ben geraakt: ik beslis toch echt zelf om die sigaret elke keer op te steken. Ik ben van mening dat als je écht wilt stoppen, je dat kunt. Maar het zal ontzettend moeilijk zijn.

Het is volgens mij dan ook raadzaam om er hulp bij te zoeken. En dus ga ik 12 december helemaal naar Groningen om een ‘Stopcursus’ te volgen. Drie dagen nadat ik naar mijn nieuwe appartement ben verhuisd. Want als ik eenmaal een sigaret heb opgestoken terwijl ik met een wijntje in het zonnetje op mijn nieuwe balkon zit, dan vrees ik dat stoppen nóg moeilijker wordt.

Van het zonnetje, een wijntje en een sigaretje kan ik namelijk intens genieten. En ik vind het zonde als ik op een gegeven moment stop en ik elke keer als ik met dat wijntje op het balkon zit het gevoel heb dat ik iets mis.

Maar de belangrijkste reden om te stoppen is toch wel mijn gezondheid. Nu heb ik nog geen echte klachten, maar dat kan morgen anders zijn. En dat kan ik mezelf eigenlijk niet vergeven.