Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Opinie

Jong of oud moeder worden:
Wat is nou beter?

journaliste

Hester Zitvast

Z

Zo op de valreep van 2017 signaleert Lindanieuws een nieuwe trend: jong kinderen krijgen. Onder anderen Monica Geuze (22), Liza Sips (27), Estevana Polman (25) en Romy Boomsma (26) staan in het rijtje ‘jonge moeders’, die hun prille babygeluk veelal royaal delen op Instagram en/of YouTube.

Trend, trend... Persoonlijk vind ik die conclusie ietwat voorbarig, je kunt met het grootste gemak namelijk ook een rijtje ‘oudere moeders’ opstellen. Maar wat is nou beter?

Tienermoeder

Ik was 22 toen ik zwanger raakte van mijn oudste. Nee, niet gepland. Gewoon stom en denken dat het jou na ‘een keer onvoorzichtig zijn’ niet gebeurt. Ik voelde me mijn hele zwangerschap een tienermoeder.

Zelfs toen ik met 23 jaar achter de kinderwagen liep, had ik het gevoel dat de hele wereld aan mij zag dat ik zelf de Barbie-tijd nog niet zo lang daarvoor had afgesloten. Ik had behoorlijk wat bewijsdrang. Ik zou wel even laten zien dat ik dit kon, voor zo’n baby zorgen.

Superrelaxed

Het bleek ook geen probleem. Als je 23 bent (mijn toenmalige partner was een jaartje ouder), ben je superflexibel en fit. Op ons tandvlees door gebroken nachten? Wij niet. Of in elk geval: nauwelijks. Onze kleine man kon nog zo’n herrie maken als wij wilden slapen; we stonden de volgende ochtend toch nog behoorlijk fris en fruitig op.

We namen hem overal mee naartoe. Maar we konden hem ook probleemloos overdragen aan opa’s en oma’s om even lekker een weekje te gaan skiën. We zijn zelfs een kleine drie weken naar Amerika geweest toen ons kind zeven maanden was. Zonder kind. Niets gemoederkloek. Hechten gaat ook prima als je elkaar soms even loslaat. We waren superrelaxed. En ons kind supergelukkig.

Een gezin

Drie jaar later kwam onze dochter. Ik was 26 toen ze geboren werd. Het tienermoedergevoel had ik achter me gelaten. Dit keer was mijn zwangerschap een bewuste keuze. Nog niemand in onze vriendenkring had kinderen. Ineens waren we een gezin.

Met z’n drietjes is dat toch anders. Dan ben je een stel met een baby. Met onze dochter erbij waren we compleet. Dat relaxte wat ons zo kenmerkte, bleef en werd alleen maar sterker. De overgang van nul naar één kind is zoveel heftiger dan van één naar twee.

Waar we bij onze oudste nog lijstjes bijhielden met wat ’ie wanneer dronk en de klok nauwlettend in de gaten hielden voor de volgende fles, freewheelden we er bij onze dochter gewoon wat melk in als ze begon te gillen. Het werkte net zo goed.

Miepen

Ik zou voor altijd een jonge moeder zijn, bedacht ik weleens. Want ook op het schoolplein bleef het opvallen dat ik gemiddeld toch echt wel tien jaar jonger was dan de rest. En hoewel ik daar geen keiharde bewijzen voor heb, denk ik dat die tien jaar verschil mij wel dichterbij de belevingswereld van mijn kinderen bracht. Nog steeds.

Als ik moeders van nu 50 overbezorgd hoor miepen over hun pubers, dan denk ik dat die van mij zijn handjes dicht mag knijpen met mijn begrip en losse teugels. Het lijkt namelijk wel gisteren dat ik zelf die leeftijd had, dus ik weet heel goed dat je toch wel je eigen pad kiest, ondanks de strenge woorden van je ouders.

Nee, dan liever openheid en daarin de juiste afspraken maken. Vooralsnog lijkt dat stukken beter te werken.

Focus op gezin

Inmiddels ben ik niet meer alleen een jonge moeder. Ik ben ook een oude moeder. Drie jaar geleden beviel ik van mijn jongste dochter, in een nieuwe relatie. Wat mij opvalt, is dat alles nu zoveel bewuster is. Zestien jaar geleden was ik nog heel druk met mezelf. En met mijn vrienden. Nu ligt de focus 100% op mijn gezin.

Ik zal geen voorleesverhaaltjes afraffelen omdat ik er geen tijd voor heb. Ik maak er tijd voor. Ik geniet veel meer, als vanzelf. Ik kan uren naar haar kijken, gewoon kijken. Bij de jongste twee moest er altijd iets gebeuren. Altijd reuring zijn. Nu is rust ineens heel waardevol.

En dat fris en fruitig opstaan? Vergeet het maar. De jaren zijn gaan tellen, ik kan met weemoed terugdenken aan de fitheid van toen.

Nog eentje?

Ik zou er nog wel een willen. Onze jongste is ergens best alleen; haar oudere broer en zus hebben hun eigen leven, zijn veel bij vrienden, deels bij hun vader. En hoe gek ze ook op haar zijn, een kloof van tien jaar overbrug je niet zomaar.

Nog eentje om het af te leren. Nog een keer zo’n kleintje. Maar ja… Ik ben dus nu al 40. Stokoud. Een dinosaurus. Althans, wel in moederland. Ik klamp me vast aan berichten over moeders die 40-plus alsnog een kind krijgen. ‘Zie je wel, het kan makkelijk’, lees ik daarin.

En aan de andere kant kan ik weer volledig van de leg zijn als ik een moeder met een ernstig gehandicapt kind zie. Ik leg dan direct een verband met haar leeftijd. Moet ik mijn zegeningen niet gewoon tellen? Ik heb drie gezonde kinderen! En als ik volgend jaar zwanger zou worden, ben ik royaal over de 50 als mijn kind naar de middelbare school gaat!

Geen stempel

Maar dan komt steeds weer mijn conclusie: leeftijd is bijzaak als het gaat om moederschap. Je hebt vooral, nee alleen, liefde nodig. En die liefde is er in verreweg de meeste gevallen meer dan genoeg. Piepjong of stokoud; een kind in je armen maakt een oergevoel in je los.

Je kunt het als je 20 bent, maar ook net zo goed als je 40 bent. We trekken ons steeds minder van de natuur aan. De natuur ziet ons het liefst moeder worden als de eieren nog fonkelvers op de eierstokken pronken. Maar dat komt nou eenmaal niet altijd uit.

We willen nog reizen. We willen nog werken. De ware heeft zich nog niet aangediend. Of dan is er ineens die tweede leg. Alles heeft z’n grenzen, zowel aan de onder- of bovenkant. Maar daartussen kun je als het op kinderen aankomt prima laveren.

Dus of je nou op je 20ste of na je 40ste aan kinderen begint: laat niemand er een stempel ‘goed’ of ‘fout’ op zetten. Laat niemand je vertellen wat je wel of niet moet doen. Jij weet wat je aankunt. En moeders kunnen heel, heel veel aan.