Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Scoop! deel 1: De BN'er
die een poosje moet onderduiken

schrijfster

Iris Houx

W

Wat een waanzinnig begin van het nieuwe jaar: vanaf vandaag lees je namelijk elke zondagmiddag een nieuwe aflevering van het vervolgverhaal Scoop! op VROUW.nl.

Over Scoop

Schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie... Aflevering 1 lees je hier!

Scoop! aflevering 1

Ik ben drijfnat, mijn haar plakt aan mijn gezicht en als ik er hetzelfde uitzie als Kiona, dan loopt de make-up in straaltjes over mijn wangen. In retrospect hadden we helemaal niet bang hoeven zijn dat iemand haar zou herkennen. Niemand zou ’s lands bekendste realityster herkennen in de verlepte vrouw die nu naast me loopt. Dat de taxichauffeur waarschijnlijk nog nooit een aflevering van Lief & Leed met de Laseurs had gezien, was ook een mazzeltje. Het was dus nergens voor nodig om ons drie kilometer van onze eindbestemming te laten afzetten. Maar goed, we deden het, uit voorzorg.

Ik merk pas dat mijn schoen in de blubber is blijven steken als ik mijn voet weer neerzet. Een soppend geluid kondigt de koude modder aan die op het punt staat door mijn sokken te dringen. Ik vloek binnensmonds.

‘Verstop je maar achter die bosjes daar.’ Ik wijs naar de struiken aan de zijkant van de grote voortuin.

Kiona kijkt me verbaasd aan.

‘Ga achter die struiken zitten,’ zeg ik nog een keer. Zeg ik dit echt? Ik, Esmée Evers? Tegen Kiona Laseur? Dé Kiona Laseur?

‘Waarom?’

‘Waarom?! Wil je gezien worden of zo?’ zeg ik lachend. ‘Ik heb geen idee wie er opendoet.’ Nou ja, ik heb best een idee, het kunnen maar drie personen zijn.

Ik druk op de bovenste deurbel, die met het briefje waarop in potlood ‘Andrea 2x bellen’ is geschreven. Blijkbaar is die bel zowel voor haar ouders als voor Andrea. Eronder is nog een bel voor het biologische huiskamerrestaurant van Andrea’s moeder, dat zoals het woord al doet vermoeden gewoon in de huiskamer is. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder bij Andrea heb aangebeld, want dit is Avier Achterbeek, een dorp – wat zeg ik: een bijdorp van een dorp – dus ga je achterom. Doe je dat niet, dan ben je per definitie verdacht. Gezien het tijdstip denk ik echter dat de achterdeur op slot zit.

Andrea doet niet open. Natuurlijk doet ze niet open, het is drie uur ’s nachts dus mevrouw Tweekeerbellen ligt vast in een diepe slaap op haar zolderkamertje helemaal boven in het huis. Als iemand de bel al hoort zijn het haar ouders. Maar laten we hopen van niet want niemand, echt niemand, mag weten dat ik hier ben. Correctie: dat Kiona hier is.

‘Komt er al iemand?’ klinkt het van achter een rozenstruik. Kiona heeft braaf mijn instructies opgevolgd. Misschien had ik alleen iets concreter moeten zijn. Het is duidelijk dat Kiona’s natuurlijke overlevingsinstinct is verdwenen, waarschijnlijk al vanaf het moment dat ze geboren werd. Opgevoed worden door nanny’s, butlers en persoonlijke stylisten is ogenschijnlijk funest voor je zelfredzaamheid. De rozenstruik staat niet in bloei, er zitten nauwelijks blaadjes aan en ik zie Kiona met haar neonroze bomberjackje duidelijk zitten, ondanks de tijgerprint.

‘Jeetje, Kiona. Zoek een andere struik, ze zien je vanaf de maan.’ ‘Hoezo? Je wees toch naar deze bosjes?’

Ik druk nog eens twee keer op de bel. Ik hoop maar dat haar ouders vaste slapers zijn en Andrea niet. Ik herinner me van onze vroegere logeerpartijtjes dat Andrea altijd degene was die midden in de nacht verschrikt overeind kwam omdat ze een muis had gehoord, wat dan een piepende deur bleek te zijn. Of een spook, wat een bewegend gordijn was. Of een enge man: gewoon mijn vader.

Waarom hebben ze eigenlijk geen afdakje boven de voordeur? Het gaat steeds harder regenen en ik voel hoe de nattigheid door mijn jas heen in mijn blouse begint te trekken.

Nu bel ik in morsecode het sein voor sos: kort-kort-kort, láng-láng-láng, kort-kort-kort. Het maakt me ondertussen geen reet meer uit wie er opendoet, als er maar iemand is die ons binnen kan laten. De regen druppelt nu via mijn nek mijn jas in en stroomt in straaltjes over mijn rug. Mijn nieuwe la petite française-truitje raakt doorweekt.

Ik bedenk net dat ik steentjes moet gaan gooien tegen het zolderraam, als ik dat tenminste kan raken, wanneer ik gestommel op de trap meen te horen.

‘Schiet je op? Ik moet naar het toilet!’ klinkt het achter me uit de bosjes.

‘Ssst! Doe je broek gewoon naar beneden.’

En ja hoor, een wonder! Ik hoor hoe er gemorreld wordt aan het slot van de voordeur. Langzaam en piepend gaat hij open. Voor alle zekerheid doe ik een stapje achteruit. Het slaperige gezicht van Andrea wordt zichtbaar. Gelukkig. Dankzij onze logeerpartijtjes weet ik hoe ze er ’s nachts uitziet. Zo weet ik bijvoorbeeld dat ze haar puistjes ’s avonds met tandpasta aanstipt zodat die indrogen en dat ze er dan nogal gevlekt uitziet. Maar dat die stipjes zo oplichten in het donker verbaast mij ook en dat ik daar niet de enige in ben, bewijst een gilletje uit de struiken.

‘Rustig maar, het is oké,’ roep ik over mijn schouder, alsof ik een bange hond probeer te sussen. Daarna wend ik me weer tot de gestippelde paddenstoel voor me. ‘Hai, Dré,’ zeg ik snel en fluisterend, nog voordat ze zelf iets kan zeggen. ‘Ik heb een probleempje. Nou ja, niets crimineels of zo en je moet niet schrikken. Maar ik ben hier... Geen licht aandoen!’ roep ik paniekerig en iets te hard als Andrea de lamp boven de voordeur aanknipt. Meteen doet ze hem weer uit. ‘Wacht... wat ga je doen?’

Andrea zegt niets, ze heeft zich omgedraaid en opent de meterkast naast de voordeur. Ik schrik als ik zie dat ze een Maglite heeft gepakt, een massieve zaklamp van zo’n dertig centimeter die de nachtwakers van onze camping vroeger wel eens op ons richtten als we ’s nachts uit onze tentjes waren ontsnapt om stiekem naar onze vriendjes te gaan.

Andrea heeft nog steeds geen woord gezegd, ze doet de Maglite aan en richt hem op de rozenstruik. ‘Ieks!’ Een schorre, harde gil ontsnapt aan haar keel. ‘Wie ís dat?’

Ik kijk over mijn schouder. Aan het einde van de lichtstraal zien we Kiona met haar broek op haar knieën – haar persoonlijke bikinilijnwaxspecialist heeft goed werk geleverd, zo wordt duidelijk in het spotlicht. Het is niet het standaardbeeld dat we gewend zijn uit haar realityserie en dus geen wonder dat Andrea haar heldin niet direct herkent.

‘Je zei toch dat ik hier mocht plassen?’ verontschuldigt Kiona zich terwijl ze haar string probeert op te trekken.

Nu herkent Andrea de lage en lijzige stem, een stem uit duizenden. Ook ik was de eerste keer dat ik haar ontmoette, nog maar een paar dagen geleden, verbaasd dat haar stem echt zo klonk.

‘Kiona?’ vraagt Andrea. Ze klampt zich vast aan de deurpost en haar gezicht trekt wit weg, wat overigens veel beter matcht bij die witte stippen. Verdwaasd kijkt ze mij aan: ‘Waarom zit Kiona Laseur te plassen achter de rozenstruik van mijn moeder?’

‘Luister Dré,’ fluister ik. ‘Ik vertel je later de details, maar Kiona moet een poosje onderduiken.’ Ik glimlach liefjes. ‘En waar kan dat beter dan op de laatste plek ter wereld waar iemand haar ooit zou zoeken? Precies: in het kleinste gehucht in Brabant, op een zolderka- mer bij doodnormale mensen. Niet lullig bedoeld,’ voeg ik eraan toe.

‘Ik geef er echt niks om dat je doodnormaal bent, hoor!’ roept Kiona vanuit de struiken. Ik hoor een rits, gevolgd door een zuig-plop-zuig-plopgeluid dat veel wegheeft van stiletto’s die door de modder ploegen.

Andrea negeert Kiona’s opmerking. ‘Maar waarom dan?’ vraagt ze aan mij. Ze houdt nog steeds de deurpost vast en kijkt uit haar ogen alsof ze zojuist een ufo heeft zien landen. Een blik die, zo valt me op, goed past bij haar gestippelde gezicht. Als het Halloween was zou ik zeggen: niets meer aan doen.

Ik wrijf vermoeid in mijn ogen, de uitgelopen mascara begint te prikken. ‘Lang verhaal. Alsjeblieeeeeft?’

Kiona is inmiddels naast me komen staan. ‘Alsje-alsje-alsje-blieeeeeft?’

Andrea kijkt haar geschokt aan. ‘Maar mijn ouders dan? En voor hoelang?’ stamelt ze.

‘Regelen we wel,’ fluister ik. Ondertussen probeer ik haar met zachte hand los te trekken van de deurpost.

‘Ik heb helemaal geen extra bed...’

‘Regelen we wel.’ Haar linkerhand weet ik los te krijgen. Ik doe een stap de hal in en begin aan haar andere hand te trekken.

‘... en geen champagne,’ gaat ze verder, ‘of oesters...’

‘Komt allemaal goed, Dré.’ Haar rechterhand heb ik nu ook losgewrikt. Voorzichtig duw ik haar aan de kant en stap de hal in. Normaal gesproken is Andrea de relaxtheid zelve: rustig, verstandig en doortastend. Dit is duidelijk niet haar tijdstip en het feit dat haar grote idool voor haar deur staat zal ook wel meespelen, maar eerlijk gezegd kan ik dit nu even heel slecht gebruiken.

Dan kijkt ze me ineens recht aan, alsof ze ontwaakt is uit een droom, levendig en enthousiast: ‘Maar mam heeft vandaag wel worteltjestaart gemaakt!’

‘Fijn. Goed zo. Heel goed. Want jij bent toevallig dol op worteltjestaart, hè?’ Ik kijk over mijn schouder naar Kiona die vlak achter me is gaan staan.

‘Jaahaa! Low fat worteltjestaart, dat is mijn lievelings.’

‘O, maar wacht. Hij is niet low fat geloof ik.’ Andrea vervalt gelijk weer in haar halloweenblik.

Jezus, ik geloof dat ik ter plekke in een depressie raak. Iets te hardhandig duw ik Andrea de hal in, pak Kiona bij haar arm en sluit zachtjes de deur achter ons. ‘Dré,’ fluister ik, ‘gewone worteltjestaart is prima. Kiona, doe die stiletto’s uit. Hop, hop, die trap op. En zorg dat jullie geen geluid maken. Geen enkel geluid,’ voeg ik eraan toe. Beurtelings kijk ik de twee indringend aan, als een schooljuf die twee kinderen tijdens een museumbezoekje hartig toespreekt: ‘Ieder woord, elke stap, zelfs een zucht kan nu funest zijn.’ 

Aflevering 2 van Scoop! lees je volgende week zondag om 15:00u stipt.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman."