Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 3: Andermans ellende
is momenteel precies wat ik nodig heb

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmées leugentje om bestwil ervoor zorgde dat haar vriendin Jasmijn haar droombaan kon inpikken, en daarmee zelfs haar nieuwe bazin werd. Jeugdvriendin Andrea haalde Esmée over het er niet bij te laten zitten, maar of dat nu zo'n goed idee is?

‘Succes is een keuze!’ staat er op het stressballetje dat altijd op de voet van mijn beeldscherm ligt dat ik nu overgooi tussen mijn linker- en rechterhand. De tekst is nog net leesbaar. Ooit gekregen op een banenbeurs toen ik net was afgestudeerd. Toen ik nog dacht dat de wereld aan mijn voeten lag, dat dit voortaan mijn lijfspreuk ging worden en dat ik zo iemand werd die zo’n stressballetje hard nodig zou hebben. O, de ironie.

Vanaf de gang klinkt een aanzwellend getik, regelmatig en vastberaden. Van de schrik gooi ik mijn stressballetje in de plantenbak naast mijn bureau.Toevallig heb ik me sinds ik hier werk al flink ontwikkeld op het gebied van voetstapherkenning en dit zijn onmiskenbaar de pasjes van Valerie. Zo te horen heeft ze haar Louboutins aan, die herken ik aan de snelheid van de tikjes. De hakken zijn zo hoog dat ze er alleen kleine stappen mee kan zetten. Als ik me goed herinner, heeft ze slechts één paar Louboutins, rood zijn ze.

Met een zwoel ‘Dag-dag Eric’ neemt ze afscheid van haar gesprekspartner, wiens nauwelijks waarneembare voetstappen wegsterven in de richting van de zijvleugel. Eric Viezerik wordt hij steevast genoemd door zijn secretaresse, met wie ik regelmatig lunch. Volgens Krystel tuurt hij altijd zo intensief naar haar shirt, dat ze vermoedt dat hij röntgenogen heeft. Nou, als Eric echt zo’n tietenman is, komt hij bij Valerie ruimschoots aan zijn trekken.

Een verstikkende wolk Jean-Paul Gaultier dringt mijn neus binnen. Het getik gaat gedempt verder, wat betekent dat ze onze afdeling op komt, hier ligt vloerbedekking. Mijn ogen gaan naar de deur, slechts een meter of drie bij mijn bureau vandaan. Onwillekeurig kijk ik naar beneden. Check: de Louboutins. En een check voor de kleur: rood. Rood, als het bloed van Satan.

‘Goedemorgen,’ kirt Valerie, overduidelijk in een uitstekend humeur.

Ik onderdruk de opkomende niesbui die zich elke ochtend voordoet bij de zware, zepige geur van haar parfum en glimlach onderdanig. Precies zoals van me wordt verwacht. ‘Koffie?’

‘Ja, héérlijk.’

Zodra ze in haar kantoor is verdwenen buig ik kreunend voorover om het balletje uit de plantenbak te vissen.

Als ik omhoogkom, kijk ik recht in een bekend grijnzend gezicht. ‘Hoi schat.’

Ik schrik me te pletter. Tuurlijk, we hebben vloerbedekking op de afdeling, maar dan nog is het niet te geloven hoe geruisloos Hank kan lopen. Hij moet vanaf de afdeling gekomen zijn en niet van de gang. Hank is de gluiperigste, sluiperigste valse nicht van heel showbizzland en niemand weet meer waar hij ooit bekend mee is geworden, behalve het vermogen om oorverdovend te lachen om flauwe grappen, bij voorkeur die van hemzelf. Maar hij is een BN’er en daarom moet ik hem te vriend houden. Ik stamel een begroeting.

‘Slecht geweten?’ Opnieuw die grijns.

‘Nee hoor,’ zeg ik zo nonchalant mogelijk. Hij moest eens weten. Nou ja, beter van niet. Ik leg het balletje terug en doe alsof ik aan het werk wil gaan.

Hank negeert mijn non-verbale oprothint, buigt voorover en steunt met zijn armen op mijn beeldscherm. ‘Ik heb misschien nog wel een scoop voor je, schat. Luister. Ik heb dus een nieuwe vriend. Echt een lekker ding. Vijftien jaar jonger. Ricardo heet hij.’ Het verstelbare beeldscherm zakt langzaam naar beneden onder Hanks forse gewicht, maar dat lijkt hij niet te beseffen. ‘De pers heeft dit nog niet opgepakt, dus als jullie interesse hebben wil ik jullie dit nieuwtje wel als eerste gunnen. Bespreek het maar in de vergadering of zo.’

‘Tuurlijk. Ik zal het even tegen de redactie aanwrijven.’ Gadver, zei ik dat echt? Ik klink al precies als Morris.

Hank grijnst tevreden en haalt zijn armen van mijn scherm. ‘Mooi, dan hoor ik het wel. Ik moet er weer vandoor, Ricardo wacht op me voor een tweede ronde.’ Hij geeft me een vette knipoog. ‘Toedeloetjes!’

Op de gang hoor ik hem nog iets tegen iemand roepen, waarbij zijn lach hard weerkaatst tegen de muren van de gang en dan is het rustig.

Zuchtend begin ik mijn beeldscherm terug te duwen.

*

‘Leuk mutsje.’ Valeries ogen flikkeren even geamuseerd, alsof het sarcasme daarvan me ooit zou kunnen ontgaan. Helaas heb ik nog geen tijd gehad om iets aan mijn haar te doen. Ik zou niet eens weten wat ik eraan kan doen. Bestaat er een universeel middel tegen groen haar? Of moet ik het opnieuw verven met een andere, dekkende kleur?

Vanavond eens googelen, liefst voordat Hugo komt. We zijn nog steeds in die fase dat we geen scheetjes laten in elkaars bijzijn en dat we negeren dat de ander soms snurkt. Dus mijn groene faalhaar mag hij al helemaal niet zien.

Ik zet de koffie voor haar neer, ga recht staan en kijk haar gelaten aan. Elke ochtend doorlopen we hetzelfde ritueel. Terwijl ik haar ochtendkoffie breng, checkt Valerie mijn outfit. Haar ogen scannen me als een laserstraal van boven naar beneden en weer terug om me daarna steevast een als compliment vermomde hatelijkheid toe te werpen.

Eens kijken, wat hebben we allemaal al gehad? ‘Mooie broek. Maakt je kont een stuk minder dik dan die van gisteren.’ ‘Dat vind ik zo leuk aan jou. Mosterdgeel staat niemand, maar jij trekt het dus gewoon aan, hè.’ ‘Wat fijn dat jij toch nog iets van je gading kon vinden uit de aanbiedingenbak van de H&M.’ En de alleraardigste: ‘Staat leuk, zo’n pony. Heb je tenminste niet zo’n groot voorhoofd.’

Vandaag besluit ik haar geen opening te geven voor een nieuwe belediging. ‘Ja, leuk hè?’ zeg ik opgewekt terwijl ik de 132e koffie voor haar neerzet. Ik haal diep adem. Nu moet het gebeuren, de uitvoering van het masterplan, mijn rehabilitatiegesprek, mijn hernieuwde poging het merk Esmée weer op de kaart te zetten. Gisteren leek het nog zo’n goed idee, maar nu voel ik me daar toch wat minder zeker over. Ik wilde het eigenlijk opnemen met alleen Morris, dat leek me beter, maar die scheen deze hele week in het buitenland te zitten. Dus.

Ik schraap mijn keel en kijk naar Valerie, die haar blik al weer op haar beeldscherm gericht heeft met haar fuck you face, het gezicht dat ze trekt als ze geen zin heeft in verdere communicatie in welke vorm dan ook: lichtelijk verstoord, een tikje geïrriteerd, maar verder compleet stoïcijns.

‘Ehm, Valerie.’

Zonder haar ogen van het scherm te halen, trekt ze een wenkbrauw op. Als ik blijf staan waar ik sta, kijkt ze me uiteindelijk verveeld aan. Ik ontwijk haar ogen en kijk in plaats daarvan naar de foto van haar Foster Parents-kind dat vergeeld aan haar prikbord hangt. De schijnheiligheid.

‘Ik wilde nog even...’ begin ik. Mijn hart gaat sneller. Ik stok, haal een keer diep adem en ga verder. ‘Ik vroeg me af of we...’ Haar blik blijft onveranderd verveeld. Gek word ik ervan. ‘... het nog eens kunnen hebben over mijn functie,’ pers ik eruit.

Eindelijk heb ik haar aandacht. Langzaam draait ze haar stoel, leunt naar achteren en kijkt me met een flauw lachje aan. Ik wacht even, maar ze zegt niets.

‘Mijn functie dus,’ zeg ik nog een keer. Compleet overbodig. Jezus, ik had dit beter moeten voorbereiden. ‘Er was afgesproken dat ik jouw baan zou krijgen als jij vertrok,’ ga ik verder. ‘Blijkbaar vertrek je binnenkort, daar wist ik niets van, en nu heeft...’ – ik slik Jasmijns naam in – ‘een externe sollicitant plotseling je baan gekregen.’ Ik wil nog iets zeggen, maar er komt niets in me op. Voorzichtig adem ik uit.

Valerie knippert een keer met haar ogen, leunt verder naar achteren in haar stoel en blijft me aanstaren. Natuurlijk, ze vindt dit leuk. Ze geniet ervan mij te zien stuntelen. Mijn hart gaat als een dolle tekeer als ik me realiseer dat dit gewoon onderdeel is van haar fokking strategie. Een ordinaire staarwedstrijd.

Nou, wat zij kan, kan ik ook. Ik ben getraind. Ik heb een kat, toevallig. Ik staar terug en probeer dat te doen met een glimlach om mijn mond, een glimlach die aangeeft dat ik niet van plan ben te vertrekken voordat ik een antwoord heb. Voor mijn gevoel duurt het minuten, terwijl het waarschijnlijk maar enkele seconden zijn. Ik hoor de klok tikken, geluiden van de straat beneden klinken door. Het klinkt alsof er marktkramen worden opgebouwd, of iets of iemand die in elk geval heel hard zijn best doet me uit mijn concentratie te halen.

De klok tikt verder, steeds harder. Valerie knippert eens met haar ogen. Het duurt me allemaal te lang. En ik krijg pijn in mijn benen. Ik sta helemaal niet handig, maar ik wil ook niet bewegen. En Valerie lijkt gewoon door me heen te staren. En mijn lach verkrampt. Dit schiet gewoon niet op. Ik geef me over.

‘Wat is daarop je antwoord?’ vraag ik.

Eindelijk komt er beweging in Valerie. Ze schiet in de lach. ‘Wat is daarop je antwoord?’ herhaalt ze, terwijl ze in een holle, aanstellerige lach uitbarst. ‘Ja ik wil, Esmée! Tot de dood ons scheidt.’ Ze lacht en ze lacht. Het klinkt als een wegstervende echo uit een foute sf-film.

Ik recht mijn rug en verzet mijn been, wat een enorme opluchting is. Eigenlijk ben ik er helemaal klaar mee. Ik had er nooit aan moeten beginnen. Boos kijk ik richting Valerie die ondertussen al weer met haar fuck you face naar haar beeldscherm zit te staren.

Met alle waardigheid die ik nog in me heb draai ik me om en been haar kantoor uit. Zo hard als ik durf smijt ik de deur dicht. Ik loop naar mijn werkplek die recht tegenover haar deur ligt, in een verder belachelijk ruime kantoortuin, en waar ik van achter mijn bureau een poosje woedend naar haar deur ga zitten staren.

Ze zit zich nu vast te verkneukelen om haar geweldige actie. Ik onderdruk de neiging om een zware ordner te pakken, een aanloopje te nemen en het ding met een oerkreet tegen haar deur te smijten. Wat haat ik haar. En mezelf. Jezus. Jézus! Wat een oen ben ik. Wat is daarop je antwoord? Was ik gek geworden of zo?

Ik zak onderuit en strek mijn benen. Ik schrik als mijn voeten iets kleins en levends raken. Als ik mijn hoofd onder mijn bureau steek, blijkt het Paisley te zijn, Gretta’s hondje dat weer eens zonder vragen onder mijn bureau is gedumpt, compleet met mandje en vies knaagding. Kan het arme beestje ook niets aan doen. Ik kroel haar even. Wanneer ik weer omhoogkom, valt mijn oog op de turfstreepjes in het bureaublad.

Zuchtend zet ik er een 132e krasje bij. Honderdtweeëndertig kopjes koffie heb ik gehaald. In plaats van het hoopvolle gevoel dat ik doorgaans krijg vanwege de eindigheid die het inhoudt, word ik nu een beetje depressievig. Dat gevoel druk ik snel weg. Valerie mag niets aan me merken, dat gun ik haar niet. Voor de rest van de dag besluit ik mijn probleem gewoon te negeren. Ik kan dat.

Hypergefocust neem ik mijn mailbox door, reageer op alle mailtjes die een antwoord vereisen en dan vind ik het wel weer even welletjes. Als ik mijn mobieltje pak, zie ik dat ik een appje van Andrea heb gemist: Zet hem op, hè. Both succes and failure begin with one step. Don’t be afraid to take that step! Laat me even weten of het gelukt is.

Of het gelukt is? Hell no! Andrea moest eens weten. Ik kan haar gezicht al voor me zien. Natuurlijk, ze komt vast weer met allerlei geweldige oplossingen en geruststellende gedachten, maar ik heb mezelf nu even bewust in de negeermodus gezet en die omvat ook mijn communicatie naar buiten toe.

Ging niet helemaal zoals gepland, maar ik verzin nog wel wat, typ ik. Ik voel me meteen een stuk beter. Ik los dit wel op. Ik heb Andrea toch niet overal voor nodig? Er zijn heus wel dingen die ik zelf kan.

Ik stuur ook gelijk een appje naar Hugo. Huug en ik gaan binnenkort samenwonen, iets waar ik lichtelijk hysterisch over ben, op een goede manier.

Hoe is-ie? Had ik al gezegd dat ik een poederroze badkamer wil? En zo’n woonkamer in shabby chic?

En als hij niet reageert: Ik heb ook al een leuk Little Diva-servies gezien voor in die apothekerskast van IKEA die ik wilde.

Natuurlijk weet ik dat je met de smaak van twee mensen rekening moet houden als je gaat samenwonen, maar ik vind het gewoon leuk om hem een beetje te stangen. Maar echt, ik kan niet wachten. Het lijkt me zo heerlijk om dingen te delen en dat er altijd iemand is als ik uit mijn werk kom. Iemand anders dan mijn kat Knurftje natuurlijk.

En geen gezeul meer met weekendtassen en vuile was, dat is ook fijn. Ik vergat altijd wel iets. Crème, mijn sexy nachthemd, de pil. Ik zou alleen willen dat Hugo eens opschoot met het zoeken van een appartementje voor ons. Je zou zeggen dat hij als makelaar bij Ontroerend Goed! de hele dag met zijn neus boven op de beste woningen zit, maar het blijkt juist dat je daar een gigantische beroepsdeformatie van oploopt. Ik heb al minstens vier geschikte, supermooie en betaalbare woningen op de website van OG! zien staan, maar elke keer was er volgens Huug iets mee aan de hand. Twee lagen op een beroerde locatie, eentje was slecht onderhouden en bij de vierde weet ik het niet meer.

Hij wil alleen het beste voor ons, en dat vind ik echt enorm lief, maar ondertussen begint het een beetje op mijn zenuwen te werken. Vanavond zal ik eens polsen hoe het ermee staat, dan komt hij bij me eten. Wat me er meteen aan herinnert dat ik daar nog een recept voor moet uitzoeken. Ik surf naar een receptenwebsite en zoek op ‘culinair’ en ‘snel’, waarna er meer dan honderd recepten op mijn scherm verschijnen die er inderdaad allemaal even culinair uitzien, maar niet bijster snel. Ik ga naar Facebook en update mijn status naar ‘Wanted! Tips voor een snelle en lekkere maaltijd. Beloning: geen’.

Binnen een paar minuten ontvang ik een appje van Andrea: Zet ook maar tomatenpuree op je boodschappenlijstje.

Tomatenpuree? tik ik terug.

In je haar smeren, een halfuurtje laten intrekken, uitspoelen en je groene gloed verdwijnt als Kruidvatverf voor een norse kapster. ;-)

Tomatenpuree? typ ik weer. Serieus? Je bent geweldig!

Voor de zekerheid googel ik het nog even, je weet het nooit met Andrea. Andrea wast haar haren bijvoorbeeld niet. Al anderhalf jaar niet meer, althans niet met shampoo. De no poo-methode heet het. Schijnt heel gezond te zijn, al zou je dat niet zeggen als je haar de eerste maanden had zien rondlopen met dat vogelnest op haar hoofd.

Zo vet dat je er een ei op kon bakken. Zelfs toen het leek alsof het niet erger kon, werd het nog erger. Maar na een tijdje werd het inderdaad prachtig gezond en glanzend en nu zweert ze erbij.

En ja hoor, ook op internet kom ik haar tip een paar keer tegen. Snel krabbel ik ‘tomatenpuree’ op een briefje, samen met de ingrediënten voor kip met abrikoos, een recept dat een Facebookvriend me tipt en dat er inderdaad lekker uitziet en niet bij voorbaat kansloos.

Ik hang nog wat rond op Facebook totdat Valeries deur ineens openzwaait. Bijna halfelf, zie ik op het klokje rechtsonder in mijn beeldscherm, ze heeft een afspraak met financiën. Snel trek ik een denkrimpel in mijn hoofd en beweeg in het wilde weg heen en weer met de muis. Zogenaamd verstoord kijk ik op.

‘Tot later,’ zegt Valerie met een abnormaal brede grijns, een grijns die uitdrukt dat mijn fiasco van vanmorgen haar nog levendig voor de geest staat.

Negeren. Gewoon negeren. Er zijn ook zoveel leuke dingen in het leven, bedenk ik, terwijl ik langs een statusupdate van een Facebookvriendin scroll die moppert dat ze drie treinen heeft gemist en ook nog de hak van haar schoen heeft gebroken bij het rennen over het perron. Ik klik op een foto die de afgebroken hak toont. Perfect, laat maar komen. Andermans ellende is precies wat ik nu nodig heb.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

Schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen