Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 4:
Geil is niet zo mijn ding

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée een poging deed de haar beloofde promotie op te eisen. Dit resulteerde nogal in een fiasco. Gelukkig heeft ze haar vriend Hugo om haar op te beuren, ja toch?

‘Jezus! Wat is er in je badkamer gebeurd? Ben je eh… ongesteld of zo?’ Hugo woelt door zijn haar.

Ik lach. Zoals hij daar staat in zijn strak gesneden Hugo Bosspak, met zijn rossige krullen en een uitdrukking op zijn gezicht die het midden houdt tussen ongeloof, gêne en jongensachtige ondeugendheid. Zo zie ik hem het liefst. Toegegeven: de badkamer ziet eruit alsof de douchescène uit Psycho er is opgenomen. Een gevolg van het een beetje te fanatiek rondzwiepen bij het uitspoelen van de tomatenpuree en geen tijd om te poetsen. De kip met abrikoos moest in de oven.

‘Neu. Iets met haarverf,’ antwoord ik. ‘Ga zitten, het eten is klaar.’ Met enige trots presenteer ik hem mijn slechts een klein beetje verbrande apricot chicken. Huug kijkt even naar mijn haar, maar wordt dan snel afgeleid door de – al zeg ik het zelf – heerlijk geurende kip.

‘Wat deed jij eigenlijk in de badkamer?’ vraag ik.

Hugo heeft net een stokbroodje in zijn mond gestoken en antwoordt met volle mond: ‘Mijn tandenborstel neerzetten natuurlijk.’

Ik krijg een warm gevoel vanbinnen en mijn hart doet een huppeltje. Binnenkort staat zijn tandenborstel elke dag naast de mijne!

Ik doe mijn ovenwanten uit, trek subtiel mijn truitje wat lager en neem plaats tegenover hem. ‘Binnenkort hoef je helemaal niet meer met die spullen te zeulen,’ zeg ik opgewekt.

Hugo reageert niet.

Ik begin de kip te verdelen over onze borden. ‘Je gaat me toch niet vertellen dat je weer drie prachtige appartementen hebt laten schieten, of wel?’

Hij lacht. ‘Eentje maar. Het lag te ver uit het centrum. Tikje prijzig ook.’

Ik houd een diepe zucht binnen. ‘Maar kunnen we dan niet een keer samen gaan kijken? Dat je een soort privéhuizenroute voor ons uitstippelt?’ Ik merk dat ik een beetje ongeduldig word. Nu we de beslissing hebben genomen om samen te gaan wonen, kan het mij niet snel genoeg gaan. Bovendien wil ik nieuwe meubels shoppen, woontijdschriften verslinden en behangetjes uitzoeken. ‘Is toch hartstikke gezellig?’ moedig ik hem aan. ‘Kun je me ook leren waar je zoal op moet letten bij een bezichtiging en zo. Vind ik leuk. Misschien wel heel spannend zelfs, al die vreemde slaapkamers waar we dan langskomen.’ Ik trek mijn wenkbrauw veelzeggend op en probeer hem geil aan te kijken, maar geil is niet zo mijn ding, ik voel het.

Geschrokken kijkt Hugo op.

‘Geintje!’ voeg ik er snel aan toe.

‘Ik weet dat het lang duurt, popje, maar ik ga voor ons echt het allerbeste appartement scoren. Voor jou de wereld, dat weet je toch?’ Hij knipoogt die speciale knipoog en ik smelt zowat in mijn kip met abrikoos.

Het eten smaakt trouwens echt heerlijk. Hier scoor ik punten mee. Tot nu toe was Huug er geloof ik nog niet echt van overtuigd dat zijn liefde voor mij door de maag gaat en daarin kan ik hem geen ongelijk geven. De eerste keer dat hij kwam eten besloot ik het simpel te houden en maakte ik kip siam uit een pakje. Kon niet misgaan, had Andrea me verzekerd. Toch had ze het daar echt mis. Terwijl ik druk bezig was met grappig en gevat zijn, bevallig met mijn wimpers fladderen en mijn buik inhouden onder het veel te felle tl-licht in mijn keukentje, gooide ik veel te veel water bij het sauspoeder waardoor het meer een siamsoep werd in plaats van een hoofdgerecht. Huug was zo lief om er niets van te zeggen, wat me moed gaf om het een paar weken later nog eens te proberen, met een ouderwetse combinatie van een biefstukje, aardappels en salade. Ook hier verzekerde Andrea me weer dat het een piece of cake was, of ‘een eitje’ of weet ik veel wat voor gastronomische lolligheidjes ze ervoor gebruikte, maar zelfs in het maken van piece-of-cake-aardappeltjes faalde ik keihard. Deze keer was ik zo gefocust op de biefstuk dat ik de aardappeltjes volledig negeerde. Hartstikke aangebrand. Aangebrander dan de kaaskorsten in het gezamenlijke tosti-ijzer in Hugo’s studentenhuis. En zelfs daarbij was ‘zwartgeblakerd’ nog een understatement. Maar Huug keek in de pan zoals een archeoloog een net blootgelegde ontdekking bestudeert en opperde heel lief ‘dat we het er wel een beetje van af konden schrapen’. Iets wat hij ook uitvoerde, ik niet. Gelukkig kwam het nog helemaal goed. Na het eten hadden we seks. Heerlijke, romantische, stomende seks zoals dat alleen kan bij een allereerste keer met een nieuwe liefde.

*

Huug bukt zich voorover om de afstandsbediening van de salontafel te pakken. Ik laat mijn hand onder zijn blouse glijden, over zijn blote rug. Voorzichtig laat hij zich terugzakken op de bank. Terwijl hij de afstandsbediening op de tv richt, slaat hij zijn arm om me heen. ‘Echt superlekker, poppie,’ complimenteert hij me nog eens met mijn kookkunsten. ‘Maar vertel, hoe ging het vandaag op kantoor?’

O god, daar gaan we. Hij weet van de situatie op mijn werk, althans dat Jasmijn de baan van Valerie heeft gekregen en dat ik vandaag een poging zou doen er met Morris over te praten. Een eerder geïnteresseerd appje van hem had ik afgewimpeld met ‘Best oké, hebben we het nog wel over’, maar dat is hij dus niet vergeten. Ik weet niet of ik hier blij mee moet zijn. Ik was net zo in mijn nopjes over mijn geweldige revanche-diner en ik merk dat het me sinds vanmiddag steeds beter lukt om dat hele gedoe op mijn werk naar de achtergrond te verdringen, te negeren. Gewoon, er langzaam een beetje aan te wennen dat het nu eenmaal zo is. Ik moet alleen nog een manier verzinnen om het aan Jasmijn op te biechten.

‘Het ging niet helemaal zoals je had verwacht?’ spoort Hugo me aan.

Inwendig kreun ik. ‘Ik krijg de functie niet,’ zeg ik. Ik kan het echt niet opbrengen hier weer helemaal over uit te weiden. Ik wil het negeren, vergeten, alsof het nooit heeft plaatsgevonden.

‘Hoe bedoel je? Is er niets meer aan te doen?’ Hugo gaat een stukje van me af zitten om me goed aan te kunnen kijken.

‘Jasmijn krijgt hem.’ Ik kijk langs hem heen, naar het tv-scherm dat hij nu op pauze heeft gezet. Ik kan er niets aan doen. Ik haat het, maar ik begin te huilen.

Hugo trekt me naar zich toe en ik leg mijn gezicht tegen zijn borst. Zijn geur is heerlijk vertrouwd.

‘Niks meer aan te doen. Gewoon vette pech.’ Ik wil het afronden, maar kan niet voorkomen dat er een diepe snik op volgt. In gedachten zie ik Valerie weer zitten met haar fuck you face. Mijn schitterende ‘Wat is daarop je antwoord?’-momentje. Die hysterische lach van haar. Ze moet al een hele tijd geweten hebben dat ik haar baan niet kreeg en dat er een vacature werd uitgezet, de ongelofelijke bitch. Ik haal nog een keer uit. O, wat lucht dat op, zeg.

‘Maar nu wordt Jasmijn een van je managers!’ roept Huug verontwaardigd.

Ik krimp ineen. Moet ik Hugo nu vertellen dat Jasmijn niet eens weet dat ze mijn baas wordt? Dat ze denkt dat we collega-managers worden? Ik heb hem mijn leugentje nooit verteld, omdat ik het een tikje gênant vond. Maar ja, als we straks samenwonen is het toch wel handig als we alles van elkaar weten, in elk geval dit soort dingen. Aan de andere kant… dit kan altijd later nog. Ik begin weer te sniffen. ‘En ik snap het gewoon niet. Als ik mijn werk zo goed doe, wat ze gewoon zeiden tijdens het functioneringsgesprek, waarom zwijgen ze dan over mijn promotie en zetten ze achter mijn rug om een vacature uit?’ Ik merk dat ik aan het zwelgen ben in zelfmedelijden, maar ik kan er ook niets aan doen.

Hugo is stil. Ik hoor alleen zijn ademhaling. Hij begint over mijn haar te aaien. ‘Heb je het zwart-op-wit, dat van die functie?’

‘Nee,’ piep ik. ‘Alleen mondeling toegezegd.’

Zijn hand blijft even vastzitten in mijn haar. Voorzichtig haalt hij hem los.

‘Liefje toch,’ zegt hij nog een keer. Hij is zo meelevend dat ik weer begin te huilen, gewoon omdat het zo lekker is.

Na een tijdje pak ik de afstandsbediening en druk op play. Ik haal een mouw over mijn gezicht. Het is zoals het is, eigen schuld. Gewoon opbiechten aan Jasmijn en mijn verlies accepteren. Dat is wat ik zal doen. Maandag. Eerst gewoon een leuk weekend hebben, dat heb ik verdiend.

Hugo pakt onze wijnglazen en vult ze bij. De rest van de avond zappen we heen en weer tussen twee tv-series. Ondertussen appt Huug wat met vrienden en ik met Andrea. Op vrijdagavond springt ze altijd bij in het biologische huiskamerrestaurant van haar moeder, maar vandaag is het niet erg druk. Ik heb haar net laten weten dat ik mijn pogingen om de functie nog te bemachtigen heb gestaakt. Gelukkig is ze zo solidair om samen met mij Valerie door de mangel te halen. Wat we allemaal met haar zouden doen als we de kans kregen: ducttapen, met watervaste stift een snor op haar bovenlip tekenen en in een vuilniszakjurkje in de etalage van de Wibra zetten. We leven ons flink uit, totdat het gesprek ineens stokt van Andrea’s kant. Er zullen wel klanten binnengekomen zijn. Ik merk dat het me veel moeite kost om mijn ogen open te houden.

Ik laat mijn hand met het mobieltje zakken en onderdruk een geeuw. ‘Zullen we naar bed gaan, schatje?’ Ik trek mijn kleren in model en begin aan de knoopjes van zijn blouse te pulken.

‘Hmmm,’ is zijn reactie. Hij draait zijn telefoon opzij zodat hij het schermpje kan blijven zien en door kan gaan met typen. Ik pulk verder aan zijn knoopjes, maar eigenlijk kan ik er niet goed bij. Ach, eigenlijk ben ik ook te moe. Ik geef hem een kus en hij petst een keer tegen mijn billen als ik wegloop. ‘Truste, lieverd.’

*

In de badkamer slaat de schrik me om het hart bij de aanblik van de rode druipstrepen. Ik maak me enigszins zorgen hoe ik die troep ooit van de tegels en het douchegordijn krijg, maar ook weer niet dusdanig dat ik me acuut geroepen voel om er iets aan te doen. In de spiegel bestudeer ik mijn haar nog een keer. Tjee, wie had gedacht dat An­drea nog eens met de gouden tip voor een haarcrisis zou komen? De groenige kleur is helemaal weg en er ligt nu een subtiele rode gloed over mijn doorgaans lichtbruine haar. In feite is de kleur zo mooi dat ik altijd wel eerst mijn haar groen zou willen laten verven om er daarna een potje tomatenpuree overheen te gooien, bedenk ik.

Ik sta mijn tanden heel slordig te poetsen als mijn telefoon een bliepje geeft. Met mijn vrije hand pak ik hem op. Het is Andrea, die het gesprek van eerder vanavond weer voortzet:

Nee maar even serieus. Je hebt afleiding nodig. Heb je morgenmiddag iets te doen?

Morgen? Zaterdag dus. Hugo heeft altijd hockeytraining op zaterdagochtend en er staat me ook iets van bij dat hij aan het eind van de middag een openhuizenroute moet begeleiden. Helaas niet in onze prijsklasse.

Ik ga op het toilet zitten. Niets bijzonders. Why? stuur ik terug.

Vertel ik je morgen wel. Zorg dat je om twee uur bij mij bent.

Ik loop naar mijn slaapkamer en trek mijn nachthemd aan. Dan trek ik het weer uit. Shit, het is mijn lelijke slobbernachthemd voor als Hugo er niet is. Als hij er wel is, draag ik een slecht zittende, jeukende, maar beeldige babydoll. Ik gooi het nachthemd onder in de kast en trek de babydoll aan.

Waar wil ze heen? Veel winkels in de stad hebben uitverkoop. Zou dat het zijn? Wel echt iets voor Andrea, die tien euro voor een shirt al duur vindt. Ze geeft niets om mode en shoppen doet ze zelden – wat eerlijk gezegd ook goed te zien is – maar als al haar broeken versleten zijn en er echt vervanging moet komen, wil ze toch dat ik meega voor advies. Advies dat ze nooit opvolgt overigens. Maar whatever, even de stad in gaan is altijd leuk. Ik kruip in bed.

Oké, ik zal er zijn. Truste, typ ik.

Laat het in godsnaam shoppen zijn, is mijn laatste gedachte voordat ik in slaap val.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

Schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...