Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 6:
Op stap met mijn rivaal

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée door Andrea werd meegenomen naar een vrijwilligerscomité in hun dorp. Na een onverwachte ontmoeting met iemand uit haar verleden, vluchtte Esmée weg. Gelukkig heeft ze weekend, en Hugo, en een vriendin die wil proosten op haar nieuwe baan terwijl ze nog niet weet dat ze Esmées bazin is... Wordt het niet eens tijd dat Esmée haar leugentje opbiecht?

Bij het horen van Hugo’s voicemail kwak ik teleurgesteld mijn telefoon op de eettafel. Zijn openhuizenroute is natuurlijk uitgelopen. Kan hij ook niets aan doen, maar wel balen. Het is fokking zaterdag! En hoe moet dat nu met het avondeten? Hugo zou koken en ik heb geen idee wat. Eigenlijk eet ik slechts een paar keer per week een fatsoenlijke maaltijd: de dagen dat hij er is. De andere overleef ik op kant-en-klaartjes.

Ik trek de deur van de koelkast open. Naast het vertrouwde spul zoals broodbeleg en drinken ontdek ik een biefstuk, champignons, crème fraîche… Meer zie ik niet omdat ik de deur weer dichtgooi. Veel te moeilijk allemaal.

In het kastje boven het aanrecht ga ik op zoek naar een instantnoedelsoepje of een zak chips.

Dan klinkt de bekende Beyoncé-ringtone vanuit de woonkamer. Hugo! Jaaa! Hij komt me redden van de hongerdood! Ik gooi het kastdeurtje dicht en ren naar mijn mobieltje. Het ding springt al na drie keer op de voicemail, dus ik moet snel zijn. Het menu waarin je zoiets kunt wijzigen is waarschijnlijk óf staatsgeheim óf alleen te vinden na jarenlange studie. Mij is het in elk geval nog niet gelukt.

Handig vang ik de telefoon op, vlak voordat die van de tafel trilt.

‘Met Esmée.’

‘Hallo-ooo! Met je nieuwe collega!’

Gadverdamme. ‘Hoi Jasmijn.’ Mijn stem zakt een octaaf.

‘Maf hè? Was het een verrassing voor je donderdag?’

‘Nou, een beetje wel.’

‘Het ging ook allemaal zo snel,’ begint ze te ratelen. ‘Ik dacht dat ik nog op een tweede gesprek moest en zo, maar toen bleek dat ik de baan al had. Zo bizar! En vandaag heb ik het contract dus ontvangen. Kun je dat geloven?!’

‘Nogmaals gefeliciteerd. Echt super.’ Ik druk met mijn wijsvinger in een rimpelige appel op de fruitschaal. Hij geeft mee als een spons.

‘Hé, maar luister, om te vieren dat het nu dus helemaal rond is wilde ik wat gaan drinken bij Seventh Heaven. Kun je vanavond?’

Aargh. Paniekerig trekken mijn hersenen het Grote Smoezenboek van de plank en bladeren er razendsnel doorheen, maar het lijkt alsof de pagina’s blanco zijn. En het lijkt me nogal lullig om te zeggen dat ik momenteel nog liever naar de tandarts ga voor een onverdoofde wortelkanaalbehandeling dan gezellig wat drinken met Jasmijn in een loungebar. Raar dat ik een week geleden nog alles uit mijn handen zou laten vallen na zo’n telefoontje om me direct vol enthousiasme op mijn fiets te werpen, richting de stad, voor een heerlijke ouderwetse slemppartij en de oprechte blijheid vanwege de nieuwe baan van een van ons. O, de ironie.

‘Ja, ik geloof dat ik wel kan.’ Na een korte pauze voeg ik eraan toe: ‘Gezellig.’

‘Helemaal leuk. Laten we het houden op acht uur aan de bar, oké? Dan bel ik nu even Do en Mei-Lan. Doe-doei!’

Ik stop het mobieltje in mijn handtas en onderdruk een oerkreet – het zou toch geen zin hebben – waarna ik mezelf richting badkamer sleep. Die moet overigens nog steeds een grondige poetsbeurt krijgen. De tomatenprutspetters beginnen in te drogen en zijn van kleur veranderd van rood naar oranje. Ik inspecteer ze van dichtbij. Het is toch een soort organisch spul. Zou het niet gewoon vanzelf verdwijnen als ik het maar lang genoeg laat zitten?

*

De rode loungezitjes in het verder antracietkleurige interieur zijn doorgaans erg populair, maar vanavond hebben we geen concurrentie. Het is nog vroeg en er staat alleen een groepje mannen achterin. Ik breng mijn natgeregende haar in model met mijn handen. God, wat ben ik blij dat het zijn normale kleur weer terug heeft, groen haar kon ik er nu echt niet bij hebben. En het zou trouwens ontzettend vloeken met het rode jasje dat ik aanheb. De ober komt al onze kant uit met de bestelling. De meiden grissen de drankjes van zijn dienblad voordat hij de kans krijgt het neer te zetten. Mei-Lan wacht tot ik mijn haar met rust laat en het laatste glas heb gepakt voordat ze het hare hoog de lucht in zwiept: ‘Op Jasmijns nieuwe baan!’

‘Op Jasmijns nieuwe baan!’ roepen we alle vier. Schril komen onze glazen met elkaar in aanraking.

Jasmijn straalt. ‘O, ik heb er zo’n zin in!’ Ze draait zich naar me toe: ‘Ik heb zoveel vragen voor je. Je moet me alles vertellen. Echt alles, over iedereen!’

Ik slik de prosecco door en hoop dat de verkramping die ik in mijn kaken voel eruitziet als een welgemeend lachje. Snel buig ik voorover om een graai te doen in de pinda’s die daar zijn neergezet. Het liefst zou ik het hele bakje aan mijn mond zetten. Ik geloof dat het niet zo’n goed idee was om zonder avondeten de deur uit te gaan. Ik doe een tweede greep in het bakje en leun weer naar achteren. Ach, het wordt vast gezellig, een vriendin als collega. Alleen nog even uitzoeken hoe en wanneer ik haar over het kleine misverstandje ga vertellen. Vanavond in elk geval niet, dat lijkt me duidelijk.

Ik kijk het gezelschap rond terwijl we van onze drankjes nippen. Zoals altijd zien de meiden er weer onberispelijk uit. Jasmijn heeft haar donkerblonde haren losjes opgestoken en draagt een eenvoudige, lavendelblauwe tuniek. De perfecte snit verraadt echter dat het niet goedkoop is geweest. Jasmijn draagt altijd duur spul. Vaak weet ze niet eens van welk merk het precies is. Als je ernaar vraagt, haalt ze haar schouders op of ze kijkt achteloos op het labeltje. Wat ze mooi vindt koopt ze, het maakt niet uit wat het kost. Het helpt natuurlijk ook dat ze meestal met haar moeder shopt, die zal vast regelmatig wat bijleggen. Ook Dominique draagt veel merkkleding, vrijwel uitsluitend eigenlijk. Van jas tot sokken gaat ze gekleed in Armani, Gucci, Burberry en Hermès, of zoals ze het zelf uitspreekt: ‘Ermès’. Voor haar is het vanzelfsprekend, ze is gewend aan luxe. Haar vader is een nouveau riche die huisjes melkt en daarnaast investeert in octrooien voor vage uitvindingen zoals stiletto-zijwieltjes, kauwpotloden van zoethout, een voorverwarmd fietszadel en iets wat de moederbroek heet. Ik geloof dat het een soort camouflagebroek is met een geprint vlekkenpatroon van babyspuug, moedermelk en klodders fruithapje. Dat voorverwarmde fietszadel raakte overigens in opspraak toen een gebruiker ervan bijna geëlektrocuteerd werd tijdens een regenbui. Maar goed. Zo lang Do al bestaat, leeft ze dus op goud, glitters en dierenprintjes. Terwijl haar knappe gezichtje eigenlijk het beste gedijt bij zo min mogelijk poespas, maar dat is mijn bescheiden mening.

Mei-Lan is een geval apart. Vandaag draagt ze een paars, doorgestikt jack en afzaklaarzen in dezelfde kleur op een broek met een wilde print, die bij elkaar wordt gehouden met iets wat het meest weg heeft van een gordijnkoord. Haar donkere haar is wild getoupeerd en naar een kant gekamd en aan haar oren hangen pauwenveren. Maar ziet ze eruit als een doorgedraaide clown? Nee, Mei-Lan niet. Mei-Lan zou zelfs mijn groene haar met die idiote muts nog tot een waar fashion statement kunnen verheffen, haar stijl is zo cool en edgy dat ze overal mee wegkomt. En niet alleen op kledingvlak, op elk gebied. Succes hangt als een aura om haar heen. Ze is zo’n meid die je met liefde zou haten, maar bij wie dat niet lukt. Daar is ze gewoonweg te aardig voor.

Ik gooi weer wat pinda’s naar binnen. Mei-Lan is net klaar met het nieuwtje dat ze van Paul, haar vriend, een reisje naar London cadeau heeft gekregen. Zomaar! Ze gaan volgend weekend al en het hotel ligt midden in het centrum. Do vertelt op haar beurt hoe ze op haar werk zoveel complimenten krijgt voor het nieuwe project waar ze aan werkt. Ze noemt getallen van nieuwe klanten die ze al aan het bedrijf heeft weten te binden. Haar hoogste baas blijft maar veren in haar kont steken, misschien ontvangt ze zelfs een bonus. Ik kijk naar Jasmijn. Ze is stil. Met een tevreden glimlach staart ze in de verte terwijl ze van haar prosecco nipt.

Ik vraag me af waarom het bij hen allemaal zo moeiteloos lijkt te gaan: studie, carrière, liefde, Het Leven. Is het echt zo gemakkelijk en ben ik de enige die niet doorheeft hoe het werkt? Waar is die geheime formule? Het is alsof ik overal een puinhoop van maak. Tijdens onze studie was ik al de sufmuts van het stel. Do was erg ambitieus, stond direct vooraan als de cijferlijsten werden opgehangen. En toen het overzicht met stagebedrijven werd opgehangen was ze er als eerste bij om een plek bij het meest gewilde bedrijf in de wacht te slepen, wat haar ook lukte. Ze mocht een marketingplan opstellen voor een nieuwe, überhippe modeketen. Ook Jasmijn was ambitieus, maar op haar eigen manier. Ze haalde altijd net voldoendes, maar wist wel precies hoe ze dat moest doen met zo min mogelijk inspanning. Huiswerk van anderen overschrijven, spiekbriefjes, dat soort trucjes. Ik bewonderde haar vermogen om op commando te huilen als ze betrapt werd of bij een docent langsging om een hoger cijfer te ‘regelen’. Wat dat betreft had ze totaal geen scrupules en stiekem bewonderde ik dat, maar het zelf durven: echt niet. En dan Mei-Lan. Mooi, afschuwelijk aardig en ook nog intelligent. Studeren deed ze tijdens het koken of op het toilet. Ze combineerde het probleemloos met allerlei commissies, een leesclubje en het voorzitterschap van het damesdispuut. Na een avondje stappen was er altijd een leuke jongen om haar achter op zijn fiets naar huis te brengen. En in een volle collegezaal schroomde ze niet om het op te nemen voor een ander als ze vond dat hem of haar onrecht werd aangedaan. Mei-Lan blinkt werkelijk in alles uit.

En ik? Ach ja. Ik kon uren achtereen lesstof in mijn hoofd stampen, de volgende ochtend was ik het weer vergeten of gooide ik alles door elkaar. Bij een presentatie werd ik zo zenuwachtig dat ik een black-out kreeg, of van de misselijkheid bijna over mijn aantekeningen heen kotste. Omdat ik geen idee had dat de stagebedrijven die dag bekend werden gemaakt, was er voor mij alleen nog een plek bij een vaag museum over met vage geëngageerde kunst en nog vagere medewerkers die me elke keer weer andere vage instructies gaven, omdat ze zelf geen idee hadden wat ze aan het doen waren. Ondanks twee verjaardagskalenders (eentje op de wc en eentje boven mijn bed) kreeg ik het nog voor elkaar om ieders verjaardag te vergeten. En wat mannen betreft moest ik meestal genoegen nemen met de aandacht van de ‘beste vriend van’, want de knapste van het stel stond steevast naast Mei-Lan. Of Do. Of Jasmijn. Overal behalve naast mij. Nou ja, uiteindelijk heb ik toch maar mooi Hugo opgeduikeld. Ha! Ik weet best dat de meiden hem helemaal knap, geslaagd en geil vinden en meer dan goedgekeurd hebben, maar vóór Hugo was ik dus echt een kneus. Ik moet aan Rik denken. Ook zoiets. Bah, waarom moest hij opeens weer uit de krochten van mijn verleden kruipen? Ik dacht dat ik ondertussen wel genoeg shit op mijn bordje had. Ik moet trouwens nog een smoes verzinnen om niet meer naar dat stomme comité te hoeven. Echt niet vergeten.

‘Vind je ook niet?’ Do plant haar elleboog tussen mijn ribben.

Ik veer op. ‘Sorry, wat zei je?’

‘Dat het belachelijk is dat Chanel die lipstick uit het assortiment heeft gehaald, vind je ook niet?’ Ze kijkt me indringend aan. Blijkbaar is hier een grondige argumentatie aan voorafgegaan, ze heeft er rode konen van gekregen.

Ik knik meelevend. ‘Echt wel. Je zou toch denken dat ze daar beter over nadenken?’

‘Nee, dat is het nu juist!’ Haar helderblauwe ogen worden groot. ‘Ze doen het elke keer opnieuw! En niet alleen Chanel trouwens. Dior en Lancôme ook. Heb je net de juiste kleur gevonden, brengen ze weer een nieuwe lijn op de markt waar jouw favoriete lipstick niet meer bij zit.’ Geïrriteerd schudt ze haar hoofd.

Ik heb Do nog nooit horen klagen over het te snel wisselen van collecties. Ze is dol op shoppen, dus hoe sneller de collecties wisselen, hoe meer er te shoppen valt, lijkt me. Bij make-up is dat schijnbaar toch een probleem. En ik snap het wel, ook ik heb wel eens minutenlang verdwaasd voor het cosmeticarek bij de drogist gestaan – bij het huismerk, dat dan weer wel – op zoek naar mijn favoriete lipstick ‘rosé serène’, nummertje 18. Totdat het tot me doordrong dat roseetje verdwenen was, of beter gezegd: ingeruild. Op nummertje 18 prijkte nu de naam ‘beige magnifique’, waar ik het overigens helemaal niet mee eens was. ‘Oude leverworst’ had ik veel passender gevonden. Maar dat heb ik altijd met die make-upnamen, ze zijn zo vreselijk vaag. Wat is er mis met paars, lichtrood of donkerroze? Of als het echt zo nodig apart moet zijn: doorlopenogenrood, Rachel Hazes-oranje of bavianenkontroze. Dat is pas duidelijk, dáár heeft tenminste iedereen een beeld bij.

‘Wat zeg jij nou? Bavianenkontroze?’ Do heeft een vreemde rimpel tussen haar ogen.

Fok, zei ik dat hardop? ‘O, niets,’ antwoord ik snel. ‘Ik dacht nog even na over dat lipstickprobleem van jou. Je hebt een punt hoor. Weet je, eigenlijk zouden ze er gewoon omnummertabellen bij moeten hangen.’

Do is even stil. Ze kijkt eerst in de verte en dan met grote ogen naar mij: ‘Maar dat is het! Omnummertabellen! Ge-ni-aal! Dat moeten ze doen!’ Ze klapt in haar handen en roept Mei-Lan en Jasmijn.

Ik draai me lachend om. Het lijkt me beter om hier even een pauze te nemen.

*

Onder het gelige schijnsel van de toiletlampen ontgrendel ik mijn mobieltje. Meteen voel ik onrust opkomen. Geen appje, geen gemiste oproep, helemaal niets. Er is geen enkel levensteken van Hugo. Dat is toch vreemd? Ik heb hem al twee appjes gestuurd die hij zo te zien nog steeds niet gelezen heeft. Ik bel hem. Zijn telefoon springt direct op de voicemail. Ik voel me rustiger worden. Zijn telefoon is gewoon leeg, dat is het. En onderweg is hij nergens in de gelegenheid om hem op te laden. Het kan ook een goed teken zijn als de openhuizenroute flink is uitgelopen, waarschijnlijk zijn er een paar geïnteresseerde huurders bij. Fijn voor hem. Alleen zo jammer voor mij dat ik nu geen smoes heb om hier te kunnen vertrekken. Natuurlijk, ik kan best zéggen dat Huug gebeld heeft en mijn boeltje pakken, maar dan zit ik alleen in een leeg huis en daar heb ik ook geen zin in.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

Schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen