Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 7:
Voor straf een nacht met Eric in een hotelkamer

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée een ongemakkelijke avond had met haar vriendinnen. Gelegenheid om haar leugentje op te biechten, was er niet. En nu willen ze op kantoor ook nog dat ze een inwerkprogramma voor Jasmijn opstelt. Valt er eigenlijk nog wel wat te lachen?

Bijzondere omstandigheden vragen om bijzondere maatregelen. Ha! Met de spiegelfunctie van mijn mobieltje bekijk ik mijn nieuwe sieraad. Een lange, opvallende en arty ketting in vier kleuren. Zizi zou het in haar moderubriek omschrijven als een statement necklace. Gisteren heb ik hem gekregen van Hugo, zomaar! Nou ja, niet helemaal zomaar, denk ik. Hij voelde zich een tikje ellendig dat ik me zaterdagavond zo’n zorgen had gemaakt. Helaas kon ik pas rond elf uur met goed fatsoen afstand nemen van Do en haar visie op de gehele make-upindustrie, autogarages en hun monteurs, mannen met haargroei uit hun oren en chihuahua’s als celebrity-accessoire. Toen ze even naar het toilet ging, zei ik dat ik echt weg moest, maakte een ‘we bellen’-gebaar naar Mei-Lan en Jasmijn die druk in gesprek waren met twee boomlange blonde mannen, en kneep ertussenuit. Ik was blij verrast dat het me de hele avond gelukt was om lastige vragen van Jasmijn te ontwijken. Toch fietste ik met toenemende ongerustheid naar huis. Waar hing Hugo toch uit? Eenmaal thuis wist ik dan ook niet wat ik meemaakte toen ik daar zijn jas aan mijn kapstok aantrof, zijn mobieltje op de slaapkamervloer en Hugo… ernaast, in bed! Ik was verbaasd en blij tegelijk en stortte me direct boven op hem met een hysterisch ‘Waar was je nou?!’

Alsof ik op een knop gedrukt had, schoot hij overeind. Eigenlijk was het heel geestig. Hij begon zich meteen te verontschuldigen. Zijn openhuizenroute was gigantisch uitgelopen en bij thuiskomst was hij zo moe dat hij direct in bed was gaan liggen.

‘Maar kon je niet even bellen dan?’

‘Mijn telefoon was leeg. Echt sorry.’ Hij wreef in zijn ogen. ‘Ik dacht dat je het wel zou begrijpen.’

‘Ja, ik vermoedde wel zoiets,’ antwoordde ik. Ik stortte me weer quasi boos boven op hem.

‘Auw, Esmée,’ lachte hij. ‘Kom op, ga van me af. Morgenvroeg maak ik het goed met je. Beloofd!’

Dat deed hij, o ja. En daarna zijn we de stad in gegaan. Eerst geluncht, toen wat gewinkeld en als laatst nog ergens chocomel met slagroom gedronken. Toen we naar huis liepen, wilde Huug opeens een andere route nemen. Ik vond het best. We kwamen langs een winkel waar ik me eerder had staan vergapen aan deze mooie ketting, die ik besloot toch niet te kopen vanwege het belachelijke prijskaartje dat eraan hing. En wat deed Huug? Hij nam me mee naar binnen en kocht de ketting voor me! Van blijdschap heb ik hem helemaal afgezoend daar in de winkel, totdat de medewerkster me subtiel duidelijk begon te maken dat het echt te gênant werd. Of ze had gewoon een heel nare kriebelhoest, dat kan ook.

Ik wacht even tot Tjibbe, die net de afdeling op komt, uit het zicht is en maak dan een idiote selfie-met-ketting om naar Huug te appen. En nog een, en nog een. Ik trek expres een enorme duckface en ga zo op in mijn kodakmomentje dat ik niet in de gaten heb dat Valerie tegenover me is komen staan. Soms vervloek ik die vloerbedekking op onze afdeling zó hard.

‘Nieuwe ketting?’

Ik knik blij. ‘Van Hugo gekr…’

‘Leuk. Die waren vorig jaar toch zo in de mode?’

Ah! Verdorie. De dagelijkse belediging. Ik was niet goed voorbereid.

Ik doe mijn mond dicht en glimlach nietszeggend. ‘Wat kan ik voor je d…?’

‘Zoals je wel of niet weet, begint mijn opvolgster volgende week al. Er moet een inwerkprogramma voor haar worden opgesteld. Een rondje door het bedrijf, kennismakingsgesprekken, dat soort dingen.’ Valeries ogen maken nauwelijks contact, ze is druk met haar mobieltje. ‘En mevrouw Wetzers moet natuurlijk ook een aantal documenten krijgen om zich in te lezen.’

Mevrouw Wetzers, jakkes.

‘Oké, is g…’

‘Praat eens niet de hele tijd door me heen, Esmée. Dat is echt ontzettend vervelend.’

‘Ja maa…’

‘Nu doe je het weer.’

‘Sor…’

Valerie kijkt op, sluit haar ogen even, hapt een keer naar adem en gaat dan weer verder: ‘Dus ik neem aan dat jij een planning maakt en je de eerste dagen over haar ontfermt. Je snapt dat ik het veel te druk heb met het afronden van mijn eigen werkzaamheden.’

Ik knik, dat lijkt me veiliger.

Ze knikt tevreden terug en draait zich om, haar mobieltje al aan haar oor voor een volgend gesprek, waarin ze waarschijnlijk weer wat van haar taken naar een ander gaat doorschuiven. Zodra haar deur dichtvalt laat ik me achterover zakken en druk ik eindelijk op de ‘send’-knop van mijn mobieltje.

*

Rond lunchtijd komt Krystel Tomaszweski onze afdeling op, in haar kielzog een stoel die ze bij de koffietafel heeft gebietst. Ze sleept hem tot voor mijn bureau en laat hem dan demonstratief los.

‘Háá!’ zeg ik, blij met de afleiding.

Krystel is mijn favoriete collega, mijn bondgenote, mijn partner in crime. Ze is secretaresse van de afdeling sales die wordt geleid door Eric Viezerik, de gluiperd waar Valerie altijd tegen op staat te rijden en vice versa. Krystel heeft het bijna nog zwaarder dan ik. Bijna.

Haar knot deint als ze zich in de stoel laat vallen. Ze draagt een paarse pencil skirt met daarop een klassiek colbertje. Als het openvalt, zie ik dat ze een shirt draagt met de tekst ‘Don’t be sexist! Bitches Hate That!’.

Ik lach. ‘Hoe is-ie?’

Er komt een grommend geluid uit haar keel. Ze scheurt een grote hap van een broodje dat ze net tevoorschijn heeft gehaald, alsof ze een tijger is die een prooi te grazen neemt. ‘Waar was je nou?’

Ik kijk op het schermpje van mijn telefoon. Bijna halftwee.

‘Shit. Heb je lang zitten wachten?’ vraag ik geschrokken. ‘Ik was echt compleet de tijd kwijt.’

‘Maakt niet uit. Daar gaat het niet om,’ antwoordt ze met haar mond vol. ‘Ik heb gewoon een kutochtend achter de rug. Een zwaar kloterige kutochtend!’

Verschrikt kijk ik om me heen. Geen van de collega’s verderop in de ruimte lijkt ons gehoord te hebben. Valerie heeft gelukkig een afspraak buiten de deur.

‘Eerst moest ik de hele ochtend verkoopcijfers verzamelen voor zijn maandelijkse afspraak met de directie. Altijd hetzelfde. Het is zíjn werk om zijn medewerkers achter de broek te zitten, maar dat vertikt hij waardoor ík degene ben die op het laatste moment iedereen in zijn nek mag gaan hijgen voor de cijfertjes. En dan durft hij ook nog om de vijf minuten naast me te komen staan. Vragen of ik al opschiet, wat de tussenstand is, wie er nog moeten reageren. Aargh!’ Ze scheurt nog een stuk van haar broodje. ‘Fuck my life!’

Ik haal een chocolademuffin uit mijn lunchtrommel en begin hem uit zijn jasje te pellen.

‘Hij kickt er gewoon op om jou te horen bitchen tegen zijn medewerkers,’ antwoord ik.

Krystel trekt een wenkbrauw op om te kijken of ik het meen. Dan schieten we tegelijk in de lach.

‘Precies,’ zegt ze. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en maakt met haar vrije hand een gebaar alsof ze met een zweepje slaat. ‘Katjeng! Hier met die cijfers of ik laat Eric op je los!’ zegt ze.

‘Katjeng! Binnen vijf minuten op mijn bureau of je moet voor straf met Eric op zakenreis naar London. In één hotelkamer,’ doe ik er een schepje bovenop.

‘Ieeeeks!’ gillen we samen.

Nu kijken er wel een paar collega’s geïrriteerd onze kant op. Zachter vervolgen we ons gesprek.

Als we na een tijdje uitgelachen zijn en de tranen uit onze ogen hebben geveegd, zegt Krystel opeens: ‘Wat heb ik trouwens gehoord? Krijgen jullie een nieuwe chef showbizz?’

Ik kauw nog even door, langer dan noodzakelijk, neem de laatste slok koffie om mijn hap mee weg te slikken en antwoord dan: ‘Het schijnt.’

‘Maar…’ Krystel neemt me aandachtig op. ‘Jij zou die functie toch krijgen? Wat de hel is er gebeurd?’

Ik haal mijn schouders op. ‘Valerie.’

‘Valerie?! Heeft Valerie je dat geflikt?’

‘Ik denk het.’

‘Maar wat…? Waarom?’ Krystel wil iets zeggen, maar dan bedenkt ze zich en sluit ze haar mond weer. ‘Vaag,’ zegt ze na een korte stilte.

‘Ja, vaag,’ antwoord ik. Ik wil iets te doen hebben, een hap van een boterham nemen of een slok van mijn koffie, maar die zijn allebei op. Dus ik leun achterover, knak met mijn vingers en staar zogenaamd aandachtig naar de ingelijste poster naast Valeries deur, een cover van de allereerste Go Glam! met daarop een jonge Kiona Laseur die quasi geil de lens in kijkt.

Ik voel hoe Krystel me observeert.

‘En, is het wat, die nieuwe?

Ik haal mijn schouders weer op. ‘Weet niet.’ Ik twijfel ernstig of ik het Krystel moet vertellen. Ik weet wel dat ze te vertrouwen is, maar ik wil eerst kijken hoe dit zich verder ontwikkelt. Eigenlijk kan ik het zelf nog steeds niet bevatten, laat staan dat ik het in fatsoenlijke bewoordingen aan een ander kan uitleggen. ‘Ik heb haar maar heel even gezien. Ze is van onze leeftijd,’ zeg ik alleen.

‘Wanneer begint ze?’

‘Volgende week. Ik moet een inwerkprogramma opstellen. Is Valerie te lui voor.’

Krystel grinnikt. Haar neus krult een beetje op. ‘Misschien juist wel handig. Kun je haar mooi van alles wijsmaken. Dat de redactiechefs ’s ochtends altijd koffie halen voor de hele afdeling en zo.’

Ik schiet in de lach. Krystel weet altijd overal iets op te zeggen. Zelfs in de meest deprimerende situaties komt zij nog met galgenhumor. Ook nu werkt het weer.

‘Of dat het een gewoonte is om luidkeels “Bingo!” te roepen als je tijdens een brainstormsessie het woord wilt,’ zeg ik. We beginnen weer te lachen.

‘Dat we geen shredder hebben, maar dat de terriër van Morris dienstdoet als papierversnipperaar,’ doet Krystel er nog een schepje bovenop. ‘En dan zeg je nonchalant tegen die nieuwe: “Gewoon al je vertrouwelijk papier in Morris’ postvakje leggen met een Post-it met ‘Voor de hond’ erop”.’

We gillen nu van het lachen. Tjibbe en Ines kijken geërgerd op. Tjibbe heeft het afkeurende trekje om zijn mond dat hij speciaal bewaart voor alles wat met mij te maken heeft. Ik zie het hem nooit bij anderen doen. Het is zijn speciale ‘laten we Esmée de grond in kijken’-blik.

Met een gebaar alsof ik aan een volumeknop draai maak ik Krystel duidelijk dat we wat zachter moeten praten. Gedempt grappen we verder totdat het tijd is om weer aan het werk te gaan.

*

Voordat ik begin aan mevrouw Wetzers’ inwerkprogramma (kots), open ik nog even mijn Hotmail. Ik heb vijf nieuwe berichtjes sinds gisteravond. Drie onpersoonlijke mails van sites waar ik op de mailinglist sta, eentje van Mei-Lan (‘Lila jurkje’) en eentje van Andrea (‘Waar was je?!’). Oeps. Ik moet haar vanavond echt bellen met een goede smoes voor dat stomme vrijwilligersclubje. Van Huug heb ik een appje met een smiley en een omhooggestoken duimpje, als antwoord op mijn ‘selfies met arty ketting’.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

Schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...