Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 9:
Het liefst zou ze dikke vriendjes worden met alle BN'ers

schrijfster

Iris Houx

D

Daar is hij dan, de dag die je wist dat zou komen: de eerste werkdag van Jasmijn bij Moo Moo Media. En dan is Esmée ook nog eens degene die haar mag rondleiden en inwerken. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen zonder dat haar leugentje aan het licht komt?

Binnen vijf minuten heb ik alles gedaan waar ik doorgaans een kwartier over doe: computer opstarten, vaatwasser leeghalen, koffiezetten. Twee schoteltjes zijn gesneuveld en het koffiefilter is dubbelgeslagen waardoor er een dikke laag drab onder in de pot ligt. De hele afdeling begint zijn dag met een troebele bak slootwater en het kan me geen reet schelen.

Met de snelheid van een ervaren productiemedewerker raffel ik de rest van mijn ochtendroutine af: mail bekijken, post openen en mijn termijnmap checken op bijzonderheden voor vandaag. Achter het bewuste tabblad wordt bevestigd wat ik allang wist: het is Jasmijns eerste werkdag. Haar inwerkprogramma ligt prominent bovenop, een hele werkdag heb ik eraan besteed. Minutieus beschrijft het aan wie ze moet worden voorgesteld, welke stukken ze moet lezen en welke zaken nog uitleg behoeven, zoals de beveiligingsprocedure. Niets mag aan het toeval worden overgelaten. Behalve dat ene dan.

Mijn handen trillen als ik het vijf pagina’s tellende document oppak. Zeven hele dagen heb ik de tijd gehad om in actie te komen. Ik had Jasmijn kunnen bellen, mailen, appen, een spelletje hints op haar kunnen loslaten of een vliegtuig met een spandoek de lucht in kunnen sturen. Ik dacht veel na, maar in actie komen, ho maar. Jazeker, ik heb overwogen het in haar inwerkprogramma op te nemen. Ik bleef het echter maar opschuiven van direct bij binnenkomst (‘Welkom bij Moo Moo, Jasmijn! O ja: ik heb gelogen over mijn functie.’) naar de lunchpauze (‘Zullen we even wat gaan eten? Heb jij ook zo’n zin in een broodje ham met dikke, vieze, vette leugensaus?’) tot aan het einde van de voorstelronde (‘Dan zijn we nu aanbeland bij onze ­office omnivoor. Ze is goeroe van het koffiezetapparaat, deskundige in paperjam-management en beëdigd plantenfluisteraar; haar officiële functienaam luidt redactie-assistente en daarmee is ze dus ook jóúw persoonlijke slaaf: Esmée Evers, aangenaam.’ – waarbij ik met een brede grijns op mezelf zou wijzen) totdat ik het uiteindelijk helemaal schrapte en besloot het aan het toeval over te laten. Er zou zich vast een perfect moment voordoen.

Ik schrik ruw op uit mijn gedachten. Als ik om me heen kijk wat dit veroorzaakt heeft, zie ik Jack en Timo die weer eens zingend de afdeling op komen. Jack en Timo produceren albums zoals kippen eieren leggen en zitten daarnaast in elke denkbare jury, panel of Giro 555 tv-actie. Ze knippen lintjes, bezoeken scholen en promoten het Nederlandse lied waar ze kunnen door simpelweg non-stop zingend en improviserend door het leven te gaan. Toch is niemand die twee olijke koppies ooit beu, ook ik niet.

Jack tokkelt een deuntje op de gitaar die hij zoals gewoonlijk als een vijfde ledemaat aan zijn lichaam heeft hangen en Timo zingt er met zijn Kermit de Kikker-stem overheen. Ze zijn mooi op tijd voor hun afspraak met Ines voor een interview over hun nieuwste album. ‘O Esmeuuu, wat kijk je toch sneuuu,’ improviseert Timo zodra hij me in het vizier krijgt.

Jack haalt een dramatisch riff uit zijn gitaar en vult aan: ‘Heb je ludduvuddeuuu of ben je gewoon een beetje bleuuu?’

Ik begin hardop te lachen en verbaas me over het geluid daarvan. Het is al een paar dagen geleden dat ik voluit gelachen heb, realiseer ik me. Als ze mijn bureau voorbijlopen, geeft Jack me nog een knipoog. Timo is al aanbeland bij zijn volgende slachtoffer: Tjibbe. Ik versta iets over ‘een por in je ribben’ en moet weer grinniken. Hoofdschuddend loop ik om mijn bureau heen, achter hen aan. Even kijken of er een vergaderzaal vrij is waar Ines met ze kan zitten. Daarna meteen maar even twee thee halen (waarvan een met honing, voor Timo) en een kopje van die troebele bruine bocht voor Ines.

Onwillekeurig vraag ik me af wat Jasmijn zich voorstelt bij het werken in een bedrijf waar BN’ers over de vloer komen. Haar kennende romantiseert ze het. Misschien verwacht ze dat ze in no time dikke vriendjes met hen is, dat ze gezellig samen lunchen terwijl ze diepgaande gesprekken voeren over hun jeugdtrauma’s. Dat die lui haar hun vakantiekiekjes laten zien, tips uitwisselen hoe je kauwgom uit je haar krijgt, dat ze aanbieden haar zaaddonor te zijn als ze geen man kan krijgen, alle dingen waar ik ook op hoopte. Heel even maar, want het wende behoorlijk snel. Wat ook hielp was dat ik bij een aantal van hen de evolutie van gewone sterveling naar B-ster voor mijn eigen ogen zag voltrekken. Zoals bij Sonja. Een paar maanden geleden kwam ze hier voor het eerst, een ietwat mollig meisje met pluizig haar en vormeloze kleren. Sonja was net doorgestoten naar de liveshows van de talentenshow Dutchies Got Talent en stond nagelbijtend bij mijn bureau te wachten tot ze werd opgehaald voor haar eerste fotosessie. Ik stelde haar op haar gemak en liet haar Paisley aaien, die zoals zo vaak weer eens onder mijn bureau was gedropt. We babbelden over het weer en de nieuwe tattoos van soapie Herald. Ze zei nog dat ze mijn naam mooi vond en dat we eens samen moesten gaan shoppen, omdat ik zulke geweldige sneakers aanhad en dat ik vast genoeg leuke shopadresjes in de buurt wist.

Ondertussen is ze tweede geworden bij Dutchies Got Talent en werkt ze aan een eigen album. Op advies van haar management heet ze tegenwoordig Sonsiray. Vorige week was ze opnieuw hier. Met haar overdosis blonde haarstukken en een persoonlijk stylist in haar kielzog liep ze me straal voorbij, rechtstreeks naar Gretta’s kantoor. Toen ik even later binnenliep om een boodschap door te geven, noemde ze me handfladderend ‘Ellis of zo’ en zei: ‘Haal voor mij eens even een vetvrije soja latte macchiato van driedubbelgedraaide bonen met een klontje gefilterde rietsuiker.’ Of zoiets.

Uiteraard gaf ik haar gewoon een standaard koffie, maar voor de vorm draaide ik er drie keer een rondje mee voordat ik hem voor haar neerzette. Ze kon er niet om lachen.

*

Op Valeries voormalige bureau leg ik een sleutelbos, een parkeerpasje en een lijst met de belangrijkste telefoonnummers klaar voor Jasmijn. Zo te zien heeft Valerie de moeite genomen anderhalf A4-tje te typen met een meer specifieke, functie-inhoudelijke overdracht voor haar opvolgster. ‘Hey Jasmijn :-)’ begint het. Nou nou, phoe phoe, lekker amicaal.

Als ik terugkeer naar mijn bureau struikel ik bijna over de friet­sausemmer met daarin het wit met gele boeket dat ik daar zelf heb neergezet om mijn nieuwe collega slash bazin slash vriendin welkom te heten. Ik kan nog net voorkomen dat hij omvalt voordat ik in mijn bureaustoel plof. Zo. Alles is gereed. Onze nieuwe showbizzqueen kan komen. Ik ben er klaar voor. Geloof ik.

Ik eet een muffin die eigenlijk voor vanmiddag bedoeld was en ondertussen kijk ik regelmatig naar mijn telefoon, alsof ik hem wil dwingen om over te gaan. Of juist niet. Ik heb de receptioniste gevraagd me te bellen zodra Jasmijn er is, zodat ik haar beneden bij de balie kan ophalen. Dat lijkt me wel zo aardig. En daarmee voorkom ik meteen dat ze nog iemand anders dan mij te spreken krijgt.

Toch verslik ik me wanneer even later de irritante, dwingende toon klinkt en ik het bekende toestelnummer in het schermpje zie verschijnen.

*

Ik loop wat onhandig met de bloemen achter mijn rug naar beneden. Aan de zijkant van de receptie staat Jasmijn, haar ene arm rustig langs haar lichaam en de andere losjes op de balie. De receptioniste gaat door met wat ze altijd doet: telefoneren. Jasmijns blik is gericht op de ruimte voor de balie, waar naar mijn idee niets bijzonders te zien is. Het is de saaiste hal die je je kunt voorstellen. Kaal en zonder enige opsmuk. Met alleen grijze, marmeren tegels die overlopen tot halverwege de muren. Van die tegels waar een enhousiaste tekenlerares op de middelbare school je uren mee zou kunnen kwellen: ‘Probeer er een figuur in te ontdekken, laat je diepste emoties spreken, luister ernaar en gebruik ze in je tekening.’ Misschien staat Jasmijn dat nu wel te doen.

Zodra ze mij ziet lacht ze breeduit. Ze trekt haar Guess-tas verder over haar schouder, schudt haar donkerblonde haar en loopt enthousiast op me af. Ze draagt een beige powersuit. Saai van kleur, maar fraai afgewerkt. Daaronder de prachtige duotone pumps die ze een paar weken geleden bij de Bijenkorf heeft gekocht toen we samen aan het shoppen waren. En ik ruik Donna Karan, haar signatuurgeurtje.

‘Haa-aai! Welkom bij Moo Moo Media!’ We zoenen elkaar op de wangen. Onhandig tover ik het boeket van achter mijn rug tevoorschijn. ‘Ik heb boven een vaas, hoor.’

‘Bedankt, wat mooi!’

Met een krampachtige grijns kijk ik haar aan. Het is raar om in mijn werkomgeving tegenover mijn vriendin te staan. Mijn werk voelt vertrouwd en Jasmijn ook, maar toch klopt er iets niet. Jasmijn lijkt er gelukkig minder last van te hebben en praat honderduit terwijl we naar de lift lopen.

‘En? Heb je er zin in?’ Mijn stem klinkt als die van iemand anders.

‘Ja, hartstikke. Ik was echt toe aan een nieuwe uitdaging.’

Een nieuwe uitdaging, het grootste cliché dat er bestaat. Uitzendbureaus gebruiken het als ze je een functie willen aansmeren waar ze anders nooit van afkomen.

*

Op de afdeling laat ik Jasmijn eerst haar eigen kantoor zien, dat ze natuurlijk al kent van het sollicitatiegesprek. Haar blik glijdt over de meubels. De zwarte, skaileren fauteuil, het fineerhouten bureau met de twee bijpassende kasten. Van allebei zijn de roldeuren opengeschoven. Ze zijn iets leger dan voorheen, het zal Jasmijn niet opgevallen zijn. De drie dozen die Valerie voor haar vertrek op mijn bureau dumpte, hebben voor het oog weinig uitgemaakt. De planken zijn nog steeds volgestouwd met ordners in diverse kleuren. Sommige rugetiketten zijn vaal of vergeeld, die zullen nog wel van haar voorgangers zijn. Af en toe wordt de rij onderbroken door een stapel losse papieren. Op de vloer staan nog diverse dozen waar de troep uitpuilt. Jasmijn zucht bij de aanblik ervan.

‘Ga zitten,’ zeg ik gehaast. Ik trek de bureaustoel naar achteren. ‘Ik haal even een vaas.’

Ze legt het boeket op het bureau, maar blijft staan waar ze staat.

Ik haast me naar de keuken en pak de meest schone vaas uit het gootsteenkastje. Ik voel me best tevreden. Ik zag enorm op tegen deze dag, maar nu de kop eraf is, kan ik weer een beetje ademen. Tot nu toe valt het allemaal reuze mee. Misschien heb ik me voor niets druk gemaakt.

Ik houd de vaas onder de kraan en vul hem voor de helft met lauw water. Als we dadelijk even rustig zitten, zal ik eens kijken of ik Jasmijn kan vertellen hoe de vork precies in de steel zit. Ze zal er vast begrip voor hebben. Ze is toch mijn vriendin? En daarna wordt het gewoon reuzegezellig. Want wat is er nu eigenlijk leuker dan samenwerken met een vriendin?!

Als ik weer binnenkom, staat Jasmijn met haar rug naar me toe. Met een schuin hoofd leest ze de rugetiketten van de ordners.

Ik zet de vaas op tafel. Ze draait zich om.

‘Is Ad de voorganger van Valerie of zo?’

Ik kijk haar vragend aan. ‘Ad? Hoe bedoel je?’

‘Hier, zijn naam staat op deze ordner: Ad Interim.’

Ik begin hard te lachen. Daarna trek ik het boeket over het bureau naar me toe en begin het uit te pakken.

‘En hier nog een keer: Afspraken Ad Interim.’

Als ik opkijk zie ik dat ze me vragend aankijkt. Onmiddellijk stop ik met lachen. Ze is serieus.

Even normaal doen, Esmée, spreek ik mezelf toe. Misschien is Jasmijn gewoon heel zenuwachtig op haar eerste dag. Dat kan. Dat is heel normaal.

‘Een ad interim is iemand die tijdelijk waarneemt,’ zeg ik uiteindelijk.

‘Een soort inspecteur?’

‘Nou,’ begin ik aarzelend. ‘Meer een plaatsvervanger, zoals Valerie.’

Ze staart me een paar seconden aan. Dan zegt ze opeens: ‘Tuurlijk, dat wist ik wel gekkie. Ik wilde even checken of jij wel wakker was.’

‘Blijkbaar niet dus.’ Opgelucht begin ik te lachen. Pfiew.

Jasmijn gaat achter haar bureau zitten. Ik ga verder met het boeket. Mijn worsteling met het cellofaan zorgt ervoor dat de bloemen door elkaar raken. Als ik ze oppak knakt zelfs de steel van een grote bloem. Jasmijn heeft niets in de gaten.

‘Zo, kijk eens.’ Ik schuif de vaas naar de hoek van het bureau. Het ziet er vreselijk uit. Onregelmatig geschikt en strak staan ze in de krappe vaas. Mijn roeping als bloemist heb ik zeker niet gemist.

‘Dank je. Ze zijn echt heel mooi.’ Jasmijns ogen dwalen over het bureau. ‘Eigenlijk zou ik de ruimte wel wat gezelliger willen aankleden. Een leuke pennenhouder, gekleurde bakjes om papieren in te leggen, zo’n grappig magneetpoppetje voor mijn paperclips.’

‘Ik kan…’ Ik verbeter mezelf snel: ‘De redactie-assistente kan dat vast wel voor je bestellen.’

‘Zou dat kunnen? Stel me dan maar snel aan haar voor.’

Ik krijg een schokje. Hier is het! Dit is mijn kans! Nu kan ik het zeggen. Mijn hart gaat wild tekeer. Waar begin ik? Hoe zeg je zoiets? Geef je bestelling maar aan mij door, ik ben je assistente? Nee, belachelijk.

Het kloppen van mijn hart verplaatst zich in rap tempo naar mijn keel. Ik kan niet slikken.

‘Gaat het?’ Jasmijn trekt haar wenkbrauwen op.

Ik knik. ‘Ja, hoor. Ik bedacht opeens wat we nog allemaal moeten doen vandaag,’ breng ik uit.

‘Oké. Zullen we dan met de rondleiding beginnen?’ Jasmijn komt overeind uit haar bureaustoel.

Mislukt. Weer een goed moment voorbij laten gaan. Wat een schijterd ben ik, zeg. Ik haat mezelf. Dan maar wachten tot de volgende gelegenheid zich voordoet, er zit niets anders op. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...