Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 13: Vandaag ga ik
het haar vertellen!

schrijfster

Iris Houx

D

De afgelopen weken lazen we hoe Esmée zich als een kat in het nauw voelde toen een van haar vriendinnen bij hetzelfde tijdschrift kwam werken. Vandaag heeft Esmée genoeg van al het gedraai: ze gaat de waarheid vertellen! 

Zelfs op momenten als deze moet je er maar het beste van maken, houd ik mezelf voor. Ik stift nog even mijn lippen met behulp van de webcam. Een werelduitvinding, die dingen. Wel even in spiegelfunctie zetten. Het wordt een bibberig lijntje. Niet zo vreemd, want ik ben stiknerveus. 

Ik ben zo geconcentreerd bezig dat ik pas merk dat er een object van achter mijn webcam oprijst als het begint te praten. "Het zit een scheetje beef, schat!"
Van schrik schiet ik uit met de lipstick, het ding glipt bijna uit mijn hand, maar met wat geklungel kan ik het nog net opvangen.

Het is Hank en hij giert het uit. Ik had hem kunnen verwachten, want vandaag heeft hij een voorbespreking met mijn modecollega’s over zijn naderende fotoshoot. Het thema is ‘totally over the top’ en als je het mij vraagt past dat hem als een latex condoom.

"Slecht geweten?" Hij valt in herhaling.

Als antwoord steek ik mijn tong uit. Hij begint weer te lachen alsof hij een astma-aanval krijgt en loopt dan gelukkig verder. Pestend schudt hij nog een keer met zijn billen. Alsjeblieft zeg, alsof ik daarin zou willen knijpen. 

Twee hele werkdagen heb ik Jasmijn weten te ontwijken, wat verdomd lastig was. Ik denk serieus dat het gemakkelijker is te zwemmen in een rivier vol piranha’s zonder gebeten te worden of Hank te ontlopen op een gemiddelde zaterdagavond op SBS6. Het is belachelijk om te denken dat ik dit eeuwig kan volhouden, en ook niet bepaald bevorderlijk voor mijn zenuwgestel. Daarom heb ik mezelf een missie gegeven: vandaag ga ik het vertellen. Ik ga Jasmijn vertellen dat ik niet de functie heb die zij denkt dat ik heb. Dat ik, nou ja, in feite gewoon haar assistente ben. Het is maar een kleinigheidje, een detail. Ik snap eigenlijk ook niet waar ik me zo fokking druk over maak. Ik staar naar de deur van haar kantoor. Het moet toch een keer gebeuren. Laat ik het dan maar meteen doen. En snel. Quick and dirty. Als een vastgekoekte pleister. In één ruk: tsjakka.

Met een fanatieke zwier kom ik overeind uit mijn bureaustoel. Snel trek ik mijn rokje recht en met een paar ferme passen sta ik voor de deur van Jasmijns kantoor. Het zweet prikt in mijn oksels en de moed zakt in mijn laarsjes.

Toch klop ik aan, harder dan ik wil. Als ik niets hoor, open ik voorzichtig de deur. Een paperclip die onder de deur vast lijkt te zitten, haakt hardnekkig in het tapijt en belemmert een normale entree. Met ingehouden buik schuifel ik langs de halfgeopende deur.

De kamer is een bende. Overal liggen dozen en paperassen en een scheve stapel ordners tart de zwaartekracht. Jasmijns dure krokodillenleren Gucci-tasje ligt hulpeloos in een krat met oud papier.

Op de grond, te midden van deze chaos zit Jasmijn herself. Haar doorgaans perfect gestylede haar zit slordig en haar anders zo bleke wangen zijn donkerroze. Ze kijkt me aan met een mengeling van blijheid en wanhoop.

"Hoi, hoi," zeg ik zo nonchalant mogelijk. "Alles goed hierzo?" Ik kijk haar kantoor nog eens rond. Wat een puinzooi heeft ze ervan gemaakt!

Jasmijn kijkt me verward aan. "Ja, tuurlijk. Beetje aan het ordenen. Zo’n eerste werkweek, hè. Je kent het wel." Ze houdt haar medaillon tussen duim en wijsvinger en schuift hem heen en weer over het kettinkje.

Nou, en of ik het ken. De eerste drie weken was ik alleen maar bezig de troep op te ruimen van mijn voorgangster die in overspannen toestand, en dus halsoverkop, het pand had verlaten. Ik kwam boterhammen tegen uit de jaren tachtig en in de onderste bureaulade trof ik zelfs een slipje aan. Hoe het daar kwam en of het schoon of vies was, heb ik nooit geweten. Met een potlood heb ik het tussen de dossiers uitgevist om het hele voorval daarna snel uit mijn geheugen te wissen. Wat aardig lukte. Tot nu. Opeens weet ik weer hoe het is om in de chaos van je voorganger je eigen weg te moeten zoeken en ik voel direct medelijden opkomen.

‘Kan ik je ergens mee helpen?’

‘O, graag!’ Ze schuift een krat opzij en probeert een zitplek voor me te creëren, wat uiteindelijk lukt. Mooi. Er doet zich dadelijk vast een gunstig moment voor waarop ik met mijn bekentenis kan inhaken.

*

Gezusterlijk worstelen we ons door ordners, snelhechters, losse vellen met aantekeningen en brochures. Ik heb twee grote dozen leeg gekiept en gebombardeerd tot respectievelijk ‘kan weg’ en ‘bekijken’. Ondertussen stelt Jasmijn vragen over Moo Moo en haar werk. De meeste kan ik wel beantwoorden, maar telkens ben ik bang dat ik me verspreek of dat ergens uit blijkt dat ik geen redactiechef ben. Het is heel tegenstrijdig: ik voel een enorme drang om haar gewoon de waarheid te vertellen, maar er is tegelijk iets wat me tegenhoudt. Bij elke vraag die ik met een leugen beantwoord, heb ik het gevoel dat ik verder van haar af kom te staan. Het liefst zou ik het niet meer over het werk hebben en gewoon hier zitten, als vriendinnen. Een beetje kletsen, samen opruimen…

Ik haal een keer diep adem. Mijn missie. Ik moet. Gewoon erdoorheen nu. Niet nadenken.

"Weet je nog, toen we die opdracht voor ons project van management­recht hadden en jij je in de deadline had vergist?" begin ik. "Toen moesten we opeens een hele nacht doorwerken om het toch nog op tijd af te krijgen. Toen zaten we ook zo op de vloer tussen alle paperassen." Oeh, wat een geweldig bruggetje. In gedachten geef ik mezelf een schouderklopje.

"En pizzadozen!" vult Jasmijn aan. "Met herhalingen van Friends op de achtergrond. Ja, dat was leuk toen." Jasmijn kijkt op en lacht even. Ze veegt een pluk haar uit haar gezicht.

"Weet je ook nog dat we uiteindelijk een één kregen omdat jij zonder het tegen mij te zeggen een groot gedeelte had gekopieerd van een essay dat je op internet had gevonden?" ga ik verder.

Met een ruk kijkt ze op. "Ik wilde alleen maar helpen! En ik wist zeker dat jij het nooit goed zou vinden."

"Precies. En achteraf bleek ook waarom." Ik steek mijn tong uit.

Jasmijn haalt haar schouders op. "Uiteindelijk hebben we met de herkansing nog een zeven gescoord."

"Hm-hm." Ik pauzeer even. "Ach ja, we liegen allemaal wel eens voor een goed doel, toch?"

Ik stop even met rommelen, terwijl ik haar reactie afwacht, maar ze heeft me niet gehoord. Haar gedachten lijken alweer elders. "Hoelang deed jij erover om alles een beetje onder de knie te krijgen?" vraagt ze.

"Weet ik niet. Volgens mij ging dat best vlot hoor."

Verdorie, dit gaat weer de verkeerde kant op, al doet Jasmijn het natuurlijk niet expres.

"Die redactievergadering op maandag, gaat dat er erg formeel aan toe?"

O jee. Daar is het. Onaangekondigd. Het Moment, de perfecte ingang. Nu kan ik het zeggen!

Jasmijn kijkt me van opzij vragend aan. "Dat is toch met alle redactiechefs bij elkaar en zo, of niet? Jij bent daar toch ook bij?"

"Ja, natuurlijk," hoor ik mezelf zeggen. Technisch gezien is dat geen leugen, want ik ben er inderdaad bij. Om de notulen te maken welteverstaan. Help, hoe ga ik dit zeggen? Waarom heb ik thuis niet even geoefend? Of met Andrea, net als vroeger. Mijn linkerbeen slaapt inmiddels. Ik trek het onder me vandaan.

"Ik eh…" Jezus wat is dit lastig. "Ik maak de notulen," zeg ik plotseling heel snel en dan houd ik mijn adem in.

"O, gelukkig. Notuleren per toerbeurt, geen officieel gedoe dus," zegt Jasmijn opgelucht.

Ik kuch. "Tja, nou, eigenlijk is er wel een assistente die notuleert." Ik laat een korte stilte vallen. "De algemene redactie-assistente. Ik ben dat. Dus. Eigenlijk." Ik heb het gezegd! Ik heb het gezegd! Ik hoor de last die van mijn schouders valt bijna letterlijk met een bonk op de grond landen.

"Je bedoelt dat jij de assistente morgen vervangt?"

Ik kijk Jasmijn oprecht verbaasd aan. Sjonge, ze is wel een beetje langzaam van begrip vandaag.

"Nee, Jasmijn, ik BEN de redactie-assistente."

Verwachtingsvol kijk ik haar aan, maar voordat Jasmijn iets kan antwoorden gaat haar telefoon, een onbekend deuntje dat hol klinkt vanonder een berg papier. En nog een keer. Jasmijn staat langzaam op terwijl ze me blijft aankijken. Haar hersenen zijn dit nog aan het verwerken, ik kan het duidelijk zien.

"Met Jasmijn Wetzers."

"…"

"O, hoi. Dat klopt. Maar het komt nu even niet zo goed uit. Ik kan niet echt eh… praten nu. Mag ik je later terugbellen?"

Ik hoor een snel pratende stem aan de andere kant van de lijn, het lijkt die van een vrouw. Wat ze zegt, kan ik niet verstaan.

"Oké. Nou, dan zal ik daar extra naar uitkijken. Ik vroeg me inderdaad af hoe we…"

Ik sta op en hink tussen de rommel door naar het raam. Mijn linkerbeen slaapt een beetje.

De luxaflex is naar beneden, maar geopend, zodat ik een stukje van de buitenwereld kan zien. Het is een verademing om te zien dat het leven gewoon doorgaat. Hoewel het vandaag koud en bewolkt is, zijn er redelijk wat mensen op het marktplein beneden. Bij een kraam die kazen verkoopt, staat een vrouw met een groen hoedje. Haar ademwolkjes zijn zichtbaar. Heerlijk. Zelf kan ik ook weer wat meer ademen. Ik had dit veel eerder moeten doen.

Ik blijf nog even voor het raam staan en observeer alles wat er beneden gebeurt. Als de bloedtoevoer in mijn been zich weer wat heeft hersteld en de vrouw met het hoedje de hoek om is, loop ik terug naar mijn plek op de grond.

Na een minuut of twee hangt Jasmijn op. "Nee, echt. Ik zorg dat ik die informatie te pakken krijg. Geen probleem." Zal wel privé zijn. Nou ja, ik hoef ook niet alles van haar te weten natuurlijk.

Ze gaat naast me zitten en pakt een stapel brochures om ze regelrecht in de ‘kan weg’-doos te mikken. De stilte is erger dan alles wat er tot nu toe gezegd is. Ik word zenuwachtig. Gaat ze nog wat zeggen of moet ik zelf verdergaan? Als ik nerveus word, krijg ik echt overal jeuk. Vreselijk. Net als ik voorzichtig in mijn nek wil gaan krabben, daar bij mijn haargrens, komt er eindelijk een reactie.

"Sorry hoor, dan heb ik het zeker nooit goed begrepen. Ik dacht dat je… ook redactiechef was."

Ik begin te krabben in mijn nek. Steeds sneller en harder. Auw.

"Dat was me ook beloofd toen ik hier solliciteerde."Het komt er gefrustreerder uit dan ik wil.

Ik vertel haar het hele verhaal en ga diep door het stof. Jasmijn luistert aandachtig, af en toe knikt ze begrijpend. Ik ben opgelucht. Eindelijk, het hoge woord is eruit. En het lijkt goed te zijn gegaan.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen