Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 14: Waarom zou zíj beledigd zijn
dat Hugo gaat samenwonen?

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we al dat Esmée en Hugo gaan samenwonen en nu dus op zoek zijn naar een appartement. Eitje, zou je zeggen, want Hugo is makelaar. Maar Hugo neemt nogal de tijd en Esmée is van nature niet erg geduldig. Als ze een uitje hebben van Hugo's werk, besluit Esmée zich er eens mee te gaan bemoeien. 

Het ijs klettert door de cruncher met het geluid van een woeste hagelbui op een pannendak. "Stop maar, Esmée," roept Jeroen boven de herrie uit. "Dit is wel genoeg." Jeroen is de man die de workshop geeft. Hij is wat dik, heeft een rock-’n-rollkuif en er staat zweet op zijn bovenlip. Niet bepaald het type dat ik voor ogen had bij een workshop over cocktails, maar hij brengt het leuk. Ik kreeg de opdracht het ijs fijn te malen voor de tweede cocktail, een Cosmopolitan. Mijn duim laat de knop los, de herrie stopt. 

"Jullie kunnen het nu gaan verdelen," zegt hij.

Ik schenk eerst wat ijs in mijn eigen glas en geef de beker dan door aan Anouk, een collega van Hugo. Met zijn allen staan we rond een grote houten tafel in een hippe bar met een naam die ik al weer vergeten ben.

Het is een personeelsfeestje van Ontroerend Goed!, als afwisseling van de wekelijkse vrijmibo’s die altijd zonder partner plaatsvinden. Ik ben er blij mee. Eindelijk. Door die vrijmibo’s is Huug altijd pas laat bij mij en hebben we nooit echt een gezamenlijke vrijdagavond. Nu dus wel en ik had er dan ook reuze zin in. Ik heb altijd al een cocktailworkshop willen doen.

Toevallig is het ook een mooie gelegenheid om zijn collega’s eens wat extra te polsen naar mogelijk geschikte woningen voor ons. Het is helemaal geweldig dat Huug zo perfectionistisch is, maar waarom moet dat dan ook net bij dat ene ding waarbij het echt niet handig is? In de auto liet hij al doorschemeren dat zijn collega van de afdeling verhuur misschien een geschikt appartement voor ons heeft.

"Vertel, vertel!" reageerde ik zo blij als een kind. 

Huug keek even opzij en lachte zoals hij altijd doet als het hem gelukt is me nieuwsgierig te maken. "Nou, eigenlijk wilde ik het nog even voor me houden, omdat het nog niet zeker is…"

"Vertel, vertel!" herhaalde ik. Kon mij het schelen of het wel of niet zeker was, hoelang het nog duurde, blablabla.

"Rustig, popje, het is nog lang niet zeker," herhaalde hij op zijn beurt. "Het is een mooi appartement in die nieuwe wijk net buiten het centrum. In een klein complex, driehoog, verrassend ruime appartementen."

Hij klonk alsof hij een klant probeerde te overtuigen in zijn gebruikelijke makelaarsvocabulaire, en als ik niet zo ongeduldig was had ik dat heel geil gevonden, maar nu dus even niet. "Eén slaapkamer, maar behoorlijk ruim, met een prachtig uitzicht op het parkje erachter. Moderne badkamer met grote tegels en bad, keuken voorzien van moderne inbouwapparatuur en in hoogglans." Kon mij die keuken schelen, als er maar een magnetron in stond. De wijk klonk oké en het liefst zou ik direct gaan kijken.

"Wauw! Wanneer kunnen we kijken? Misschien maandag al?"

"Néé, gekkie. Rustig aan." Hij lachte. "Ik zei toch dat het nog niet zeker is? Het is een huurwoning, het zit in Joris’ portefeuille, geen idee wat de status is. Dat moet ik hem eerst vragen."

"Maar Joris is er vanavond toch?"

"Tuurlijk. Ik zal even kijken of zich een gelegenheid voordoet. Meestal proberen we niet te veel over werk te praten tijdens zo’n avond."

"Precies, daarom vraag ik het wel, dan lijkt het minder op werk," grijns ik.

"Als je het maar laat." Quasi streng kijkt hij me aan. "Ik zal hem wel even polsen, oké?"

*

We zijn met ongeveer vijftien collega’s en hun partners. De mannen lachen en drinken, de vrouwen dragen hippe jurkjes en hoge hakken en staan gezellig te kletsen. De sfeer is losjes, mede door de alcohol en de lekkere muziek. Er hangt een goede vibe. Ik beweeg met mijn heupen op de maat van de muziek.

In mijn poederroze cocondress met hoge hakken voel ik me uitermate sexy. Ik haal mijn hand door mijn haar. Ik heb het nog een opkikker gegeven met een speciaal masker voor blond haar, zodat het er nu weer precies uitziet als pakweg drie weken, twee mislukte verfbeurten en een liter tomatenpuree geleden.

"We voegen nu de verschillende drankjes bij elkaar." Jeroen gaat wijdbeens staan en begint uit te leggen wat er allemaal in een Cosmo zit en wat de geschiedenis ervan is. Ik sta al weer op gedempte toon te smoezen met Anouk en Esther. Esther is de vriendin van Hugo’s collega Erik-Jan. We hebben het over de nieuwste Net 5-serie met Bas Olde Loohuis, die dus ook vaste columnist van Go Glam! is, wat Anouk en Esther reuze-interessant vinden, totdat ik onthul dat ik hem in het echt best een beetje heel erg saai vind.

"Hè, wat jammer. Ik zou willen dat ik dat nooit had geweten," zegt Esther.

Ik voel een hand om mijn middel. "Rijd jij of rijd ik?" Ik heb niet gemerkt dat Hugo onze kant uit is gekomen. Zijn lippen kriebelen tegen mijn oor. Inderdaad, we hebben een bob nodig. Dom dat we daar niet aan gedacht hebben.

"Ik rijd wel," antwoord ik. Het is tenslotte een feestje van Hugo’s werk, dus is het logisch dat hij ongegeneerd mag drinken en niet ik. En zo erg is het niet, na deze cocktail moet ik gewoon overstappen op alcoholvrij.

Als dank tikt Huug een keer tevreden tegen mijn billen. Dan gaat hij weer bij Erik-Jan staan. Ik kijk naar ze. Erik-Jan is zo lang dat Hugo naast hem bijna een dwerg lijkt. Maar wel een sexy dwerg. Het pak van Erik-Jan is vast op maat gemaakt, want geen enkel confectiepak heeft zulke lange pijpen, bedenk ik. Ik kijk nog eens naar Hugo. Heerlijk. Zijn pak zit perfect en precies strak genoeg bij de kont.

Esther port in mijn zij. "Wat sta jij blij te kijken."

"Ikke wel," antwoord ik. "Ik stond me net te realiseren wat voor lekkere vent ik heb. En dat ik daar binnenkort mee onder één dak woon."

"Ga weg! Echt? Gaan jullie samenwonen? Wat leuk!" Blij stoot ze me aan. Esther is altijd zo hartelijk dat het onmogelijk is haar niet te mogen. Ze stelt nog een vraag, maar die is onverstaanbaar omdat Anouk, die aan de andere kant van me staat, erdoorheen praat.

"Waar hebben jullie het over? Ik verstond “samenwonen”." Anouks stem gaat aan het einde van elke zin omhoog.

In het begin dacht ik dat ze alleen maar vragen stelde, de hele tijd, non-stop. En telkens als ik nog naar een passend antwoord stond te zoeken, ratelde ze al weer verder. Het communiceerde voor geen meter. Totdat ik erachter kwam dat ze Limburgs is, en dat dit is wat Limburgers doen. Alles wat ze zeggen is eigenlijk een vraag waar ze geen antwoord op hoeven. Sinds ik dat snap, gaat het een stuk beter. Behalve dan die keren dat ze echt een vraag stelt, daar moet ik nog iets op verzinnen. Het zou handig zijn als ze daar een bepaald teken bij zou gebruiken, scheel kijken bijvoorbeeld, ik noem maar wat.

Ik neem nog een nipje van mijn Cosmo en knik blij. "Ja-ha. Samenwonen! Het werd eens tijd na anderhalf jaar. En ik moet er natuurlijk wel van profiteren dat Hugo makelaar is," grap ik.

‘Echt? reageert Anouk. Onder haar blonde pony fronst ze haar voorhoofd. "Heeft hij me niets over verteld."

Weer die vraag die geen vraag is. Het klinkt deze keer ook een beetje zeurderig, alsof ze beledigd is dat ze dit nog niet wist. Maar hallo, kan ik er wat aan doen dat Hugo haar niet alles vertelt? Ik had trouwens nooit het idee dat zij en Hugo zo dik met elkaar waren, maar whatever.

Ik begin te grappen over Hugo’s belachelijk kritische eisenpakket ten aanzien van ons toekomstige stulpje, en natuurlijk gaat het over verfjes, behangetjes en meubeltjes in de mix van eclectisch en tweedehands die ik voor ogen heb voor de inrichting.

Esther raakt ook enthousiast en komt met een waslijst steengoede tips die ik zeker niet moet vergeten. Ze schrijft ook een adres op een viltje van een geweldige winkel met vintage meubeltjes. O, ik heb zo’n zin om daar snel te gaan snuffelen.

Ik wil net Anouk weer bij het gesprek betrekken door haar uit te horen over de geschikte appartementjes van Ontroerend Goed! waar Hugo misschien nog niets vanaf weet, als Jeroen ons weer bij elkaar roept voor de volgende cocktail. 

*

"Wat doe jij ook al weer? Je werkt bij een krant, toch?" De ogen van Hugo’s baas Richard kijken me vriendelijk aan. Richard – uitgesproken als ‘Riesjaar’ – is een grote knuffelbeer met een saai pak, haar dat door zijn vrouw wordt geknipt (dat vermoed ik niet eens, dat weet ik zeker) en die vast elke avond uit zichzelf de vaatwasser inlaadt. Hij is zo’n schat dat je je afvraagt hoe hij eigenlijk een baas kan zijn. Volgens mij walsen ze allemaal over hem heen.

Hij heeft dus ook zulke vriendelijke trouwehondenogen dat ik niet eens kwaad kan worden dat hij denkt dat ik bij een krant werk. Een krant. Fokking shit zeg, waarom is het verschil tussen een krant en een glamourtijdschrift voor veel mensen toch zo moeilijk? Maar goed, Hugo’s baas, hondenogen, ik vergeef hem. Ik rol een keer mijn alcoholvrije cocktail door mijn glas. "Het is een tijdschrift, geen krant."

"Sorry, dat wist ik inderdaad. En wat is je functie ook alweer?"

Ik neem een slok. "Ik ben redactie-assistente." Ik merk dat ik het woord assistente een beetje inslik, maar het is al een stap vooruit. Geen leugens meer, ik ben op de goede weg.

"O ja, nu weet ik het weer. Wat leuk." Zijn ogen kijken oprecht geïnteresseerd. Het soort interesse dat mij altijd verbaast, want kom op, wat boeit het jou wat de partner van een collega voor werk doet? Zoiets vraag je uit beleefdheid en dan probeer je heel hard het antwoord te onthouden, zodat je er de volgende keer een attente opmerking over kunt maken. Wat toch nooit lukt, omdat je het vergeet. Dat heb ik tenminste.

"Je zou binnenkort toch promotie maken?" vraagt Richard verder.

Jezus, die man heeft echt een te goed geheugen. Ineens beginnen die hondenogen me een beetje te irriteren. Voorzichtig kijk ik langs hem heen op zoek naar afleiding, wat best lastig is als iemand je vriendelijk glimlachend blijft aankijken in afwachting van een antwoord. Ik bedoel, echt, je kunt ook té geïnteresseerd zijn. Even verderop zie ik Hugo’s rug. Het Limburgse zangstemmetje van Anouk komt ook ergens daar uit de buurt. Esther zie ik zo snel nergens. Er is niemand om me te redden.

"Dat was inderdaad de planning," mompel ik. Ik denk aan mijn nieuwe job als ‘het hulpje’ van mijn vriendin. Wat een geweldige promotie. Ik weet trouwens nog steeds niet of die opmerking van Jasmijn een geintje was. Ik neem aan van wel. Ah, kijk! Daar komt Huug onze kant uit. Waarschijnlijk onderweg naar de bar, want hij heeft twee lege glazen in zijn handen.

"Hugooo!" roep ik een tikje overdreven en pak hem bij zijn arm. "Jou heb ik dringend nodig."

Ondertussen maak ik een vriendelijk sorry-knikje in de richting van Richard. Ik vind het lullig, maar ik ben hier niet om herinnerd te worden aan mijn miserabele carrière. Gelukkig draait Richard zich met een glimlach om, op zoek naar een nieuwe gesprekspartner.

"Poppedopje?" Hugo kijkt wat vertwijfeld naar zijn arm die ik vasthoud als een reddingsboei en trekt zijn hoofd naar achteren om me beter aan te kunnen kijken. "Jij zou toch rijden, hè?" En als ik bevestigend heb geantwoord: "Want je gedraagt je anders een ietsiepietsie vreemd."

"Ik? Nee joh! Ik ben gewoon blij je te zien." Als niemand kijkt, aai ik even over zijn strakke kontje.

"Maar waar had je me voor nodig dan?"

"Ik vroeg me af of je Joris al gesproken hebt over je-weet-wel? Dat ene appartementje?" Het laatste woord jodel ik een beetje.

Hugo lacht wat vermoeid en haalt zijn hand over zijn gezicht. Het valt me op dat hij niet meer zo heel vast op zijn voetjes staat. "Lieve Esmeetje. Geduld, meisje, geduld. Geduld is de sleutel tot het paradijs." Yep. Huug is aangeschoten. Als hij woorden herhaalt alsof hij een dichter is, dan is hij aangeschoten. Maar nog steeds damn sexy.

Hij lacht die lieve lach waarbij ik hem alles vergeef wat er te vergeven valt. Dat hij een enorme perfectionist is waardeer ik normaal gesproken aan hem, juist omdat ik het zelf niet ben, maar toch. Maar toch! Ik wil zo graag! Ik wil samenwonen. Elke ochtend wakker worden naast hem, samen ontbijten en de deur uit gaan voor ons werk, tegelijk thuiskomen, gezellig eten alsof het de normaalste zaak van de wereld is en dat is het dan ook natuurlijk. Samen naar bed en in slaap vallen in elkaars armen. Elke avond, elke dag, opnieuw en opnieuw. En het liefst heel snel.

"Popje. Je weet: voor jou alleen het allerbeste." Hij leunt voorover om me een kusje op mijn voorhoofd te geven maar het belandt ergens op mijn neus. Het kriebelt. Ik trek mijn schouder op en giechel. ‘En ik beloof je dat ik het vanavond aan Joris vraag, oké?’ Hij strijkt met de rug van zijn hand over mijn wang. ‘Als jij dan belooft dat je het er niet meer over hebt.’ Zijn hand blijft aaien, zijn ogen veranderen naar die lieve, scheve blik vanonder zijn wimpers waar ik niet tegen kan.

"Oké, oké." Ik laat mijn schouders hangen. "Ik wacht wel."

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...