Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 22: 'Ik voel zijn adem langs mijn huid
strijken'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée ging paardrijden met Rik en hoe vertrouwd dat direct weer voelde. Deze week lezen we hoe het verder gaat. Want als ze na een lunchpauze weer willen vertrekken, is Riks paard verdwenen. Waar is hij gebleven en hoe moeten ze nu thuis komen? 

Als we weer buiten komen constateert Rik als eerste dat Monica in haar eentje onder het paardenafdakje staat. 
‘Shit.’
Ik volg zijn blik en zie het nu ook. Chandler is in geen velden of wegen te bekennen. Alleen Monica staat nog aan de balk gebonden, een tikje onrustig. Ik schrik. ‘Hè? Hoe kan dat nou?’

Rik tuurt het bospad af, maar nergens is een paard te zien. Hij haalt zijn schouders op. ‘Dat is nu al de tweede keer. Geen idee hoe hij het flikt, maar soms weet hij zich los te rukken. Waarschijnlijk heb ik hem niet goed vastgebonden. De vorige keer was hij gewoon op zijn gemakje naar huis gelopen. Weet je wat, ik bel mijn vader even, dan kan hij het in de gaten houden.’ Hij pakt zijn mobieltje.

Als hij ophangt zegt hij: ‘Tja, Esmée, dan zit er niets anders op. We zullen samen op Monica terug moeten.’

‘Wij? Eh… samen? Op één paard?’ vraag ik onnozel.

Vergis ik me nu of heeft Rik moeite om zijn lach in te houden? Het lijkt erop dat hij ervan geniet mij in verwarring te brengen. Het liefst zou ik hem een mep verkopen.

‘Ga jij maar eerst,’ zegt hij als hij Monica heeft losgemaakt.

Ik twijfel even. Maar ja, wat is het alternatief? Ik zet mijn linkervoet in de stijgbeugel en probeer mijn lichaam zo elegant mogelijk over het paard te zwieren. Rik staat vlak achter me en legt zijn handen voorzichtig om mijn middel om me te helpen. ‘Gaat het?’

‘Tuurlijk.’

Dan doet hij hetzelfde en voordat ik het besef zit hij achter me, heel dicht achter me. Zijn bovenbeenspieren spannen zich aan tegen mijn billen en benen. Zijn borst drukt tegen mijn rug en een hand rust even op mijn heup als hij naar voren buigt om de teugels te pakken. Mijn adem stokt even, zo ongemakkelijk voelt dit. Voor heel even althans. Het voelt ongemakkelijk en ook weer niet.

Rik spoort Monica aan, die zich langzaam in beweging zet.

‘Zit je goed?’

‘Prima.’ Ik klink een beetje schor.

Riks armen zijn om me heen geslagen, in zijn handen de teugels. Hij leidt Monica naar een ander pad dan waarover we gekomen zijn. Rustig sjokt ze voort.

‘Dit is een mooiere route. En ook de meest logische optie als we Chandler nog tegen willen komen. Ik rijd vrijwel altijd dit rondje met hem.’ Zijn stem is vlak bij mijn oor en daar heeft hij gelukkig zijn volume op aangepast. Het valt me op dat zijn stem daardoor wat zwaarder klinkt. En dat ik dat ook een heel klein tikje sexy lijk te vinden.

Hij heeft het nog niet gezegd of zijn telefoon gaat over. Er volgt een kort gesprek met zijn vader.

‘Zie je wel, Chandler is terecht. Doodleuk thuis aan komen lopen,’ zegt hij als hij zijn mobieltje wegstopt. Daarna pakt hij de teugels weer en slaat hij zijn armen opnieuw om me heen.

Lichtjes en soepel beweegt zijn lichaam tegen het mijne. Ik doe hard mijn best om dit allemaal heel normaal te vinden. Overmacht. Gewoon overmacht. Paard weg, dikke pech. Er is toch niets mis mee als ik er een heel klein beetje van geniet? Mag ik? En het is ook inderdaad een prachtige rit. We rijden nu langs een vennetje waar nog wat ochtendmist boven hangt. Het heeft de sfeer van een mysterieuze film.

‘Het molenaarsvennetje,’ fluistert Rik. ‘Twee eeuwen geleden heeft een molenaar hier zijn overspelige vrouw vermoord. Precies daar, bij die grote overhangende boom. Bij volle maan kun je haar geest over het vennetje zien zweven en dan schreeuwt ze drie keer heel lang en hard zijn naam.’

‘Hoe heette hij?’ vraag ik droog.

‘Henk.’ Ik kan de grijns op zijn gezicht zien, ook al zit hij achter me.

Ik lach. ‘Heb je het ooit gecontroleerd?’

‘Wat zeg je?’ Rik brengt zijn gezicht naast me. Ik voel zijn adem langs mijn huid strijken.

Ik draai mijn gezicht naar hem toe om het te herhalen, maar raak dan per ongeluk met mijn lippen zijn wang. Geschrokken deins ik opzij. In een reflex pakt hij me vast. Ik voel de kracht van zijn armen.

‘Niet vallen, hè?’ fluistert hij. ‘Ik ben het maar.’

Even ben ik de draad kwijt. ‘Ik vroeg dus of je eh… het al eens ooit gecontroleerd hebt. Van die roepende geest en zo. Het was een grapje,’ voeg ik eraan toe. Muts.

Ik voel in mijn rug hoe er een lach uit zijn borst opborrelt. ‘Nee. Dat niet. Wel een goed idee trouwens. Wil je een keer mee?’ plaagt hij.

‘Nee. Dank je,’ antwoord ik droog. ‘Ik ben nogal gehecht aan mijn nachtrust.’

*

Een halfuur later zit ik aan de eikenhouten keukentafel met een mok thee. Rik is zijn iPad van boven halen, want daar staat de verwarming niet aan. Ik kreun bij elke beweging die ik maak. Mijn hele onderlichaam is pijnlijk. Elke afzonderlijke spier is voelbaar. Morgen is het vast nog veel erger, dan loop ik kreupel. Ik kreun nog maar eens om mijn zieligheid aan mezelf te bevestigen.

Opeens hoor ik een schuifelend geluid vlakbij. Ik kijk om me heen. Rik? Ik heb hem duidelijk de krakende trap op horen gaan, dan had ik hem toch ook weer naar beneden moeten horen komen? Ik zie niemand. Weer hoor ik het geluid van iets wat over een vloer geschoven wordt, met nu ook een onregelmatig getik erbij. Wat is dat toch? Het lijkt te komen van achter een deur die op de keuken uitkomt en die nu opengaat. Een witte stok met twee rode dwarsstrepen komt de keuken in, gevolgd door een lange man. Riks vader. Op de een of andere manier stelde ik me bij een blinde een oud, krom lopend mannetje voor met een ouderwetse wandelstok, maar degene die nu de keuken binnenkomt ziet eruit als een kwieke man van ergens in de vijftig. Het zou de sympathieke biologieleraar van de middelbare school kunnen zijn of een vriendelijke huisarts. Zou hij weten dat ik er ben? Misschien denkt hij dat hij alleen is. Moet ik hem niet duidelijk maken dat hier iemand zit? En hoe dan? Ik besluit te kuchen en schuif wat over mijn stoel (auw, mijn kont).

‘Blijf zitten, meid.’ Hè? Hoe weet hij dat?

‘Sorry,’ stamel ik. ‘Ik wacht op Rik, hij is zijn iPad halen.’

Riks vader is nu bij het aanrecht aangekomen.

‘Ik zal me trouwens even voorstellen. Esmée Evers.’ Ik steek mijn hand uit. Lekker snugger, die ziet hij natuurlijk niet. Als ik hem weer terug wil trekken, steekt hij ook een hand uit.

‘Ik kan nog wel wat zien hoor, alleen contouren. Maar het is hierbinnen zo donker, zeker in de herfst en de winter.’

Ik pak zijn hand.

‘Philip van de Akker,’ zegt hij.

Ik kijk om me heen, zie een lichtschakelaar en druk erop. Het licht in de stoffen lampenkap boven de tafel gaat aan.

‘Aha, een slimme meid.’

Aan het gestommel op de trap te horen is Rik onderweg.

‘Hoi pap, bedankt voor het opvangen van Chandler.’ Hij komt de keuken in. ‘Ik zie dat jullie al kennis hebben gemaakt?’

‘Ik smeer even een boterham en dan ben ik weg, hoor,’ zegt Philip.

‘Haast je niet,’ antwoordt Rik, en dan tegen mij: ‘Sorry, ik moest eerst nog wat foto’s overzetten.’ Hij legt zijn iPad op tafel en schuift een stoel naast de mijne.

Eerst laat hij me de foto’s van de oude Zevensprong zien. Hij had gelijk: het zag er voorheen nog gezelliger uit, een beetje campy maar dat past er juist wel bij.

Dan scrolt hij door naar een mapje met stadsfoto’s. Het is goed te merken dat hier zijn passie ligt. Enthousiast maar bescheiden vertelt hij waar ze genomen zijn, waarom hem dingen opvielen of wat voor bedoeling hij ermee had. Hij wijst me op de lichtinval of de compositie. Ik ben geen kenner, maar ze boeien me en het oogt professioneel.

We kijken nu naar een foto van het terras van restaurant Swaab. Op de voorgrond zit een dame aan een tafeltje. De grijze haren perfect gekapt, duur ogende sieraden om pols en hals en een donkere zonnebril. In eerste instantie lijkt het alsof ze alleen is, maar dan pas zie ik het kleine hondje naast haar. Hij heeft een slabbetje om en piept net boven de tafel uit. Voor hem op tafel staat ook een bordje. De manier waarop Rik het heeft vastgelegd is niet zozeer komisch, eerder droevig. Hij wijst me op de drukte om haar heen. Aan de andere tafels zitten overal gezelschappen van twee of meer mensen, druk pratend en lachend. Het is het contrast dat hem trof. Ik zeg dat ik het knap vind dat hij het zo goed heeft weten te vangen op deze foto. Ik bekijk de vrouw, het hondje, de statige gevel van Swaab en de drukte op het terras. Dan valt me iets op. Ik kijk nog eens.

‘Hé, dat is toevallig.’ Ik wijs op de foto. ‘Dat is Jasmijn! Wat grappig.’

Rik buigt zich voorover om de personen op de foto te bestuderen. Zijn haar raakt bijna mijn wang. ‘Dus daar kende ik haar van! Ik wist wel dat ik niet gek was,’ zegt hij blij.

Ik kijk weer naar de foto. Jasmijn draagt haar Burberry-trenchcoat met de steenrode kasjmieren sjaal, ondanks de zon die voor schaduwen op het terras zorgt. Het zal hier waarschijnlijk najaar zijn. Ze lacht naar de persoon tegenover haar, een vrouw wier gezicht alleen van de zijkant zichtbaar is en die een glas witte wijn of water vast lijkt te houden. Dan gaat er een schokje door me heen. De lichtblauwe jas met altijd die opgezette kraag, het iets te geblondeerde haar, die hele houding. Waarom zag ik dat niet meteen? Dat is Valerie! Ik ben in de war, weet even niet wat ik moet denken. Wat doen zij daar nu samen? Kenden ze elkaar dan zo goed? Als dat zo is, heeft Jasmijn daar nooit iets van laten merken. En Valerie trouwens ook niet, met haar ‘mevrouw Wetzers-blablabla’. In mijn ogen was Jasmijn gewoon een sollicitante en Valerie degene die haar, in overleg met Morris, heeft aangenomen. Of zouden ze hier juist aan het vieren zijn dat ze de baan gekregen heeft? Maar dat zou toch ook vreemd zijn?

Ach, ik moet niet zo achterdochtig zijn. Misschien had Valerie Jasmijn wel aangeboden om haar wat uitgebreider over de functie te vertellen, in een wat meer relaxte sfeer buiten kantoor.

‘Is er iets?’ Rik kijkt me van opzij aan.

Ik negeer zijn vraag. ‘Wanneer is die foto genomen?’

‘Even nadenken. Dat moet ergens in september zijn geweest. Half september. Hoezo?’

‘Gewoon, nieuwsgierig.’

Hij tikt op het scherm en kijkt bij de eigenschappen. ‘Hier: 16 september, om precies te zijn.’

Ik reken terug. Jasmijn is per 1 oktober in dienst gekomen. Eind september had ze gesolliciteerd en ze was na één gesprek al aangenomen, zo vertelde ze. Dat zou dan betekenen dat ze Valerie al kende toen ze bij Moo Moo kwam werken.

*

‘Hé, alles goed?’ Rik loopt met me mee naar de voordeur als ik heb aangegeven dat ik naar huis ga. Met zijn schouder tikt hij een keer tegen de mijne.

Ik lach, meer uit beleefdheid. ‘Ja hoor, beetje moe,’ zeg ik afwezig. ‘Maar bedankt voor de geweldige rit.’

‘Graag gedaan. Ik vond het ook tof. Vooral de terugweg.’

Ik kijk hem aan. Het kuiltje naast zijn mond verschijnt en zijn ogen twinkelen. Als ik voel dat ik begin te blozen kijk ik snel voor me. ‘Eh… Ja. Nou bedankt dus en ik zie je wel weer.’

Hij opent de deur. ‘You’re welcome. Laat maar weten als je nog eens mee wilt.’

Ik knik. Ik loop naar mijn auto en zwaai nog een keer naar Rik voordat ik instap. Mijn gedachten keren weer terug naar de foto van Jasmijn en Valerie. Of Rik heeft de datum verkeerd – lijkt me niet waarschijnlijk – óf Jasmijn kende Valerie al voordat ze bij ons kwam werken, wat een tikje verdacht is. Ik durf het bijna niet te denken, maar zou ze misschien niet helemaal eerlijk aan die functie gekomen zijn? Ik moet eens kijken of ik daar op de een of andere manier achter kan komen. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen